Wat doet een mens nadat hij een shot Abattoir Fermé-toneel ingespoten kreeg? Urenlang door YouTube dolen, op zoek naar obscure, Russische maar zeer geestige covers van Leonard Cohens Hallelujah. Vonden we de versie die Lernous in De kersenvla door de luidsprekers laat knallen? Neen. De zoekwegen van Abattoir Fermé zijn even duister en mistig als hun beste scènebeelden.
...

Wat doet een mens nadat hij een shot Abattoir Fermé-toneel ingespoten kreeg? Urenlang door YouTube dolen, op zoek naar obscure, Russische maar zeer geestige covers van Leonard Cohens Hallelujah. Vonden we de versie die Lernous in De kersenvla door de luidsprekers laat knallen? Neen. De zoekwegen van Abattoir Fermé zijn even duister en mistig als hun beste scènebeelden.Met die scènebeelden is Lernous, helaas, iets te zuinig in deze 'Tsjechov-remix'. 'Hela, ik bouw de voorstelling netjes op en conform de eigenschappen van een goed Tsjechovstuk, u welbekend van klassiekers als De kersentuin en De meeuw waarin personages louter verlangen naar een beter leven in de stad. De stukken openen zich zeer traag.' Dit zou het brommende antwoord van de regisseur kunnen zijn. Dat antwoord klopt. Lernous probeert ook om die opbouw zo fris en fruitig - kersenvlaai à volonté! - mogelijk te maken. Maar plaaggeest Lernous dompelt zijn publiek eerst kopje-onder in een lamentabel leven en dito toneelgebeuren alvorens de speelvogel in zichzelf op speed te zetten. Het is pas wanneer hij - na een slappe start vol stroef spel en wat flauwe grapjes - resoluut de absurde kaart kiest - héél lange stiltes, héél lang staren, héél onhandig zijn - dat de stroefheid straf wordt. Dit alles speelt zich af in een decor dat oogt als de vochtige kelder van een vervallen kasteel, na middernacht en met vampieren in de buurt. Behalve een houten tafel vol glazen, kopjes, servetten, een doos uit een kopieerwinkel, een fles schuimwijn en een prachtige koffiekan staat niets er nog overeind. De lavabo hangt depressief scheef, de schemerlampjes zijn slechts een schim van zichzelf, de parketvloer heeft al teveel gestamp moeten verwerken en een lugubere machine pompt wanhopig rook de ruimte in. Die ruimte wordt het pretpark van acteurs Kirsten Pieters (als regisseuse Ewelina), Ellen Sterckx (als de grote ballerina Tamara), Chiel van Berkel (als de Nederlandse acteur 'Gabbe'), Tine Van den Wyngaert (als de Russische diva Vera) en Louis van der Waal (als Danny Tsjechov, broer van). Zij vertolken een toneelclubje dat het nieuwe stuk van Danny Tsjechov zal vertolken. Zal...Langzamerhand 'rijst' De kersenvla tot een bescheiden feestje. Je gniffelt met de wanhopige Ewelina die leeft voor de kunsten en vergeet te leven met de liefde, je grijnst met de heerlijke stereotiepe diva Vera en je hoopt dat Tamara (een intrigerende Sterckx) haar dansduivels wat vaker mag ontbinden. Die hoop blijkt een jammer genoeg een illusie. Maar, hoe meer de repetitie escaleert en hoe dichter het uur blauw nadert, hoe meer Lernous zijn heerlijke gevoel voor wonderlijk groezelige scènebeelden laat spreken. Er belanden kersentaarten en uitgeputte acteurs voor de voeten van de toeschouwers op de eerste rij, de vloer oogt almaar smeriger en de lampjes flikkeren almaar frivoler. Dat lekkers-voor-de-ogen dikt een grijnzende Lernous aan met lekkers-voor-de-oren: foute covers van pophits (meer verklappen is zonde). Ook het spel is lekker. De acteurs gaan voluit voor karikaturaal spel en vertolken 'typisch toneelvolk' dat de tekst liever niet memoriseert, nooit stopt met spelen, vooral op de nachtelijke feestvloer excelleert, aandachtsgeil is, graag met elkaar tussen de lakens duikt en 's morgens verfrommeld uit een bed dondert.Als de lichten terug aanfloepen, ontwaak je uit een smakelijke, met kersencompot besmeurde theaterdroom die te stroef start en tekstueel te mak uit de hoek komt. Al willen we de zin 'theatermakers zijn het onkruid van het kunstenveld' graag inkaderen. (Want onkruid vergaat niet en is broodnodig.) Maar, naar goede Abattoir Fermé-gewoonte, imponeert ook De kersenvla op visueel vlak en word je na die valse start verwend met heerlijk spel plus een betoverend eindbeeld. Dan wordt van der Waal - die overigens een uitmuntende Tsjchov neerzet, bivakkerend tussen kolder en tedere tragiek - ineens ook de belichaming van de theatersector in deze pandemie: in schemerlicht en omgeven door puin blijven rechtopstaan en blijven jagen naar geluk.