'You give me the rittepetiet!', aldus Koen De Sutter als de flamboyante flaneur Pozzo tegen Tom Van Dyck (na zestien jaar terug op de planken, en deugd dat dat doet!) als Vladimir. Neen, Beckett kende het woord 'rittepetiet' niet. En neen, dit viertal draait Becketts klassieker uit 1952 allerminst door de maalmolen der banalisering.
...

'You give me the rittepetiet!', aldus Koen De Sutter als de flamboyante flaneur Pozzo tegen Tom Van Dyck (na zestien jaar terug op de planken, en deugd dat dat doet!) als Vladimir. Neen, Beckett kende het woord 'rittepetiet' niet. En neen, dit viertal draait Becketts klassieker uit 1952 allerminst door de maalmolen der banalisering. Maar af en toe kruiden ze een zin wél bij. Zo leeft De Sutter zich zalig uit in zijn vertolking van Pozzo. Die man wil doen uitschijnen dat hij een man van de wereld is en zowel Frans, Engels als Nederlands 'spreekt'. Met de bontjas over de schouders, kleurige lederen schoenen aan de voeten en strak in het helblauwe pak steekt hij flink af tegen Vladimir (een subtiel en daardoor des te innemender spelende Van Dyck) en Estragon (een ontwapenend tedere Dewispelaere). Didi en Gogo - hun koosnaampjes voor elkaar - dragen elk een grijsbruin pak. Zo grijsbruin als de troosteloze omgeving waarin ze op Godot wachten. Die setting - ontworpen door de acteurs zelf - bestaat uit niets meer dan de lege hal van de speellocatie Waagnatie en een kale, hangende berkenboom. Die scène baadt in majestueus schemerlicht dankzij lichtontwerper Frank Hardy. Wanneer je de immense, schemerdonkere zaal betreedt, stokt je adem. Je ziet twee mannetjes wezenloos over een in nevel gehulde scène scharrelen terwijl een boom wezenloos boven de grond zweeft. Dit beeld is een even prachtige als treffende metafoor voor de toestand waarin de wereld zich momenteel bevindt.Dat geldt ook Becketts tekst. De keuze om deze tekst op te voeren, dateert al van voor de uitbraak van de coronacrisis. Maar het wordt lastig om een repertoiretekst op te diepen die beter verwoordt wat een deel van de wereldbevolking nu meemaakt: stilstand en wachten op beterschap. Dit is exact wat Vladimir en Estragon doen. De vrienden kunnen en durven niets. Behalve wachten, elkaar jennen - ze kunnen niet zonder maar ook niet met elkaar - en mekaar vastpakken. Zij mogen dat! De twee lijken dakloos en kunnen weinig meer dan wachten op de komst van Mijnheer Godot. Wie dat is, weet niemand. De komst van Pozzo en zijn drager Lucky zorgt voor wat vertier. Voorts moeten de twee hun tijd met elkaar doden. Of met zichzelf, als een van de twee kwaad is weggelopen. Bijna twee uur hang je aan de stamelende lippen van Didi en Gogo, de trots getuite lippen van Pozzo en de van woede en pijn vertrokken lippen van Lucky. Dat je een koptelefoon draagt én dat er vier acteurs met een meesterlijke dictie op de scène staan, maakt dat elk woord als een druppel troost, wijsheid, verdriet of humor binnenvalt.De vier in steengoede doen en hun machtige setting tonen de tristesse, de gekmakende eenzaamheid maar evengoed de mistige schoonheid van een wereld die even on hold staat. 'We worden allemaal zot geboren en sommigen blijven het', weet Vladimir. Hij vecht die gekte niet aan. Hij tracht ermee te leveren. Van Dyck maakt zijn Vladimir met een kleine handbeweging (die we niet verklappen) een even grappige als tragische figuur. De man (over)leeft met pijn. Dat geldt ook voor Estragon. En voor Lucky. Sturm speelt als Lucky een van zijn beste rollen in jaren. Met handen, voeten en een verwrongen gezicht boetseert hij zijn Lucky tot de uitgebuite mens die verbeten voortzet ondanks pijn, frustratie, vernedering. Zijn zielloze werk als drager van Pozzo stompt Lucky's geest af. Sturm staat minutenlang centraal vooraan met aan elke trillende arm enkele bagagetassen en een stoel. Daar staat hij: de moegetergde mens die zich vastklampt aan zijn laaste strohalm hoop op een beter leven: zijn rotjob. Omringd door een krankzinnig roepende baas en twee gabbers die het allemaal niet meer weten. De stuntelende mensheid in één scènebeeld.Wachten op Godot is een wonderschoon eindejaarcadeau: het is theater met een meesterlijke tekst (die je met poëtische flair uitnodigt tot reflectie), in een machtig mooie setting en gebracht door vier mastodonten van spelers die niet alleen de lach maar ook, zoals iedereen, een leven vol geluk en ongeluk aan hun broek hebben hangen. Ogen, oren, hart: ze worden verwend. Daar krijgt een mens geenszins de rittepetiet van.