De livestreampremière van Hands do not touch your precious Me, de verse worp van Wim Vandekeybus aka de topchoreograaf die als een hengst door het leven draaft, startte gisteravond met een vloek. Van ons. Wanneer we inlogden op het digitale platform 247.kvs.be kregen we na lang en intens turen naar een draaiend cirkeltje de mededeling '502 bad gateway'. Lap. Net wanneer de moed ons in de pantoffels zonk, schreed danseres Lieve Meeussen plots in een uitwaaierende jurk van sneeuwwit katoen over ons laptopscherm. Oef.
...

De livestreampremière van Hands do not touch your precious Me, de verse worp van Wim Vandekeybus aka de topchoreograaf die als een hengst door het leven draaft, startte gisteravond met een vloek. Van ons. Wanneer we inlogden op het digitale platform 247.kvs.be kregen we na lang en intens turen naar een draaiend cirkeltje de mededeling '502 bad gateway'. Lap. Net wanneer de moed ons in de pantoffels zonk, schreed danseres Lieve Meeussen plots in een uitwaaierende jurk van sneeuwwit katoen over ons laptopscherm. Oef.Meeussen vertolkt de belangrijkste Soemerische godin Inanna - zij was onder meer de godin van de liefde - die meer dan 4000 jaar geleden vereerd werd in wat vandaag Irak is. In de voorstelling beleven we haar reis naar de onderwereld. Daar wil ze haar zus Eresjkigal - vertolkt door beeldend kunstenaar Olivier De Sagazan - van de troon stoten. Om die reis te kunnen maken, ruilt ze bij haar oom Enki - met kracht en elegantie vertolkt door Vandekeybus himself - een camera voor zogeheten een bende 'Me's' (dat zijn, in de Soemerische religie, levenskwaliteiten). Die Me's worden vertolkt door zeven dansers. Na de ruil laveert Vandekeybus, gewapend met die camera, tussen de zeven dansers en maakt prangende close-ups die op een hoge houten wand - het enige decorstuk - geprojecteerd worden. Vandeybus kwam de godin Inanna op het spoor dankzij het werk van de dichteres Enheduanna. Zij is de eerste auteur ter wereld van wie de teksten (in spijkerschrift) bewaard zijn. Zij eerde Inanna in emotionele hymnes, de titel 'Hands do not touch your precious Me' is een ciaat uit een van haar hymnes. De hartstocht waarmee Enheduanna schreef over de als een onweer razende godin die bergketens bedwingt met vuur en tranen, is even groot als de passie die van Vandekeybus' scènebeelden spat. Vandekeybus vertaalt Enheduanna's felle teksten in zinderende taferelen. Dat zijn dansers niet hoeven te spreken maar enkel doen waarin ze uitmunten - virtuoos bewegen én lonken naar de camera -, is daarbij een verademing. Het wervelende duet tussen Meeussen als Inanna en Vandekeybus als Enki, bijvoorbeeld, oogt als een zwierige wals op speed. En wanneer Enki met zijn zevenkoppige bende het podium op 'galoppeert', moet de cameraman zich razendsnel uit de voeten maken. Even schokt de camera, en het beeld. Die schok maakt het tafereel alleen maar imposanter. Nog een parel van een scène: het getwijfel van Enki om zijn 'Me's' aan Inanna te geven. Dat talmen resulteert in een verbluffende scène waarin de dansers elk apart heftig, schokkend bewegen terwijl ze Vandekeybus aankijken. Vechten met 'social distance', heet dat. En het werkt, gek genoeg. Van zodra Inanna's reis naar de onderwereld start, schakelt Olivier De Sagazan een versnelling hoger. Hij duikt letterlijk in de berg klei en vlasharen op het podium en meet zichzelf een 'kleikostuum' aan. Gaandeweg 'vangt' hij steeds meer bendeleden die hij vervolgens tot kleimonsters kneedt. Het hele podium transformeert tot een kleilandschap dat je, helaas, via een scherm nooit volledig kan overschouwen. De frustratie daarover vangt Vandekeybus - die de voorbije zomer flink wat ervaring opdeed met Draw from Within, een streamvoorstelling met het Londense dansgezelschap Rambert - goed op. Wanneer er in het laatste luik van de voorstelling een bacchanaal ontstaat, kiest hij steeds vaker voor close-ups. Dat laat hem toe om, eindelijk, met gekleurd licht te spelen. Zo word je in een onderwereldfeest vol uitzinnige mensen met witte punthoeden en door klei vervormde gezichten gezogen. Je zit voor je scherm en kijkt er jaloers naar. De aanzuigkracht van de beelden is niet alleen de verdienste van Vandekeybus. De elektroakoestiche soundscape - die loepzuiver in de oortjes klinkt - van de Spaanse componiste Charo Calvo blijkt dé maïzena van de voorstelling. Haar soundscape - van kleine fluistergeluidjes tot imponerende drumpartijen - is als een sterk stromende, zuivere rivier waarin alle beelden vlot drijven. Zo creëert Calvo een wereld die de dansers voortstuwt én je verbeelding prikkelt. Die verbeelding ziet overigens niet alleen Soemerische goden die met elkaar dollen. Die verbeelding ziet in Inanna ook een vrouw die zichzelf tracht heruit te vinden - wie niet? - en daardoor in menig hartstochtelijk, liederlijk en levensgevaarlijk avontuur verzeilt. Ze struikelt, ze glijdt, ze walst, ze valt, ze rent, ze vrijt, ze strompelt en ze versmelt, uiteindelijk, met de datgene waartegen ze vocht. Vochten wij tegen de verveling tijdens deze bijna twee uur durende livestream? Neen. Wim Vandekeybus keilt met deze voorstelling een duizend jaar oude mythe in onze schoot. Hij dringt die mythe niet op, maar toont met de hulp van kilo's klei, een camera, vuur, een geniale soundscape en zeven getalenteerde spierbundels die bijna sneller bewegen dan het licht hoe elk mens en elk volk, net als Inanna, een voortdurende strijd voert om een andere en liefst betere versie van zichzelf te worden. Maar hoe goed de drie camera's de voorstelling ook streamden: we misten de geur van een theater vol klei, we misten het om na afloop even langs het podium te lopen en van dichtbij het kleilandschap te bewonderen, we misten de wind die steevast te voelen is als Vandekeybus' galopperende dansers over de scène scheren. We misten, coronaverdomme, het theater. In afwachting van the real stuff is Hands do not touch your precious Me als een vuurbal die voorbijraast en je doet gloeien van bewondering én verlangen.