Wanneer het premièrepubliek nagloeiend van de pret het Cultuurhuis verlaat, staat op de stoep van een café een jong puberpaartje. Ze lijken net een zuil van liefde. De jongen is een hoofd groter dan zijn meisje. Hij slaat zijn armen helemaal om haar heen. Zijn kin rust op haar hoofd. Zij verdwijnt zowat compleet in de omhelzing.
...

Wanneer het premièrepubliek nagloeiend van de pret het Cultuurhuis verlaat, staat op de stoep van een café een jong puberpaartje. Ze lijken net een zuil van liefde. De jongen is een hoofd groter dan zijn meisje. Hij slaat zijn armen helemaal om haar heen. Zijn kin rust op haar hoofd. Zij verdwijnt zowat compleet in de omhelzing.Zó voelt Retro. Han Solo, in een regie van Joris Van den Brande, omsluit je met machtige moppen die je anderhalf uur lang doen verdwijnen in een wereld waar alleen gelachen, geschaterd, gegierd, geapplaudisseerd, gewuifd en gegiecheld wordt.Nochtans doet Solo in die schaterlachwereld weinig anders dan over de échte wereld praten. Of beter: hij vergelijkt de hedendaagse wereld met de wereld waarin Nopri, ASLK, Raider, Boccaccio, Koetjesreep en Mobistar nog hip waren. De logo's van die merken prijken als pronte lichtbakens op de scène. Solo - in zijn klassieke kloffie: kort shortje, vormloze sneakers, simpel T-shirtje en donkere bandana - danst, springt en wandelt hij voor, achter en op die logo's terwijl hij zijn hart lucht over een tijd en een wereld waarin iedereen zot lijkt geworden. Hijzelf wordt zot van tapas - 'Peuter een stuk vlees van tussen uw tanden. Hier! Ne Tapa!' -, van Payconiq, van WhatsApp, van alle parkeergeluidjes die de parkeerassistent in de wagen maakt, van te veel soorten tomaten, van te vreemde groentechips, van de pop-up op betaalpagina's die vraagt te bewijzen dat je geen robot bent,... Onder alle in grollen verpakte frustratie schuilt de oprechte bekommernis van Solo's geestelijke vader: Han Coucke. Heel af en toe schemert die door: 'We willen eerst allemaal nog een keer naar Thailand en pas dan gaan we aan beginnen aan het klimaat, niewaar?' Nadien moet hij enkele versnellingen hoger schakelen en een paar hilarische haarspeldbochten nemen om het gelach weer te doen daveren. Maar het lukt perfect. Hij stuurt je naar huis met pijnlijke kaken, een opgelucht hart en een klein duiveltje-in-short op je schouder dat vanaf nu telkens Solo-bokkesprongen zal maken als je je te zot gedraagt in een sowieso dolgedraaide wereld. Nochtans begint de avond met een frons. Coucke stampte tijdens de pandemie een nieuw format uit de grond: de zomerconference Mobilhome 2.0. Met een mobilhome - 'Nen diesel 2,.... Da's dus gedaan met die wagen' - reisde hij als Han Solo door Vlaanderen en gaf zijn kijk op het sexappeal van de virologen, op de verschillende golven die Steven Van Gucht kan veroorzaken en op het bevreemdende gedrag van senioren in vaccinatiecentra. Een deel van die grappen en de bijhorende songs - doldwaze liedjes op herkenbare melodietjes over trouwen, mondmaskers en barbecueën - recupereert hij tijdens Retro.Dit is begrijpelijk: hij start de show met opluchting. 'Na negentien maanden sta ik eindelijk terug op een podium met mijn niet-essentieel beroep'. Wie de show Mobilhome 2 beleefde, herkent een deel van de moppen. Dat is wat jammer, ook al is het logisch dat hij Retro opent met - overigens erg amusant - retromateriaal. En na dat coronahoofdstuk zet hij een succulente show neer waarin hij met handen en voeten plus negentien maanden opgespaarde energie bewijst hoe essentieel stand-upcomedy is. 'Lig links op je hart. Dat plet wat verwart' dichtte Judith Herzberg jaren geleden. Het is een prachtadvies. Daar kan nu een versregel aan toegevoegd worden: 'Of ga naar Retro van Han Solo.'