'Keizot!', dat was de reactie van de toeschouwer achter ons nadat zijn partner hem kort uitlegde wat de Tibaldus-bende had uitgespookt met Wole Syinka's stuk Madmen and Specialists (1970). 'Ze hebben Wole Soyinka's tekst vertaald en zetten vooral in op hun sterke actrices.' Dat klopt als een bus. Wanneer die actrices aan het woord zijn, levert dat inderdaad 'keizot' toneel op.
...

'Keizot!', dat was de reactie van de toeschouwer achter ons nadat zijn partner hem kort uitlegde wat de Tibaldus-bende had uitgespookt met Wole Syinka's stuk Madmen and Specialists (1970). 'Ze hebben Wole Soyinka's tekst vertaald en zetten vooral in op hun sterke actrices.' Dat klopt als een bus. Wanneer die actrices aan het woord zijn, levert dat inderdaad 'keizot' toneel op. Dat toneel speelt zich 'ergens' af. Het decor bestaat uit niets meer dan twee kale, blankhouten huisjes (met elk een raam, een deuropening en geen dak) die aan weerszijden van het toneel staan. Tussen de huisjes loopt een weg. Het grijze zeil dat die weg verbeeldt, hangt een beetje over de rand van de scène. Recht de echte wereld in. Alsof regisseur Timeau De Keyser op die manier wil duidelijk maken dat het vreemde verhaal dat hij met cinematografische allure en de precisie van een diamantslijper ensceneert, ook - vooral - een spiegel is van wat in die echte wereld gaande is. Dat verhaal voert een bijzondere familie op bestaande uit de arts/specialist Bero die terugkeert uit de oorlog en sindsdien ook lid is van de militaire inlichtingendienst (een rol die zonder franjes maar magistraal vertolkt wordt door Katrien Valckenaers), Bero's tedere zus Si Bero (een innemende Ferre Marnef die zich steeds meer opwerpt als een beloftevol karakteracteur) en hun volgens Bero 'gekke' vader (Marjan De Schutter, zoals steeds oersterk). Zij wonen naast een stelletje oude vrouwen (vertolkt door Lieselotte De Keyzer en een Anna Franziska Jäger, vooral die laatste combineert in haar spel power met mysterie). Op het lapje grond vóór de huizen kamperen een viertal bedelaars met een sluw plan. En tussen al deze lui waart Sander De Winne die op operateske wijze - en met een falsetstem - de regieaanwijzingen zingt. Daarbij plukt hij melancholische klinkende melodieën uit het oeuvre van onder meer de Vlaamse polyfoniecomponist Gilles Binchois en de Duitse minnezanger Neidhart von Reuental, zo leren we uit de persmap. Dat zingen is een mooie vondst, de mannelijke hoofdpersonages laten vertolken door een stelletje topvrouwen is een topkeuze. Maar de opvallendste en meest interessante keuze die De Keyser maakt, is zijn acteurs evenveel laten dansen als 'gewoon' acteren. Neen, verwacht geen pirouettes of wellustig gewals. De Keyser pakt het subtieler en vooral minimalistischer aan. Met een vouwmeter - vermoeden we - zat hij zijn acteurs op de hielen en liet hen afstand tot elkaar bewaren zodat ze intenser moeten spelen én hij toonde al vouwend met de meter bepaalde bewegingen voor. Welke bewegingen? Hoekige bewegingen met de armen en gekruiste bewegingen met de benen. Dat leest nogal bizar, dat beseffen we. Maar De Keyser regisseert zijn acteurs - allen in sobere, haast 'gewone' kleren die elk personage fijntjes karakteriseren en qua kleuren op elkaar zijn afgestemd (Bero, bijvoorbeeld, draagt een zwarte broek, een blouse in militair groen en bruine laarsjes) - zó dat die bewegingen perfect in hun spel passen. En waar staan die bewegingen voor? Zonder te veel over de afwikkeling van het verhaal te verklappen: het lijkt alsof De Keyser het hakenkruis choreografisch 'herinterpreteert' en zijn personages op die manier ontmaskert als vervaarlijk machtsgeile individuen die steeds minder écht nadenken maar zich laten leiden door een holle ideologie. De scènes waarin zang, 'dans' en het spel van (vooral) de actrices elkaar versterkt zijn knappe staaltjes minimalistisch theater met politieke ondertoon. Wanneer De Keyser daar minder op inzet en, bijvoorbeeld, de vier bedelaars als stereotiepe brallende, gehandicapte bedelaars over de scène laat strompelen, verliest zijn regietaal haar glans en valt ze te plat neer. Gelukkig zijn de 'platte' scènes in de minderheid en bevestigt De Keyser met deze productie zijn kunde als regisserend avonturier die al spelend met minimale maar perfect gedoseerde injecties licht, muziek en rekwisieten maximaal effect tracht te bereiken. Hét geheim om daarin te slagen, zijn sterke spelers. En op dit vlak is Gekken en specialisten het theatrale bewijs van wat James Brown ooit zo geweldig zong: 'This is a man's world. But it wouldn't be nothing, nothing without a woman or a girl'.