Is het een goed idee om de dag waarop je een dierbare verliest toch naar het theater te trekken en je er te laten trakteren op een dansante cabaretvoorstelling over vergankelijkheid die - even slikken - de avond opent en sluit met de allermooiste, intieme versie van Judy Garlands Somewhere over the rainbow? We ondervonden het en kunnen beamen: ja, het is een goed idee.
...

Is het een goed idee om de dag waarop je een dierbare verliest toch naar het theater te trekken en je er te laten trakteren op een dansante cabaretvoorstelling over vergankelijkheid die - even slikken - de avond opent en sluit met de allermooiste, intieme versie van Judy Garlands Somewhere over the rainbow? We ondervonden het en kunnen beamen: ja, het is een goed idee.Je gemoedstoestand wordt als het ware opgekrikt, net zoals het ontzettend hellende podium. Gardenia. Tien jaar later speelt op dezelfde parketvloer als de 'oervoorstelling' uit 2011. Die vloer helt zo dat het podium vlakbij de toeschouwers zeker een meter lager is dan achteraan. Het podium reikt als het ware naar de hemel. Het verplicht de acht performers - zeven mannen en een vrouw - om behoedzaam maar ook met een zekere zwier over dat podium te flaneren. Die performers doen niets liever. Al jarenlang niet. Tien jaar geleden maakten Platel en co samen met hen, en op aanvoeren van de Gentse theatermaakster Vanessa Van Durme, een stuk als een weelderig bloeiende pioenroos over een vrouw en zeven mannen die al dan niet heel gepassioneerd flirten met de vrouw in zich én met de jonge, viriele danser op de scène.Anno 2021 staat dezelfde groep op de scène. Elk met een gelaat waarop alle lief en leed groefsporen naliet. Min eentje. Die woont intussen 'over the rainbow'. Daarom besluiten de kompanen om, na vijftig jaar stralen als cabaretiers dankzij de adoratie van het publiek, nog een laatste keer op te treden. Als eerbetoon aan die ene kompaan die er niet meer is. De lege stoel - waarop een rode glitterjurk gedrapeerd is - doet de hele voorstelling mee. Heel voorzichtig, eerst op de tikkende tonen van de tijd, dan op de zachte tonen van onder meer Maurice Ravels Bolèro transformeren de acht performers in hun grijze pakken - net meeuwen - tot stralende cabaretières die gracieus en behoedzaam over de schuine scène bewegen en de tijd van hun leven hebben.Platel en Van Laecke laten hen bij momenten haast in slow motion over de scène bewegen op flarden muziek die nooit uitbundig weerklinkt maar eerder als een herinnering die opflakkert en dan weer wegdeemstert. Dan duikt het ritme van de voorstelling al eens de dieperik in. Gelukkig zijn de performers straf genoeg om de schwung telkens weer herop te bouwen. Vooral dankzij de solo's waarin de meesterlijke hand van zangcoach Steven Prengels zichtbaar wordt. Tijdens zo'n solo brengt een van hen een klassieker, zoals Marlene Dietrichs Sagmir, wo die Blumen sind of Cucurrucucú paloma, met evenveel tederheid, trots als tristesse. In vol ornaat, in het midden van de hellende scène en van het leven dat ze gretig leven, op hun manier. Voor de regenboog verschijnt. De scènes waarin Vanessa Van Durme in het schuun Gentsch een grapje maakt, geven het geheel iets knisperends en breken de melancholie even. Van Durme heeft een geweldige uitstraling. Wanneer ze met de jonge viriele danser, Hendrik Lebon, over de liefde praat, is het verschil tussen beide voelbaar waardoor Lebon - hoe breekbaar schoon zijn spel ook is - toch wat verbleekt bij Van Durme. Ondanks die haperingetjes en dipjes is Gardenia. Tien jaar later bovenal een genot voor het oog en het oor. Het is een ode aan het leven dat je vooral moet leven in het lichaam waarin je kan bloeien als een pioenroos. En het is ook een weldaad voor een droef hart.