The Play = Nachtelijk Symposium
...

'Amai, wat een marteltuig is me dat!' Een van de toeschouwers bekijkt fronsend het taboeretje waarop ze het komende anderhalf uur de opvoering van Nachtelijk Symposium mag beleven. Het stoeltje bestaat uit een rond, houten zitvlak en één poot. Die poot is netjes in het midden van het zitvlak gemonteerd. Met wat verbeelding kan je er een tol in zien. De meeste toeschouwers gaan er wat onwennig op zitten. Anderen blijven staan, er zijn sowieso niet genoeg taboeretjes voor iedereen. Iedereen zit/staat/hangt rond Lawrence Malstafs houten 'tollenarena'. U moet het zich voorstellen als een brede, rechthoekige houten sloep van 6 bij 10 meter waarin tollen van verschillende grootte razen. Sommige toeschouwers blijven wat beteuterd op afstand staan. Er zijn 'gewone' stoelen beschikbaar maar dan zitten en staan er steeds andere toeschouwers in de zichtlijn. Kortom, regisseur Mesut Arslan doet geen toegevingen aan het comfort van zijn toeschouwers of zijn spelers. Hij moest en zou de ideale ruimte scheppen waarin De Volders familiedrama gespeeld én beleefd kan worden. Missie indrukwekkend geslaagd. Arslan schaarde een ploeg atypische spelers rond zich die één ding delen: een haast rauwe, bestiale drift waarmee ze zich in de tekst en de rol vastbijten.Yves De Pauw, Bernard Van Eeghem en Ina Geerts zijn de meest ervaren spelers en zetten ijzersterke vertolkingen neer. Maar ook Gokhan Girginol, Lotte Diependaele en Junior Mthombeni imponeren. Het geheim? Arslan toont zich een uitmuntend acteursregisseur die voor elke speler de juiste rol en 'fysiek' heeft gekozen. De tengere Diependaele, bijvoorbeeld, glijdt telkens als een paling de arena in terwijl de grote De Pauw koortsachtig rond het speelvlak ijsbeert en de explosieve Girginol gevaarlijke toeren op de rand van de arena uitvoert. Wanneer Van Eeghem op zijn hurken door de arena wandelt - aan de hand van Girginol - ontstaat er een even bevreemdend als ontroerend beeld van de grootmoeder aan de sterke hand van haar kleinzoon. Elke acteur - in beige werkpak met doorzichtige, plastic beenbeschermers - drijft op een voor hem of haar cruciaal moment een tol in de arena. Die tollende gevaartes verbeelden perfect de tollende frustraties van de personages.De tekst - een nachtelijke, felle familieruzie tussen moeder en zoons met als onderwerp de overname van het familiebedrijf door een van de zoons - is een expressieve bom vol kleurrijke kreten en simpele zinnen die hartzeer verraden ('Naast de frigo slapen, ma, is dat normaal, ma?'). De Volder pootte zijn eigen teksten telkens neer op scènes vol felgekleurd licht en acteurs met expressief geschminkte gezichten en van ellende kromgetrokken lichamen. Die ensceneringen waren zo kenmerkend dat sinds de dood van De Volder (in 2010) niemand zich aan de opvoering van zijn teksten waagde. Tot nu, dus. Arslan slaagt er wonderwel in om de tekst van De Volder op een geheel andere - letterlijk kleurloze - maar even fysieke manier te ensceneren. De personages zijn vleesgeworden tollen in de arena der familievetes. Je zit er wankel bij en kijkt er onthutst naar. Dat wankel zitten - lekkere work-out voor de beenspieren, overigens - eist jammer genoeg zijn .... euh.... tol. Arslan laat zijn acteurs ook langs de toeschouwers rennen die dan inderhaast moeten wegspringen. Arslan toont zich hier in topvorm en geeft een van de meest oer-Vlaamse repertoireteksten een spiksplinternieuw leven in een geweldige, haast agresssieve vorm. Hij slaagt erin om de tekst, het spel én het beeldend kunstwerk tot een ontluisterend, 'tollend' geheel te monteren, dat de heetgebakerde en de onredelijke kant van elke familievete toont. Het enige werkpunt is dat hij met de nietsontziende enscenering een deel van de toeschouwers 'verliest'. Het oncomfortabele zitten/hangen/staan past perfect binnen het concept en het thema, maar verstoort, voor sommigen, de beleving van de voorstelling. Dat is zonde. Voor de toeschouwers en voor deze schitterende tour de force van regisseur en acteurs. Smaakmaker: