In een gouden glitteronderbroekje danst choreograaf Jan Martens een van zijn mooiste en misschien wel zwaarste solo's. Op de razendsnelle tonen van Phrygian tucket (een muziekstuk dat Stephen Montague in 1995 voor Chojnacka componeerde) staat hij stokstil terwijl zijn bovenlichaam voortdurend buigt en opveert en zijn armen molenwieken. Zijn ritme volgt het ritme van de muziek, zijn armen reageren op de afzonderlijke tonen en hoe hoger de toon, hoe hoger zijn bewegingen. Een huzarendans.
...

In een gouden glitteronderbroekje danst choreograaf Jan Martens een van zijn mooiste en misschien wel zwaarste solo's. Op de razendsnelle tonen van Phrygian tucket (een muziekstuk dat Stephen Montague in 1995 voor Chojnacka componeerde) staat hij stokstil terwijl zijn bovenlichaam voortdurend buigt en opveert en zijn armen molenwieken. Zijn ritme volgt het ritme van de muziek, zijn armen reageren op de afzonderlijke tonen en hoe hoger de toon, hoe hoger zijn bewegingen. Een huzarendans.Die solo heeft hij te danken aan Elisabeth Chojnacka (1939-2017). Zij was een Poolse die in Frankrijk woonde en er uitgroeide tot een legendarisch getalenteerde klaveciniste. Haar razendsnel over de toetsen dartelende vingers leken wel een verlengde van die toetsen. Martens raakte zo door haar werk geïntrigeerd dat hij besloot haar te portretteren. Hoe? Door op zeven voor of door haar geschreven composities een dans te creëren en die uit te voeren op een witte balletvloer met witte achterwand. De zeven stukken worden met elkaar verbonden door televisiefragmenten - onder meer uit de televisieshow Journal du spectacle - die op de achterwand geprojecteerd worden en waarin Chojnacka bejubeld wordt of zelf het woord krijgt. Na dit portret ga je naar huis met quizklare weetjes over deze componiste en een honger om haar werk te ontdekken. Je beent ook huiswaarts met véél bewondering voor Martens. Hij draagt de solo dapper en met serene waardigheid. Hij flirt met tango, breakdance, hedendaagse dans. De zeven delen samen vormen de puzzelstukken waarmee je een portret bij mekaar kan puzzelen van een gedreven muzikante die met haar virtuositeit een klavecimbel tot meer verleidt dan waar het muziekinstrument toe in staat is. Martens doet alles om zijn bewondering voor Chojnacka over te hevelen naar het publiek. Maar in zijn nobele poging haar niet te overklassen met zijn dansmoves vult hij sommige muziekstukken met iets te minimale dansbewegingen in. Door die bescheidenheid zijn enkele van de zeven dansen eerder bloemen in de knop dan bloeiende dans. Op die momenten had Martens zijn persoonlijkheid en passie gerust sterker naar de voorgrond kunnen schuiven.