...

'Ik vond het goed, ja. Ik denk dat ik net slim genoeg ben om te begrijpen waar het over ging. Het was toch een levensbeschouwelijke voorstelling, niet?', vraagt een toeschouwer na afloop aan zijn vrienden. 'De dame naast me miste een helder programmablaadje. Zij had duidelijk geen zin in een avondje experimenteel theater', voegt hij er grappend aan toe. Zowel de jongeman als de dame die naast hem zat, hebben een punt. Neen, je hoeft het programmablaadje niet te blokken alvorens af te zakken naar de voorstelling. Af te dalen is overigens een betere woordkeuze. Want je zit tussen de mijnlampjes en rond een gigantisch hoge, kubusvormige steiger, net alsof je op de bodem zit van de mijn waar kunstenaar Wim Catrysse filmde. Die beelden worden geprojecteerd op schermen, een scherm per flank van de steiger. Wat de metaforische betekenis is van de filmbeelden wordt uitgelegd in dat programmablaadje. Er wordt toegelicht hoe de inzichten van filosofen Peter Sloterdijk en Slavoj Zizek aan de basis liggen van deze voorstelling. 'De enige catastrofe die iedereen overtuigt, zal de catastrofe zijn die niemand overleeft', is een van de Sloterdijk-citaten in het programmablaadje. Regisseur Wouter Van Looy wilde een metaforisch portret van de wereld-in-crisis maken én wilde daar ook enige hoop tegenover plaatsen. Klinkt dat ingewikkeld? Dat is het eigenlijk niet. Van Looy monteert de filmbeelden die Catrysse maakte in de mijn van Barentsburg - een Russische mijn op Noors grondgebied die enkel uit strategische overwegingen opengehouden wordt - tussen de lyrische liederen van Heinrich Schütz (1585 - 1672) én de klaagzang die stemkunstenaar David Moss (hij zit aan de voet van de steiger) fluistert, schreeuwt, zingt en zegt. Componist Nicolaus Brass verbindt dit alles met een compositie waarin kreten, geschreeuw, gefluister, handgeklap en tandgeklapper een bevreemdend klankenlandschap vormen. Die klanken zijn zó bevreemdend dat Schütz' lyrische liederen extra tot hun recht komen. Van Looy laat de koorleden van het uitmuntende ChorWerk Ruhr - onder de serene begeleiding van Florian Helgath - door de hele zaal dolen. De voorstelling begint met het tekstfragment dat we hierboven citeerden. Alleen al door de woorden slaat de koude je om het hart. En dat gevoel versterkt nog in combinatie met Catrysses beelden van het bevroren sneeuwlandschap in Barentsburg. Wanneer het koor na die eerste 'koudegolf' een eerste lied van Schütz inzet, overvalt de pracht van hun stemmen je als een warme deken. Earth Diver laat zich vooral beleven als een portret van een letterlijk en figuurlijk koude plek op aarde waar mijnarbeiders overleven om politieke redenen. De beelden van de arbeiders die leeg voor zich uit turen, raken het meest. Vooral omdat Van Looy ze combineert met de lyriek van Schütz. De prachtige tekst van Paul Verrept - waarin een van de mijnarbeiders aan het woord lijkt en zijn bestaan overschouwt - tilt het geheel naar een existentiële crisis (én, uiteindelijk, een hoopvol inzicht). Om er ook nog eens het portret van een wereldcrisis in te zien, bestudeer je best vooraf of nadien alsnog het nogal filosofische programmablaadje. Smaakmaker: