In 1615 schrijft Miguel de Cervantes een roman over een Spaanse edelman die denkt dat hij de dolende ridder Don Quichote de la Mancha is. Vanop een boerenknol en bijgestaan door zijn buurman alias 'knecht' Sancho Panzo vecht hij tegen het onrecht en voor het hart van zijn grote liefde Dulcinea.
...

In 1615 schrijft Miguel de Cervantes een roman over een Spaanse edelman die denkt dat hij de dolende ridder Don Quichote de la Mancha is. Vanop een boerenknol en bijgestaan door zijn buurman alias 'knecht' Sancho Panzo vecht hij tegen het onrecht en voor het hart van zijn grote liefde Dulcinea. Brent Vandecraen gebruikt enkele elementen uit dit verhaal om zijn verhaal te vertellen. Hij voert zichzelf op als 'Don Quichot' die in zichzelf en in de liefde gelooft ondanks zijn lichaam. Vandecraen werd geboren met een lijf dat de stempel 'met een beperking' krijgt. Dat weerhoudt hem er niet van zijn droom achterna te jagen: acteur worden. Hij bewees eerder al in de Het Gevolg-producties Wortel van glas en Henry V dat hij een beklijvend speler is die zijn lijf-met-een-beperking weet in te zetten als een verrijking. Niet iedereen ziet dat zo. Dat vertelt hij in korte, poëtische zinnen. Zijn verbeelding houdt hem overeind, zegt hij. Zijn verbeelding is als het ware zijn Dulcinea. 'Ik ben een grote last voor mezelf als jij er niet bent. Jij bent mijn evenwicht in het leven', bekent hij aan Dulcinea. Die Dulcinea werd tijdens de opvoering die ik zag stijfjes vertolkt door Marit Stocker, zij verving die avond Eugenia Quarshie. Sancho Panza wordt dan weer te bedeesd gespeeld door Ehsan Rahimi Tembi. Hij helpt en houdt Vandecraen letterlijk overeind. Want op de scène verplaatste Vandecraen zich niet in een rolstoel maar met zijn (kwetsbare) benen, geholpen door twee stokken ('Mijn paard!'). Toekijken hoe Vandecraen met een van inspanning trillend lijf over de scène stapt terwijl hij vertelt over zijn bezorgde moeder en zijn verlangen om lief te hebben, ontroert. Toch blijf je op je honger zitten. Dat ligt aan de tekst (te weinig verhalend), het tegenspel van Stocker en Rahimi Tembi (te houterig) en de regie (te minimalistisch). Net bij acteurs die alle baat hebben bij een omhullende regie kiest Stefan Perceval voor absoluut minimalisme. Hij laat zijn acteurs dolen over een kale, zuinig verlichte scène. Net zoals Don Quichote de la Mancha door het leven doolt. Die insteek is perfect te begrijpen maar het werkt niet. Zo'n kwetsbare spelersploeg redt het niet met een uitgebeende regie. De gedrevenheid waarmee Vandecraen spreekt en beweegt, houdt wél de vlam van de voorstelling brandend. 't Is een waakvlam. 't Had een prachtig kampvuur kunnen zijn waaromheen Don Quichote en zijn Sancho Panza fantaseren over een vredevolle wereld, waar inclusie geen modewoord, maar een evidentie is.Fragment: