'Pas op voor de vijver!', is het zinnetje waarmee je op regendagen - zoals donderdag 15 juli - verwelkomd wordt op de openluchtsite van de Zomerfabriek. Op de wat hobbelige betonvloer vlakbij de tribune vormt zich een steeds grotere 'vijver'. Regisseur Marc Maillard gaat deze gigaplas plus de andere 'vijvers' die zich op het speelvlak vormen te lijf met een vloertrekker terwijl zijn tienkoppige cast hun kostuums onder zwarte regenjassen dragen.
...

'Pas op voor de vijver!', is het zinnetje waarmee je op regendagen - zoals donderdag 15 juli - verwelkomd wordt op de openluchtsite van de Zomerfabriek. Op de wat hobbelige betonvloer vlakbij de tribune vormt zich een steeds grotere 'vijver'. Regisseur Marc Maillard gaat deze gigaplas plus de andere 'vijvers' die zich op het speelvlak vormen te lijf met een vloertrekker terwijl zijn tienkoppige cast hun kostuums onder zwarte regenjassen dragen. Die cast speelt, samen met de heerlijk grappige en expressieve latexpoppen, een ontroerend broederschapverhaal dat los gebaseerd is op de film Farinelli, het boek Stem van Daan Esch en de roman Melodieën van Helmut Krausser. Zowel Farinelli als Stem zoomen in op het Italië van de achttiende eeuw toen castraatzangers razend populair waren. Op dat Italië focust Diva evengoed. De straatarme boerenjongen Angelo doet mee aan La Voce, een zangwedstrijd die verdacht veel lijkt op The Voice en georganiseerd wordt door het Vaticaan. In de jury zetelen katholieke priesters en bisschoppen. Angelo komt, ziet en overwint. De priester weet zijn ouders - varkenskwekers die op een hilarische manier aan het publiek worden voorgesteld - listig om te kopen. Het gevolg? Angelo én zijn broer Ricardo gaan op levenslang zangavontuur naar het Vaticaan waar ze ook, zij het subtiel en met een ferm scheut humor (dankzij de geestige poppen), met kindermisbruik, racisme en vrouwendiscriminatie te maken krijgen. Helaas sluipt er ongeluk, jaloezie en nijd in de relatie tussen de broers. Dat zorgt voor een breuk en een tragisch einde. Toch levert dat allerminst een donkere voorstelling op.De energie spat van de scène, dankzij het uitmuntende poppenspel én de interactie tussen de poppen en de twee hoofdrolspelers: actrice en zangeres Abigail Adam en contratenor Serge Kakudji. Zij zingen, dansen en spelen de sterren van de druilerige hemel als Alexandra (het lief van Ricardo) en als Angelo. Ze zingen zowel klassiek als funky. De begeleidende livemuziek, gearrangeerd door B.O.X Baroque Orchestration X, wordt met veel schwung uitgevoerd door Justine Bourgues, Nelle Bogaerts en Pieter Theuns. Op de heerlijke klanken van onder meer Mozarts Der Zauberflöte en Händels Ombra mai fu serveert Froe Froe een verslavend vlotte productie. Iets te vlot soms, het verhaal kan zeker meer uitgediept worden, alle nadruk ligt nu op een zo razendsnel mogelijk opeenvolging van alle gebeutenissen. Maar de manier waaropDiva spelplezier aan beeldschone operazang en doldwaas poppenspel koppelt, levert bovenal een onderhoudende voorstelling op die jong en oud kan bekoren, hoe hard het ook regent - of hoe fel de zon ook schijnt.