Zo idyllisch de omgeving is - een tuin langs de Schelde met veel fiere bomen, bronstige eenden en uitbundig bloeiende bloemen - waarin Jozefien Mombaerts afgelopen donderdag in première ging met Een pleidooi voor zelfmoord, zo ontwrichtend is het onderwerp.
...

Zo idyllisch de omgeving is - een tuin langs de Schelde met veel fiere bomen, bronstige eenden en uitbundig bloeiende bloemen - waarin Jozefien Mombaerts afgelopen donderdag in première ging met Een pleidooi voor zelfmoord, zo ontwrichtend is het onderwerp.En zo ontluisterend is het beeld dat constant door ons hoofd flitst tijdens de voorstelling... Jaren geleden werd 's avonds laat hard op ons keukenraam geklopt. Toen we de keukengordijnen opzijschoven, keken we recht in de van angst opengesperde ogen van onze puberende overbuurjongen. Hij had bij thuiskomst zijn moeder gevonden. Op zolder. Waar ze zich verhangen had. Die ogen vergeten we nooit meer. De blik zorgde ervoor dat we ervan overtuigd zijn dat elk mens met suïcidale gedachten moet geholpen worden voor het te laat is.Mombaerts tracht in haar solo met de grootst mogelijk tederheid net dát te doen: begrip vragen voor mensen die overwegen om uit het leven te stappen. 'Ik wil dood', is haar kogelharde openingszin. 'Soms is poëzie onnodig', voegt ze er meteen aan toe. Ze staat mentaal poedelnaakt op het toneel. En ze staat er met een naturel alsof ze in een huiskamer staat. Heel op het gemak maar alert omdat ze weet dat haar verhaal op gigantisch veel afweer kan stuiten in een land met torenhoge zelfmoordcijfers. Ze staat overigens niet als zichzelf op het toneel maar als 'Fien', een vrouw die haar zus zou kunnen zijn. Fien kampt al sinds haar zevende met die 'ik wil dood'-gedachte en heeft de liefde van haar leven ontmoet. Maar, de man wil kinderen en zij niet. Dus rijdt ze met haar witte Renault Clio weg. Zo ver weg tot ze aan een villa op een idyllische plek belandt waar men kamers verhuurd aan mensen die 'uit het systeem willen stappen'. Ze laten iets achter in 'de kamer van de laatste zucht' en dan gaan ze heen op de manier die ze wensen (en kunnen betalen). Fien vertelt over haar familie, het drama dat ze meemaakten, haar theaterdroom en loodst ons zo langzaam naar het moment waarop zij 'de kamer van de laatste zucht' zou kunnen betreden. Mombaerts vertelt niet alleen met de grootst mogelijke tederheid maar ook met een sierlijke opgewektheid. 'Mijn zelfbeeld is een kwispelende labrador'. Muzikant Joeri Cnapelinckx is haar te bescheiden sparringpartner. De dialoog tussen hen kan intenser. Op de première vloeiden de scènes met en zonder muziek iets te schokkerig in elkaar over. Ook al moet een solo over zo'n onderwerp allerminst 'vlot' gebracht worden.Een pleidooi voor zelfmoord is gelukkig géén pleidooi voor het plegen van zelfmoord. Het is wél een moedig pleidooi om de term 'zelfmoord' te gebruiken. Mombaerts kiest er heel bewust voor om niet het minder beladen woord 'zelfdoding' te gebruiken. Het is een poging om de suïcidale gedachten loepzuiver te benoemen, ze veel meer bespreekbaar te maken en, misschien (hopelijk!) daardoor, de kans te verkleinen dat iemand het cadeau dat het leven is niet langer wil uitpakken. In het gesprek met Knack over deze voorstelling licht Mombaerts de keuze voor deze titel verder toe en motiveert ze dat het een door de maatschappij ingegeven keuze is. Onze overbuurjongen is niet meer. Hij volgde zijn moeder. In zijn hoofd nestelden zich na haar dood de drie woorden waarmee Mombaerts haar solo begint. Hij durfde niet praten. Niemand van zijn naasten durfde luisteren. Dát is dit stuk: een pleidooi om - als individu en als samenleving - écht te luisteren naar en te spreken over suïcidale gedachten. Het is een zacht gezongen ode aan het onvermoeibaar pogen om te blijven (over)leven.