The Play = Dagboek van een verdwenene
...

The Play = Dagboek van een verdweneneGezelschap = Transparant en Toneelgroep AmsterdamIn een zin = Een strakke iets te fragmentarische voorstelling die vooral op muzikaal vlak scoort en toont hoe de toekomst van de opera misschien wel vrouwelijk is. Hoogtepunt = De scène waarin Zefka haar liefde én wanhoop uitschreeuwt op een, dankzij componist Annelies Van Parys, verbluffende manier. Quote = 'Ach, wat ik verloren heb, wie zal me dat teruggeven?'Meer info: www.transparant.beIn 1917 schreef Leos Janácek zijn amoureuze gevoelens voor zijn muze Kamila Stösslová van zich af in een 22-delige liedcyclus voor piano, mezzosopraan, tenor en vrouwenkoor. Het verhaal is eenvoudig: hij laat de brave Janik zwelgen van verlangen naar zijn minnares, de zigeunervrouw Zefka. Die korte liedcyclus herschrijft Van Parys door de stem van Zefka veel prominenter te maken. Regisseur Ivo van Hove volgt haar daarin. Dat levert een glasheldere kameropera op waarin de vrouwenstem zegeviert.Het scènebeeld werd ontworpen door van Hoves vaste scenograaf Jan Versweyveld. Versweyveld zet een, op het eerste zicht erg realistische, replica van een werkruimte op de planken. Het is de werkruimte van de fotograaf Janik. Centraal staan de werktafel en de piano (elegant en met veel emotie bespeeld door Lada Valesova). Aan de ene zijkant staat een keukentje. Aan de andere kant zie je een klein salon met tafel en sofa. Alles baadt in een schemerig licht. De wanden ogen als een plastic, geperforeerd gaas. Tonen die wanden hoe de smoorverliefde ziel van Janik oogt? Misschien.Via de deur komt Zefka (sereen vertolkt door de mezzosopraan Marie Hamard) binnen. Ze zet koffie, ze gaat zitten, ze zet een bandopnemer aan en er klinkt een stem die haar verzoekt achter de piano plaats te nemen. Die scène is geïnspireerd op een fragment uit een van de brieven van Janácek aan Stösslová. Daarin wil hij zijn muze middels instructies de kunst van het pianospelen bijbrengen. van Hove verrijkt het verhaal echter niet enkel met zulke elementen uit Janáceks leven. Hij ontdubbelt de mannelijke figuur. Niet alleen de jonge, smoorverliefde Janik (met soms iets te veel bravoure vertolkt en gezongen door tenor Ed Lyon) staat op de scène, ook zijn oudere zelf staat er. Die rol speelt Hugo Koolschijn. Het is geen gemakkelijke klus om tegelijkertijd aanwezig te zijn maar je toch niet te zichtbaar te maken zodat de focus niet weggenomen wordt van de twee jonge, zingende hoofdpersonages. Koolschijn slaagt daar, mede dankzij de arendsblik van van Hove, voortreffelijk in. Toch zorgt die inhoudelijke gelaagdheid niet steeds voor een coherente voorstelling. Alles is glashelder maar alles en iedereen staat soms te veel naast elkaar. Wat boven dit alles uitsteekt, is de manier waarop Van Parys de zigeunervrouw in het werk schrijft. Van Parys verweeft haar krachtig, 21ste-eeuwse stijl naadloos met Janáceks stijl. Ze onderscheidt zich zonder de opera te breken. Integendeel. Luister (én kijkt!) in de onderstaande video naar de verbluffende aria van Hamard die start op 39:38. Die manier waarop van Hove Hamard op Lyon laat zitten en de golvende, klank- en ritmerijke solo van die sterke Zefka bewijst waarom de toekomst van de opera wel eens vrouwelijk zou kunnen zijn. Op de scène maar zeker ook naast de scène, aan de componeertafel. Els Van SteenbergheSmaakmaker: