...

Het enige wat op de scène ligt in de Aida van De Munt is een 'rots'. Dat oogt onthutsend kaal als het decor van een opera die sinds de première in 1871 in de meest potsierlijke en grootse decors is opgevoerd. Die keuze voor bombast is overigens niet toevallig want Verdi's soms zwaar aanzwellende muziek verdraagt zoveel pracht en praal. Maar De Munt bewijst nu dat Verdi's compositie nóg beter tot haar recht komt in een decor dat zichzelf niet belangrijker acht dan het stuk.Het brein achter die meesterzet is de Griekse theaterregisseur Stathis Livathinos. Hij leidt het Nationaal Theater van Griekenland en vond het gek genoeg geen verlammende gedachte om als operaregisseur te debuteren met een van de meest barokke én bekende opera's ooit geschreven. Dat getuigt van lef. Dat lef vertaalt zich ook in zijn moedige regie. Hij pakt dus niet uit met rijdende decors maar met ijzersterk spelende, sober geklede zangers. Door alle ballast en prullaria van het toneel te weren, slaagt hij erin om Verdi's Aida te ontmaskeren als een intieme opera over onmogelijke passie in tijden waarin de rancune tegenover 'vreemdelingen' opflakkert. Bovendien oogt de kale scène als de ziel van Aida: een leegte, een woestenij. Door een uitgekiend lichtspel op het rotsblok vertolkt het decor ook, op een subtiele manier, de wisselende stemmingen van Aida.Sopraan Monica Zanettin vertolkt Aida (een Ethiopische prinses én slavin van de Egyptische prinses Amneris). Tenor Gaston Rivero is Radamès (beleidsvoerder van de Egyptische gevechtstroepen die de strijd tegen Ethiopië winnen én geliefde van Amneris) en mezzosopraan Ksenia Dudnikova vertolkt Amneris (Egyptische prinses en geliefde van Radamès). De plot laat zich raden: de Ethiopische Aida verloor haar hart aan de Egyptische Radamès. De liefde is wederzijds maar onmogelijk. De opera eindigt wanneer de tortelduiven elkaar vinden in de dood. Livathinos focust volledig op die gespannen driehoeksverhouding. Door de zangers amper attributen te geven, verplicht hij hen om de bewogen scènes en de heftig emoties zo integer mogelijk te vertolken. Het strijdgewoel tussen Egypte en Ethiopië verwijst hij letterlijk naar de achtergrond. Enkel in de imposante koorscènes - die een mens kippenvel bezorgen - laat hij wat bravoure toe. Dan dost hij de koorleden met dierenmaskers die refereren aan de Egyptische mythologie. Omdat de maskers crèmekleurig zijn, verbreken ze de sereniteit van het scènebeeld niet. Dat doet ook de hogepriester Ramfis niet, ondanks zijn takkenarm. Livathinos is spaarzaam met zulke 'uitspattingen'. Daardoor maken die takkenarm en die dierenmaskers des te meer indruk. Waar Livathinos nóg spaarzamer mee had mogen omspringen, zijn de houterige danspassen waarmee hij zijn dansers over de scène laat banjeren. Oké, het oogt komisch wanneer Egyptische soldaten als speelgoedsoldaatjes over het toneel marcheren, maar het voegt weinig toe aan een enscenering die de kaart van de soberheid en de introspectie trekt.Dat is trouwens ook de kaart die dirigent Alain Altinoglu trekt. Hij leidt het orkest met verfijnde flair en veel gevoel voor perfectionisme door Verdi's weelderige partituur en bewijst dat Aida een intiem verhaal is tegen de achtergrond van een groot conflict tussen twee landen. Niet het conflict maar de driehoeksrelatie tussen Aida, Radamès en Amneris maakt dit verhaal (en deze opera) nog steeds zo herkenbaar en ontroerend. Smaakmaker: