Jazzpianist Hendrik Lasure blijkt niet alleen over gouden vingers te beschikken, in Moving Ballads laat hij ook een gouden zangstem horen. Hij deelt de scène met danseressen Bryana Fritz, Sue Yeon Youn en Femke Gyselinck. Gyselinck is tevens het choreografische brein achter dit feestje. Ze vroeg Lasure om zich te laten inspireren door het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter Joni Mitchell en een ballad te componeren die op verschillende manieren gedanst, gezongen en gespeeld kan worden.
...

Jazzpianist Hendrik Lasure blijkt niet alleen over gouden vingers te beschikken, in Moving Ballads laat hij ook een gouden zangstem horen. Hij deelt de scène met danseressen Bryana Fritz, Sue Yeon Youn en Femke Gyselinck. Gyselinck is tevens het choreografische brein achter dit feestje. Ze vroeg Lasure om zich te laten inspireren door het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter Joni Mitchell en een ballad te componeren die op verschillende manieren gedanst, gezongen en gespeeld kan worden. Het resultaat is een stuk dat als een lotusbloem ontplooit. Het begin is tasten, voor zowel de performers als het publiek. Op de nogal clean vormgegeven vloer - er staan vier synthesizers op wielen, twee lampen en vier smalle, zwarte schermen die als een gestolde waterval bij elkaar hangt - zien we een dans die zich aanvankelijk moeilijk laat lezen. Bovendien wagen de vier zich op glad ijs. De drie danseressen spelen muziek, de muzikant danst. Je voelt ieders onwennigheid. Alsof elk van hen een nieuwe liefde verkent.Lasure steekt het vuur aan de lont met een buiging op oranje kousenvoeten. Vervolgens maakt hij enkele sobere bewegingen. Een arm die zich met bewegende vingers uitstrekt naar de lucht. Een vinger die vastberaden naar de navel wijst. Een vragende blik richting publiek. Intussen bespelen de danseressen elk een synthesizer. Die vrij abstract aandoendeklanken vormen de basis van de ballad, die in tal van versies weerklinkt, van weifelend a capella tot pure trance. Na die openingsscène duikt Lasure achter zijn synthesizer en veroveren de danseressen de dansvloer. Het komende uur brengen de vier verschillende versies - soms guitig, soms melancholisch - van de ballad die Lasure componeerde en waarin Mitchells rijke melodieën (goed te horen in haar bekendste songs Big Yellow Taxi en Both Sides Now) subtiel doorklinken. Soms zingt Lasure, soms een van de danseressen. Steeds vaker herken je flarden van woorden en van bewegingen. Gyselinck weeft die bewegingen doorheen Lasures melodische lijnen. Haar dans analyseert, illustreert en becommentarieert de ballad. In die danstaal barsten kleine bewegingen telkens open. Vanuit verstarring en verstilling ontstaat sprankeling. Kleine, hoekige armbewegingen groeien uit tot grootse zwaaibewegingen. Schuchter schuifelende benen worden uitbundig dansende benen. Strakke schouders krijgen tegenwicht van soepele heupen. En even aanraken wordt teder omhelzen. Zo ontspint er zich op de scène én in je verbeelding een elegant gezongen en gedanst, rijk geschakeerd portret van een naar liefde zoekende vrouw (en man). Dat is wat een perfecte dansvoorstelling doet.