Wat doet het overlijden van een dierbare anders dan een waas voor je ogen neerlaten en je onzeker doen schuifelen door wat nog altijd de normale wereld blijkt? Vanuit die gedachte opent Michiel Vandeveldes creatie Dances of Death.
...

Wat doet het overlijden van een dierbare anders dan een waas voor je ogen neerlaten en je onzeker doen schuifelen door wat nog altijd de normale wereld blijkt? Vanuit die gedachte opent Michiel Vandeveldes creatie Dances of Death.De voorstelling zou in december 2020 in première gaan tijdens het jaarlijkse festival December Dance in Brugge. Daar stak het welbekende virus een stokje voor. Maar, Vandevelde wilde absoluut in première gaan. De ode aan zijn gestorven moeder, en bij uitbreiding aan elke overledene, moest plaatsvinden. Desnoods met een resem cameramannen of -vrouwen als enige toeschouwers. Vandevelde gooide zijn kleinood niet zomaar voor de 'cameraleeuwen'. Zoals hij zijn choreografie beweging na beweging minutieus uitkiende, en zich daarbij liet inspireren door een dansvideo die hij van zijn moeder erfde plus de talloze voorbeelden van volken die hun doden al dansend eren, zo zorgvuldig kiende hij de manier uit waarop dit alles gefilmd werd. Het openingsshot treft je midscheeps. De camera schuifelt vanuit de coulissen haast aarzelend het podium op, zoals je voorzichtig het sterfbed van een geliefde benadert. Wandelritme, belichting, geluid: het klopt allemaal. Zolang de dood er is, moet er afscheid genomen worden. Op dat podium prepareren zeven dansers zich voor dat afscheid. Hoe? Door mekaars rug met kleurrijke verf in te wrijven. Het lijkt op strelen, maar het refereert evengoed aan het balsemen van een overledene. De dansers zingen zichzelf moed in met een door Vandevelde geschreven lied, gebaseerd op Caritas Abundat van Hildegard von Bingen. Si un jour la mort n'est plus... Dan starten ze een sierlijke rondedans terwijl zangeres Kara Leva toekijkt. Vanaf die scène leidt Leva's stem de dansers naar de apotheose. Samen met de camera verken je intussen de scène en 'wandel' je langs de secuur gemaakte, etnisch aandoende dodenmaskers (prachtig werk van Heide Vanderieck) die - sierlijk op een slanke staander - in een cirkel omheen de scène staan. In die cirkel gebeurt het komende uur alles. De cirkel - geen betere geometische figuur die de kringloop des levens visualiseert - is de vorm waarop Vandevelde zijn choreografie bouwt. Dat zullen de cameramensen geweten hebben. Ze cirkelen rond de scène of wagen zich tussen de dansers die baarvoets, in bloot bovenlichaam, met beschilderde rug en uitwaaierende glanzende rokken in zachte pasteltinten over het podium tollen. Dat er soms op het nippertje een botsing met een microfoon wordt vermeden, is part of the game. Soms neemt een camera die boven de scène hangt het van de cameraploeg over. Dan krijg je een bedwelmend mooi zicht op de scène, de dansers en de vegen gekleurd licht. Vandevelde dacht niet alleen zeer goed na over de dans en de cameraposities. Zijn lichtplan is volledig 'streamproof'. Door met 'vegen' pastellicht te werken (dat prachtig wordt opgevangen door de rokken) en met een cirkel van grote warmgele grondspots - bijna grote kaarsen -, creëert hij de perfecte 'speeltuin' voor de camera's én een innemend poëtische setting voor zijn dansers. Die dansers nemen je, samen met de begenadigde zangeres, mee op een dansante versie van de rouwstadia waar een mens doorheen sukkelt na het overlijden van een geliefde. Eerst stil en sierlijk bewegen, met een boeketje van de kleinste en de fijnste witte bloempjes als houvast in de hand. Dan stampvoetend, tierend, huilend, hijgend het verdriet uit je lijf jagen. Dan voorzichtig lachen. En, tot slot, je ontdoen van de rouw in een extatische, haast sensuele eredans aan degene die heenging.De livezang, de opgenomen muziek en de wendbare camera omhullen je als een gordel en loodsen je doorheen de dansbelevenis. Je kijkt en luistert ademloos toe. Je weet niet precies wat je ziet, je weet niet altijd goed wat je hoort maar je weet perfect wat je voelt: pure troost, sierlijker dan nooit tevoren. 'Live zal het intenser zijn', schreef Vandevelde ons toen we hem vertelden dat we twijfelden of we de filmversie al zouden bekijken. Live zal het nóg intenser zijn. Maar de intensiteit van deze filmversie, de perfectie waarmee dans, klank, licht en camera in elkaar grijpen en elkaar versterken, is erg uitzonderlijk. Uitzonderlijk de moeite waard om te ontdekken.