Waarom hebben jullie gekozen voor een voorstelling over het moederschap?

Liesje De Backer: In eerste instantie omdat we bij Compagnie barbarie allemaal moeder zijn. We praten vanzelfsprekend ook veel over onze kinderen met elkaar. We hebben ons dus laten inspireren door dagdagelijkse gebeurtenissen uit ons eigen leven.

Bovendien wilden we aan de slag met het feit dat je overal 'mama' genoemd wordt.

Sarah Vangeel: 'Mama' is een stempel die je bij de geboorte van je eerste kind krijgt.

'Mama' is een stempel die je bij de geboorte van je eerste kind krijgt.

Liesje De Backer: Het lijkt wel alsof je eigen identiteit plots verdwijnt.

Sarah Vangeel: Het is niet meer 'Sarah', maar alleen nog maar 'mama'. Wanneer je je kind gaat afhalen aan de crèche wordt er verwacht dat je jezelf door de intercom aanmeldt met 'Hallo, het is hier de mama van.' Dat mensen je niet meer met je voornaam aanspreken is een behoorlijk vreemd gevoel, zeker in het begin.

Iedereen van ons had datzelfde gevoel. We vonden het erg beangstigend om constant met 'dag mama' te worden aangesproken. Ik weet niet of alle moeders dat zo aanvoelen, maar wij vonden dat niet meteen leuk.

Liesje De Backer: Het moederschap kan je vergelijken met een verbouwing. Als je aan het verbouwen bent, word je overladen met tips en weetjes over gyproc, mdf, enzovoort. Het is alleen nog maar verbouwnieuws dat de klok slaat.

Het moederschap kan je vergelijken met een verbouwing.

Bij het moederschap is dat net hetzelfde. Je krijgt constant tips van mensen, of je dat nu wil of niet. Het is natuurlijk ook goed dat mensen hulp aanbieden, maar het is soms wat overweldigend.

Sarah Vangeel: De vraag die mensen steevast stellen is: 'Hoe is het met de kinderen?' Al de rest wordt naar de achtergrond geduwd. Nu de kinderen wat ouder worden, is er terug meer plaats voor andere dingen en dat is heel fijn. Er is nog veel meer dan het gezinsleven alleen.

Liesje De Backer: En tegelijkertijd is dat gezinsleven ook leuk. Moeder zijn is top. het is niet zo dat onze voorstelling een jammerklacht is: 'Wee het moederschap'. Het is een plezierige voorstelling, waarbij we zelfspot niet schuwen.

Sarah Vangeel: We zetten enkele aspecten van het moederschap in de verf. We tonen hoe moeders ogenschijnlijk alles onder controle hebben en dat ze door ploeteren ondanks alle chaos en de totale inconsequentie die ze soms hanteren.

Liesje De Backer: Het moederschap is heel breed als thema. Toen we beslisten het daarover te hebben, zijn we beginnen improviseren. Dat is hoe wij onze voorstellingen altijd in elkaar boksen, improviseren van a tot z. We starten dus niet vanuit een tekst, maar smijten ons in de materie. Op die manier hebben we beseft dat voor ons de voorstelling gaat over de verhouding tussen moeder en kind. Op de scène zie je moeders, maar ook kinderen.

Sarah Vangeel: Je bent misschien zelf moeder, maar je blijft ook altijd het kind van je eigen moeder. Wanneer je zelf kinderen krijgt, kijk je op een heel andere manier naar je eigen moeder. Dat vind ik heel mooi.

Je bent misschien zelf moeder, maar je blijft ook altijd het kind van je eigen moeder.

Je beseft plots wat je eigen moeder allemaal heeft gedaan voor jou. Als kind vind je het normaal dat zij alles voor je doet. Je denkt ook als kind dat je moeder alles weet. Dat is natuurlijk helemaal niet zo, en dat ontdek je dan wanneer je zelf moeder wordt. Ik hoop dat die verschillende lagen van het moederschap goed tot hun recht komen in de voorstelling.

Modders van Compagnie barbarie © Franky Verdickt

En dat gaat gepaard met veel humor?

Liesje De Backer: Zeker. Dat is bij ons altijd een zekerheid. Humor, tot het absurde af. We spreken elkaar daarom ook aan met 'mama' in de voorstelling en richten ons tot de kinderen in het publiek met: 'Zeg maar mama' (lacht).

Sarah Vangeel: Dat is hoe wij dingen het liefst vertellen. Door onszelf te relativeren kunnen wij de falende moeder tot leven te wekken op het podium.

Liesje De Backer: We kunnen door komische elementen spelen met herkenbaarheid. Het wordt een tragikomisch stuk.

Je zegt altijd 'amai, ik ga niet worden zoals mijn moeder', maar dat gebeurt toch.

Sarah Vangeel: Er zijn super veel clichés over het moederschap en wij zijn zelf ook wandelende clichés. Je zegt altijd 'amai, ik ga niet worden zoals mijn moeder', maar dat gebeurt toch. Of je hoort jezelf roepen tegen je kinderen en denkt, 'ja, we zijn op dat punt aanbeland.' Alle dingen waarvan je dacht dat je ze niet ging doen, doe je toch. Clichés zijn ook clichés omdat ze waar zijn. Dus laat ons maar eens goed spelen met die clichés.

Liesje De Backer: En ik vind dat ook niet zo heel erg hoor. Je moet met jezelf kunnen lachen.

Sarah Vangeel: Je leest heel veel artikels over moederschap en die belichten verschillende uitersten. Je hebt er die de roze wolk doorprikken, zoals Siska Schoeters die haar kinderen 'kleine fuckers' noemde, die heel wat stof doen opwaaien. Maar ook artikels over de mooie kanten van het moederschap. En voor al die verschillende emoties is wat te zeggen.

Eigenlijk doen we allemaal maar een poging. Hoe dat opvoeden precies moet, weet niemand.

Liesje De Backer: Eigenlijk doen we allemaal maar een poging. Hoe dat opvoeden precies moet, weet niemand. Er is geen standaard recept voor het moederschap.

Sarah Vangeel: Er wordt wel gedaan alsof dat bestaat.

Liesje De Backer: Uiteindelijk gaan kinderen toch op een moment aanbelanden dat ze niet willen worden zoals hun moeder.

Sarah Vangeel: Natuurlijk, we moeten allemaal door die fase.

Liesje De Backer: We zullen het op bepaalde punten niet goed doen. Dat zal dan maar zo zijn. We hebben toch maar geprobeerd om er het beste van te maken.

Sarah haalde het al aan, maar er verschijnen de laatste jaren steeds vaker artikels over het moederschap en eigenlijk vooral over hoe moeilijk dat te combineren valt met het moderne leven.

Liesje De Backer: Ik denk weleens: 'cut the crap'. Doe het nu gewoon. Je moet ook niet altijd jammeren. Het klopt dat het soms zwaar is, maar constant aan zelfbeklag doen ligt niet in mijn aard. Maar ik begrijp wel dat voor sommige moeders het een hulp kan zijn om te weten dat ze niet alleen staan met hun angsten en problemen.

Sarah Vangeel: En dat vind ik ook goed. Dat je voelt dat je niet alleen bent op de wereld en beseft dat er diepe dalen en hoge toppen zijn voor de meeste ouders. Wij, de barbaries onder elkaar, zijn allemaal in een korte tijd moeder geworden. We hebben elkaar verwittigd. We hebben elkaar verteld dat het positieve er sowieso is, maar ook dat je niet te veel moet verwachten van die eerste weken moederschap. Je borsten doen pijn, je moet genezen van de bevalling, je bent kapot.

Mama worden is alsof er een cadeau op tafel is komen te liggen dat jij mag openmaken

Maar anderzijds heb je iets nieuws in je leven, dat je nog niet kende. Het is alsof er een cadeau op tafel is komen te liggen dat jij mag openmaken.

Liesje De Backer: En je bent heel blij met dat cadeautje. Maar je moet er wel mee leren omgaan en je beseft dat dat cadeau er voor de rest van je leven is.

Sarah Vangeel: En dat is dan weer heel beangstigend. Je zit nooit meer op je gemak op café. Je weet dat je kind thuis is. Die verantwoordelijkheid is er en die is zwaar.

Liesje De Backer: Het is een keuze die je zelf gemaakt hebt. En wanneer dat kind er is, lukt dat wel. Het komt zoals het komt.

Sarah Vangeel: Wij hebben natuurlijk ook een goed opvangnet met familie en vrienden en ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die zonder hulp gek worden van de druk, angst en verantwoordelijkheid.

Liesje De Backer: Het probleem bij baby's is natuurlijk dat ze niet kunnen praten. Je weet niet wat er aan de hand is of hoe je het kunt oplossen.

Sarah Vangeel: Ah, spraken die van jou niet meteen? (lacht)

Compagnie barbarie © Franky Verdickt

Jullie tagline voor de voorstelling klinkt als volgt: 'Och, tenslotte is opvoeden nog altijd gemakkelijker dan afvallen.' Een opmerkelijke uitspraak.

Liesje De Backer: Een van de 'modders', Lotte, vindt dat oprecht. Toen ze die uitspraak deed, vonden we dat wel goed passen bij de voorstelling.

Opvoeden gebeurt voor een groot deel intuïtief.

Iedere dag opnieuw word je geconfronteerd met je kinderen en ben je - hopelijk - aan opvoeding aan het doen. Dat werkt niet zo bij afvallen. Op sommige momenten denk je natuurlijk wel bewust na over opvoeden en praat je erover met je partner, maar toch is het voor een groot deel intuïtief.

Sarah Vangeel: Opvoeden gebeurt gewoon.

Liesje De Backer: Gelukkig zijn we met twee om onze kinderen op te voeden. Al merk je wel dat de verhoudingen veranderen wanneer er een kind komt. Dat is een speciaal gevoel. De liefde die je voor je kinderen voelt is een totaal andere liefde dan die je voor je partner voelt. Toen ik trouwde, was ik ervan overtuigd dat er nooit een grotere liefde zou bestaan dan die tussen mij en mijn man. Iemand zei me toen: wacht maar tot je kinderen krijgt.

Sarah Vangeel: Was ik dat niet? (lacht) Dat klinkt als iets wat ik zou kunnen zeggen.

Liesje De Backer: En dat is echt waar. Moesten we in een brandend huis zitten, zou ik eerst mijn kinderen redden en dan mijn echtgenoot.

Sarah Vangeel: Maar maak hem wel wakker Lies!

De voorbije maanden doken de volgende onderwerpen vaak op in het nieuws: de rol van vrouwen in het theater, de misplaatste machtsverhoudingen in Hollywood en ook dichter bij huis, de positie van de huisvrouw in onze maatschappij. Een volledig vrouwelijk theatergezelschap dat een stuk maakt over het moederschap komt dus precies op het juiste moment, zo lijkt het wel.

Sarah Vangeel: We zijn zeker - zij het soms onbewust - met die thema's bezig.

Liesje De Backer: Het toeval wil dat we voor de zomer, en dus voor #MeToo oplaaide, beslist hebben dat onze volgende voorstelling 'Feminisme voor kleuters' zal zijn. Vroeger wilden we ons niet per se profileren als volledig vrouwelijk theatergezelschap. Voor ons wat dat toevallig de constellatie waarin we terecht waren gekomen.

Sarah Vangeel: We zijn steeds meer op zoek naar een maatschappelijke relevantie. We denken na over hoe we thema's die leven in onze samenleving kunnen vertalen naar een voorstelling voor een jong publiek.

We denken na over hoe we thema's die leven in onze samenleving kunnen vertalen naar een voorstelling voor een jong publiek.

In ons vorige stuk WaWilderMan was dat zeer duidelijk. Daar pakten we de vluchtelingencrisis aan voor een publiek van 4+, in het kader van Wij tegen Zij.

Liesje De Backer: We willen de gevoelige maatschappelijke thema's niet schuwen.

Sarah Vangeel: En zeker niet voor die allerjongste doelgroep. Dat zijn de kinderen met een open vizier. Met hen kan je nog alle richtingen uit. Zij zijn gewoon toekomst -weer een cliché dat waar is. Je kunt iets doen ontstaan bij deze doelgroep en twijfels en angsten wegnemen.

Modders van Compagnie barbarie © Franky Verdickt

Is het omwille van een verantwoordelijkheidsgevoel dat jullie met jullie voorstellingen willen inspelen op deze thema's?

Sarah Vangeel: (enthousiast) Ja!

Liesje De Backer: Je ziet je eigen kinderen rondlopen en je hoopt dat ze zich in deze wereld kunnen handhaven. Je probeert om hen een aantal sleutels mee te geven en hoopt dat ze opgroeien tot weldenkende, kritische, liefdevolle mensen. En dat geldt, bij uitbreiding, voor alle andere kinderen die in onze zalen zitten.

Door met clichés en absurde humor zware thema's aan te reiken, hopen jullie de kinderen die komen kijken te laten nadenken over de onderwerpen?

Liesje De Backer: Dat is zeker onze hoop. Daarom houden we na sommige voorstellingen ook een nagesprek. De leerkrachten van scholen die komen kijken, krijgen ook op voorhand een lesmap waar ze mee aan de slag kunnen. Voor deze lesmap hebben we samengewerkt met Ilse Daems, een kinderfilosofe. Dat is heel interessant, want zij reikt in de map enkele filosofische vraagstukken en spelletjes aan.

Je hoopt dat je kinderen zich in deze wereld kunnen handhaven.

Sommige kinderen hebben daar ook nood aan. Na WaWilderMan kwamen enkele kinderen met verwarde gevoelens naar buiten.

Aan het einde van de voorstelling wil ik (in mijn rol) een toenadering doen naar het publiek, in de context van Wij-Zij, Hier-Daar. Het personage van Sarah straft me daarvoor af. De kinderen uit het publiek voelen zich onrechtvaardig behandeld.

Daar moet je wel even over praten. Je moet met dat gevoel en dat thema aan de slag. Waarom voelen ze zich zo? Hoe verhoudt zich dat tot de vluchtelingenproblematiek? Dat moet besproken worden.

Waar zit voor jullie het verschil tussen theater voor volwassenen en voor kinderen?

Liesje De Backer: De aanpak verschilt niet zozeer. We hebben een thema en improviseren daarrond. We werken steeds heel visueel en niet alleen verbaal. We benaderen elke voorstelling met dezelfde ernst.

We benaderen elke voorstelling met dezelfde ernst.

Sarah Vangeel: Maar jonge kinderen kijken misschien anders naar een voorstelling, associatiever en meer met een buikgevoel. Daarom is het belangrijk om aan de slag te gaan met die moeilijkere thema's. Bij hen kan er nog iets 'bougeren', zij kijken met een open blik.

Liesje De Backer: Maffe kostuums, gemaakt van dagdagelijkse dingen, prikkelen hun verbeelding. Dat sluit ook aan bij hoe wij onze voorstellingen voor ogen hebben. Voor ons hoeft niet alles afgebakend te zijn; wij willen niet alles invullen voor ons publiek. Fantaseer maar zelf tijdens de voorstellingen van Compagnie barbarie!

Liesje De Backer: In eerste instantie omdat we bij Compagnie barbarie allemaal moeder zijn. We praten vanzelfsprekend ook veel over onze kinderen met elkaar. We hebben ons dus laten inspireren door dagdagelijkse gebeurtenissen uit ons eigen leven.Bovendien wilden we aan de slag met het feit dat je overal 'mama' genoemd wordt. Sarah Vangeel: 'Mama' is een stempel die je bij de geboorte van je eerste kind krijgt. Liesje De Backer: Het lijkt wel alsof je eigen identiteit plots verdwijnt. Sarah Vangeel: Het is niet meer 'Sarah', maar alleen nog maar 'mama'. Wanneer je je kind gaat afhalen aan de crèche wordt er verwacht dat je jezelf door de intercom aanmeldt met 'Hallo, het is hier de mama van.' Dat mensen je niet meer met je voornaam aanspreken is een behoorlijk vreemd gevoel, zeker in het begin. Iedereen van ons had datzelfde gevoel. We vonden het erg beangstigend om constant met 'dag mama' te worden aangesproken. Ik weet niet of alle moeders dat zo aanvoelen, maar wij vonden dat niet meteen leuk. Liesje De Backer: Het moederschap kan je vergelijken met een verbouwing. Als je aan het verbouwen bent, word je overladen met tips en weetjes over gyproc, mdf, enzovoort. Het is alleen nog maar verbouwnieuws dat de klok slaat. Bij het moederschap is dat net hetzelfde. Je krijgt constant tips van mensen, of je dat nu wil of niet. Het is natuurlijk ook goed dat mensen hulp aanbieden, maar het is soms wat overweldigend.Sarah Vangeel: De vraag die mensen steevast stellen is: 'Hoe is het met de kinderen?' Al de rest wordt naar de achtergrond geduwd. Nu de kinderen wat ouder worden, is er terug meer plaats voor andere dingen en dat is heel fijn. Er is nog veel meer dan het gezinsleven alleen. Liesje De Backer: En tegelijkertijd is dat gezinsleven ook leuk. Moeder zijn is top. het is niet zo dat onze voorstelling een jammerklacht is: 'Wee het moederschap'. Het is een plezierige voorstelling, waarbij we zelfspot niet schuwen. Sarah Vangeel: We zetten enkele aspecten van het moederschap in de verf. We tonen hoe moeders ogenschijnlijk alles onder controle hebben en dat ze door ploeteren ondanks alle chaos en de totale inconsequentie die ze soms hanteren. Liesje De Backer: Het moederschap is heel breed als thema. Toen we beslisten het daarover te hebben, zijn we beginnen improviseren. Dat is hoe wij onze voorstellingen altijd in elkaar boksen, improviseren van a tot z. We starten dus niet vanuit een tekst, maar smijten ons in de materie. Op die manier hebben we beseft dat voor ons de voorstelling gaat over de verhouding tussen moeder en kind. Op de scène zie je moeders, maar ook kinderen. Sarah Vangeel: Je bent misschien zelf moeder, maar je blijft ook altijd het kind van je eigen moeder. Wanneer je zelf kinderen krijgt, kijk je op een heel andere manier naar je eigen moeder. Dat vind ik heel mooi. Je beseft plots wat je eigen moeder allemaal heeft gedaan voor jou. Als kind vind je het normaal dat zij alles voor je doet. Je denkt ook als kind dat je moeder alles weet. Dat is natuurlijk helemaal niet zo, en dat ontdek je dan wanneer je zelf moeder wordt. Ik hoop dat die verschillende lagen van het moederschap goed tot hun recht komen in de voorstelling.Liesje De Backer: Zeker. Dat is bij ons altijd een zekerheid. Humor, tot het absurde af. We spreken elkaar daarom ook aan met 'mama' in de voorstelling en richten ons tot de kinderen in het publiek met: 'Zeg maar mama' (lacht). Sarah Vangeel: Dat is hoe wij dingen het liefst vertellen. Door onszelf te relativeren kunnen wij de falende moeder tot leven te wekken op het podium.Liesje De Backer: We kunnen door komische elementen spelen met herkenbaarheid. Het wordt een tragikomisch stuk.Sarah Vangeel: Er zijn super veel clichés over het moederschap en wij zijn zelf ook wandelende clichés. Je zegt altijd 'amai, ik ga niet worden zoals mijn moeder', maar dat gebeurt toch. Of je hoort jezelf roepen tegen je kinderen en denkt, 'ja, we zijn op dat punt aanbeland.' Alle dingen waarvan je dacht dat je ze niet ging doen, doe je toch. Clichés zijn ook clichés omdat ze waar zijn. Dus laat ons maar eens goed spelen met die clichés.Liesje De Backer: En ik vind dat ook niet zo heel erg hoor. Je moet met jezelf kunnen lachen. Sarah Vangeel: Je leest heel veel artikels over moederschap en die belichten verschillende uitersten. Je hebt er die de roze wolk doorprikken, zoals Siska Schoeters die haar kinderen 'kleine fuckers' noemde, die heel wat stof doen opwaaien. Maar ook artikels over de mooie kanten van het moederschap. En voor al die verschillende emoties is wat te zeggen.Liesje De Backer: Eigenlijk doen we allemaal maar een poging. Hoe dat opvoeden precies moet, weet niemand. Er is geen standaard recept voor het moederschap. Sarah Vangeel: Er wordt wel gedaan alsof dat bestaat. Liesje De Backer: Uiteindelijk gaan kinderen toch op een moment aanbelanden dat ze niet willen worden zoals hun moeder. Sarah Vangeel: Natuurlijk, we moeten allemaal door die fase.Liesje De Backer: We zullen het op bepaalde punten niet goed doen. Dat zal dan maar zo zijn. We hebben toch maar geprobeerd om er het beste van te maken. Liesje De Backer: Ik denk weleens: 'cut the crap'. Doe het nu gewoon. Je moet ook niet altijd jammeren. Het klopt dat het soms zwaar is, maar constant aan zelfbeklag doen ligt niet in mijn aard. Maar ik begrijp wel dat voor sommige moeders het een hulp kan zijn om te weten dat ze niet alleen staan met hun angsten en problemen.Sarah Vangeel: En dat vind ik ook goed. Dat je voelt dat je niet alleen bent op de wereld en beseft dat er diepe dalen en hoge toppen zijn voor de meeste ouders. Wij, de barbaries onder elkaar, zijn allemaal in een korte tijd moeder geworden. We hebben elkaar verwittigd. We hebben elkaar verteld dat het positieve er sowieso is, maar ook dat je niet te veel moet verwachten van die eerste weken moederschap. Je borsten doen pijn, je moet genezen van de bevalling, je bent kapot. Maar anderzijds heb je iets nieuws in je leven, dat je nog niet kende. Het is alsof er een cadeau op tafel is komen te liggen dat jij mag openmaken.Liesje De Backer: En je bent heel blij met dat cadeautje. Maar je moet er wel mee leren omgaan en je beseft dat dat cadeau er voor de rest van je leven is.Sarah Vangeel: En dat is dan weer heel beangstigend. Je zit nooit meer op je gemak op café. Je weet dat je kind thuis is. Die verantwoordelijkheid is er en die is zwaar.Liesje De Backer: Het is een keuze die je zelf gemaakt hebt. En wanneer dat kind er is, lukt dat wel. Het komt zoals het komt. Sarah Vangeel: Wij hebben natuurlijk ook een goed opvangnet met familie en vrienden en ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die zonder hulp gek worden van de druk, angst en verantwoordelijkheid.Liesje De Backer: Het probleem bij baby's is natuurlijk dat ze niet kunnen praten. Je weet niet wat er aan de hand is of hoe je het kunt oplossen.Sarah Vangeel: Ah, spraken die van jou niet meteen? (lacht)Liesje De Backer: Een van de 'modders', Lotte, vindt dat oprecht. Toen ze die uitspraak deed, vonden we dat wel goed passen bij de voorstelling. Iedere dag opnieuw word je geconfronteerd met je kinderen en ben je - hopelijk - aan opvoeding aan het doen. Dat werkt niet zo bij afvallen. Op sommige momenten denk je natuurlijk wel bewust na over opvoeden en praat je erover met je partner, maar toch is het voor een groot deel intuïtief. Sarah Vangeel: Opvoeden gebeurt gewoon.Liesje De Backer: Gelukkig zijn we met twee om onze kinderen op te voeden. Al merk je wel dat de verhoudingen veranderen wanneer er een kind komt. Dat is een speciaal gevoel. De liefde die je voor je kinderen voelt is een totaal andere liefde dan die je voor je partner voelt. Toen ik trouwde, was ik ervan overtuigd dat er nooit een grotere liefde zou bestaan dan die tussen mij en mijn man. Iemand zei me toen: wacht maar tot je kinderen krijgt.Sarah Vangeel: Was ik dat niet? (lacht) Dat klinkt als iets wat ik zou kunnen zeggen. Liesje De Backer: En dat is echt waar. Moesten we in een brandend huis zitten, zou ik eerst mijn kinderen redden en dan mijn echtgenoot.Sarah Vangeel: Maar maak hem wel wakker Lies!Sarah Vangeel: We zijn zeker - zij het soms onbewust - met die thema's bezig. Liesje De Backer: Het toeval wil dat we voor de zomer, en dus voor #MeToo oplaaide, beslist hebben dat onze volgende voorstelling 'Feminisme voor kleuters' zal zijn. Vroeger wilden we ons niet per se profileren als volledig vrouwelijk theatergezelschap. Voor ons wat dat toevallig de constellatie waarin we terecht waren gekomen. Sarah Vangeel: We zijn steeds meer op zoek naar een maatschappelijke relevantie. We denken na over hoe we thema's die leven in onze samenleving kunnen vertalen naar een voorstelling voor een jong publiek. In ons vorige stuk WaWilderMan was dat zeer duidelijk. Daar pakten we de vluchtelingencrisis aan voor een publiek van 4+, in het kader van Wij tegen Zij. Liesje De Backer: We willen de gevoelige maatschappelijke thema's niet schuwen. Sarah Vangeel: En zeker niet voor die allerjongste doelgroep. Dat zijn de kinderen met een open vizier. Met hen kan je nog alle richtingen uit. Zij zijn gewoon toekomst -weer een cliché dat waar is. Je kunt iets doen ontstaan bij deze doelgroep en twijfels en angsten wegnemen. Sarah Vangeel: (enthousiast) Ja!Liesje De Backer: Je ziet je eigen kinderen rondlopen en je hoopt dat ze zich in deze wereld kunnen handhaven. Je probeert om hen een aantal sleutels mee te geven en hoopt dat ze opgroeien tot weldenkende, kritische, liefdevolle mensen. En dat geldt, bij uitbreiding, voor alle andere kinderen die in onze zalen zitten. Liesje De Backer: Dat is zeker onze hoop. Daarom houden we na sommige voorstellingen ook een nagesprek. De leerkrachten van scholen die komen kijken, krijgen ook op voorhand een lesmap waar ze mee aan de slag kunnen. Voor deze lesmap hebben we samengewerkt met Ilse Daems, een kinderfilosofe. Dat is heel interessant, want zij reikt in de map enkele filosofische vraagstukken en spelletjes aan. Sommige kinderen hebben daar ook nood aan. Na WaWilderMan kwamen enkele kinderen met verwarde gevoelens naar buiten. Aan het einde van de voorstelling wil ik (in mijn rol) een toenadering doen naar het publiek, in de context van Wij-Zij, Hier-Daar. Het personage van Sarah straft me daarvoor af. De kinderen uit het publiek voelen zich onrechtvaardig behandeld. Daar moet je wel even over praten. Je moet met dat gevoel en dat thema aan de slag. Waarom voelen ze zich zo? Hoe verhoudt zich dat tot de vluchtelingenproblematiek? Dat moet besproken worden.Liesje De Backer: De aanpak verschilt niet zozeer. We hebben een thema en improviseren daarrond. We werken steeds heel visueel en niet alleen verbaal. We benaderen elke voorstelling met dezelfde ernst.Sarah Vangeel: Maar jonge kinderen kijken misschien anders naar een voorstelling, associatiever en meer met een buikgevoel. Daarom is het belangrijk om aan de slag te gaan met die moeilijkere thema's. Bij hen kan er nog iets 'bougeren', zij kijken met een open blik. Liesje De Backer: Maffe kostuums, gemaakt van dagdagelijkse dingen, prikkelen hun verbeelding. Dat sluit ook aan bij hoe wij onze voorstellingen voor ogen hebben. Voor ons hoeft niet alles afgebakend te zijn; wij willen niet alles invullen voor ons publiek. Fantaseer maar zelf tijdens de voorstellingen van Compagnie barbarie!