Colin H. Van Eeckhout (u welbekend als, onder meer, de frontman van Amenra) stapt in rustige, kordate passen naar het centrum van de schemerig verlichte scène. Hij gaat op drie dikke, opengeslagen boeken staan. Hij kijkt recht het zwart 'publiekshol' in en zingt een lied dat elke keel in de Bourlaschouwburg dichtsnoert. De hele zaal houdt de adem in. Degenen die een mondmasker dragen (niet verplicht tijdens de avond waarop Knack Focus de voorstelling bijwoonde) zijn dankbaar dat het dekselse stukje stof ook tranen kan opvangen. Hier en daar grijpen handen naar elkaar. Hier en daar licht discreet een smartphone op die het lied opneemt.
...

Colin H. Van Eeckhout (u welbekend als, onder meer, de frontman van Amenra) stapt in rustige, kordate passen naar het centrum van de schemerig verlichte scène. Hij gaat op drie dikke, opengeslagen boeken staan. Hij kijkt recht het zwart 'publiekshol' in en zingt een lied dat elke keel in de Bourlaschouwburg dichtsnoert. De hele zaal houdt de adem in. Degenen die een mondmasker dragen (niet verplicht tijdens de avond waarop Knack Focus de voorstelling bijwoonde) zijn dankbaar dat het dekselse stukje stof ook tranen kan opvangen. Hier en daar grijpen handen naar elkaar. Hier en daar licht discreet een smartphone op die het lied opneemt. Dat laatste is verboden, ja. Nood breekt wet. Dat lied behoort tot het allermooiste en meest aangrijpende wat we dit jaar al in een theaterzaal hoorden. Wie denkt: 'Makkelijk, Van Eeckhout opvoeren die er een onemanshowke van maakt', denkt verkeerd. Even indrukwekkend naast Van Eeckhout (hij speelt Herodes) is sopraan Astrid Stockman (Herodias) en contrabassist Pieter-Jan Van Assche (Johannes de Doper). Zij staan, met danser Germán Jauregui, in een even moedige als fragiele regie van Gabriëls die meer wil doen dan het Bijbelse verhaal van Salomé - de dochter van koningin Herodias die voor haar stiefvader Herodes wil dansen als zij in ruil voor die dans het hoofd van Johannes de Doper krijgt - vertellen. Gabriëls wil ons niet zozeer het verhaal vertellen maar aan den lijve laten voelen. Daar zorgt het virtuoze muziektrio met hemelse stemmen, een indringende contrabas als gids en, onder meer, het geluid van een draailier en metalen kettingen op de meest geniale manier voor. De zang ís oorstrelend, de melodieën bedwelmend mooi maar een projectie van het libretto - zoals vaak gedaan wordt tijdens muziektheater- en operaopvoeringen - was zeer welkom geweest. Hoe machtig de muziek ook, Gabriëls laat je letterlijk in het duister tasten. De performers dragen eenvoudige nachtzwarte kostuums, enkel Stockman schittert dankzij zilveren armjuwelen. En de scène oogt als een grot, gedomineerd door witte stoffen zuilen waarin de afdruk van een onthoofde vrouwenbuste te zien is. Kunstenaar Rui Barros loopt als ceremoniemeester af en aan met boeken, druiven, melk en zand.Je weet nauwelijks wat je ziet. Je voelt veel en je hoort diepe rouw, wulpse goesting, stil verdriet, woestheid. Gabriëls krijgt een tien op tien voor sfeerschepping én acteursregie - zowel Van Eeckhout als Stockman weet ze even secuur als trefzeker over de scène te sturen - maar Gabriëls slaagt er nog niet in om die sfeer zodanig te kneden dat je als toeschouwer sleutels krijgt om niet alleen te voelen maar ook daadwerkelijk te lezen wat je ziet. Ook in de weinig verrassende choreografie van Jauregui en de wat voorspelbare lichtregie - witte spots die flikkeren op het ritme van de muziek, rood licht als verwijzing naar bloed, ... - zit veel groeipotentieel.Maar. Je verlaat Dance of the Seven Veils - de titel verwijst naar de zeven sluiers van Salomé - met een ziel die nazindert van de emoties en oren die gloeien van de sublieme zang en melodielijnen. En met de wetenschap dat er een intrigerend muziektheaterregisseur, genaamd Aïda Gabriëls, aan een opmars bezig is. Wordt vervolgd.