Soms besef je pas hoe hard je iemand miste, wanneer die persoon weer in vol ornaat voor je neus staat. Iemand zoals Benny Claessens, bijvoorbeeld. Zaterdagavond stal hij de show tijdens de première van Der Silbersee in Opera Ballet Vlaanderen. Zelfs vooraf, op de stoep tussen de rijen toeschouwers die hun Covid Safe Ticket aan de suppoosten toonden, lieten hij en regisseur/scenograaf Ersan Mondtag zich eventjes zien als een vrolijk ontvangstcomité.
...

Soms besef je pas hoe hard je iemand miste, wanneer die persoon weer in vol ornaat voor je neus staat. Iemand zoals Benny Claessens, bijvoorbeeld. Zaterdagavond stal hij de show tijdens de première van Der Silbersee in Opera Ballet Vlaanderen. Zelfs vooraf, op de stoep tussen de rijen toeschouwers die hun Covid Safe Ticket aan de suppoosten toonden, lieten hij en regisseur/scenograaf Ersan Mondtag zich eventjes zien als een vrolijk ontvangstcomité.Hun uitbundige verwelkoming paste bij Mondtags uitbundige enscenering van Kurt Weills opera. Die opera ging op 18 februari 1933 in Leipzig in wereldpremière en werd haast meteen verboden door het naziregime. Want te kritisch. Librettist Georg Kaiser schreef een verhaal waarin hij het privilege van de rijken bekritiseert. De straatarme Severin, wonend vlakbij het Zilvermeer, wordt neergeschoten door agent Olim. Die laatste wint kort nadien de loterij en ontfermt zich in zijn kasteel over Severin zonder dat deze beseft dat hij verzorgd wordt door de man die hem neerschoot. Tot Severin ontdekt wie Olim is én hoe graag hij hem ondanks alles ziet... Dit is spek naar de bek van Ersan Mondtag die vorig jaar als operaregisseur debuteerde in Opera Ballet Vlaanderen met het oog- en oorstrelende Der Schmied von Gent. Mondtag is niet enkel tuk op groteske decors en dito kostuums. Hij heeft een geëngageerd hart en wil met zijn voorstellingen waarschuwen voor en vechten tegen onrecht, (homo)haat en machtswellust. Dus katapulteert hij zijn '2033-versie' van Weills 'homo-opera', zoals hij het verwoordde in een gesprek met Knack, het podium op.Weills compositie is een stoet van stijlen en een brede muzikale grijns naar de toenmalige nazipolitici die gruwden van frivole, ophitsende muziek. De opera opent met een ontroerende trompetsolo en laat het orkest van Opera Ballet Vlaanderen - onder de standvastige begeleiding van dirigent Karel Deseure - vervolgens alle hoeken en kanten van de muziekkamer zien: weelderig klassiek, furieuze spreekzang, melancholisch lied of net heel carnavaleske schreeuwzang.Samen met kostuumontwerper Josa Marx beantwoordt Montag die muzikale weelde met een visueel spektakel. Marx laat een XL-dressing aan kostuums aanrukken. Van simpele bruinbeige legerbroeken tot gouden jurken, felroze rokken, bizarre onesies met extra ogen en armen, bonte latexpakjes en laarzen in alle felle kleuren. Mondtag legt een zwart-witte tegelvloer over het podium en poot daar een kleiner, draaibaar podium op. Hij maakt van Der Silbersee een stuk in een stuk en toont bovenal de poging van een ploeg acteurs, onder leiding van 'regisseur' Benny Claessens, om deze opera op te voeren. Claessens doet wat weinigen gegeven is: een personage vertolken door bovenal hartstochtelijk zijn soms stuiterende, soms vertederende, altijd hartveroverende en heel vaak guitige zelve te zijn. Hij schittert maar wordt nooit banaal. Hij stoeit met de technici, de musici in de orkestbak, het publiek en uiteraard zijn medespelers. Elsie de Brauw (als Frau von Luber), Marjan De Schutter (als het Joodse nichtje Fennimore) en tenor Daniel Arnaldos (als Severin) bieden dapper weerwerk aan Claessens' wervelwerk.Drie uur lang word je overdonderd door bruisend spel, subtiele dans(pasjes), onbeschaamd funky kostuums en spectaculaire decors (een kasteel met echte glasramen, een Egyptische tempel, een Magritte-achtige wolkenhemel, ....) die rijk zijn aan verwijzingen naar conflicten uit heden (zoals de Gaza-oorlog) en het verleden (onder meer de Holocaust). Het is veel, héél veel. Bij momenten overwoekert die overdaad de inhoud. Al treffen, net door in te zetten op zoveel bontheid, de verstilde scènes daardoor des te harder. Telkens Mondtag op de pauzeknop van zijn spectaculaire turboregiemachine duwt, flakkert de ontroering op. Zo weet de Belgische sopraan Hanne Roos - die de aria's van Fennimore voor haar rekening neemt, een wat onhandige dubbelrol met Marjan De Schutter - telkens voluit te raken. Dat geldt ook voor de Spaanse tenor Daniel Arnaldos die als Severin zowel zingend als spelend overtuigt én voor de te zeldzame momenten waarop ook Claessens en De Schutter even zingen. Ersan Mondtag bouwt een bont feestje om, na drie uur pret, de absolute ontheemding te kunnen tonen en laten voelen... Zijn eindbeeld vertaalt de spreuk die boven het kasteel prijkt: 'Nihil est sine ratione cur potius sit quam non sit' of 'Alles heeft zijn oorzaak. Als de omstandigheden zich herhalen, doe je hetzelfde'. Alle uitbundigheid bevriest tot dreigende stilte. 'Alles komt terug. Ook het fascisme.', lijkt Mondtag te suggeren. Wij hopen bovenal dat Mondtag nog eens terug naar Opera Ballet Vlaanderen komt om verder uit te groeien tot een operaregisseur die doordacht vormgegeven grootsheid inzet om te pleiten voor zachtheid en dansante zotheid, op het podium én op de stoep.