Voor de literatuurfanaten onder ons: jazeker, de titel van de voorstelling is een vette knipoog naar Bartleby, the Scrivener, de klassieker uit 1853 waarin Herman Melville een ogenschijnlijk perfecte ambtenaar opvoert die op een dag een opdracht van zijn baas weigert met een beleefd I would prefer not to. Dat is meteen het enige wat hij vanaf dan nog zegt tegen die overste.
...

Voor de literatuurfanaten onder ons: jazeker, de titel van de voorstelling is een vette knipoog naar Bartleby, the Scrivener, de klassieker uit 1853 waarin Herman Melville een ogenschijnlijk perfecte ambtenaar opvoert die op een dag een opdracht van zijn baas weigert met een beleefd I would prefer not to. Dat is meteen het enige wat hij vanaf dan nog zegt tegen die overste.Ooms en Jäger zijn jong én ambitieus - zo hoort dat. Ze laten zich heus niet betrappen op een makke 'theaterversie' van het boek. Het boek inspireerde hen tot de titel en hielp hen aan een uitgangspunt. De houding van Bartleby is een mogelijk verzet tegenover de gevolgen van de digitale revolutie op ons denken. Voorts stapten ze op de roetsjbaan van hun verbeelding. Ooms regisseert, Jäger speelt.Jäger stommelt tijdens de openingsscène jachtig het podium op - witgelakte pumps, zwarte minirok, witte blouse - en zeult een blitse reiskoffer met zich mee. Ze zal ons tonen hoe we onze droomwagen in vijf minuten kunnen bouwen, orakelt ze in het Engels. Het Engels? Why? Omdat deze vrouw in een nog toekomstige wereld leeft waar Engels de enige taal is, begijpen we snel. Het is tevens een wereld waar verpakkingen het enige overblijvende materiaal zijn waarmee spullen gemaakt kunnen worden. Zoals 'droomwagens'.Jäger gooit - als een soort furieuze life-coach - plastic regencapes, lege kartonverpakkingen, een lege chipsverpakking, isoleerschuimpjes en een wielschijf uit de koffer en fabriceert daar een 'droomwagen' mee. Met die wagen kan ze heerlijk huilend en 'vipend' cruisen terwijl ze de onverlaat die haar hart brak, verwenst in alle wereldtalen die ze spreekt. Bartlebabe ontvouwt zich subtiel tot een taai - want nooit makkelijk te vatten - maar ingenieus zelfportret van een tragisch vereenzaamd mens dat zelfzeker solliciteert - een geweldige scène die droog dolt met Melvilles Bartleby - en ijskoud fulmineert tegen de manier waarop de mensheid de wereld behandelt. Die scène is trouwens het zwakste stuk van de voorstelling. Het is de enige scène waarin Jäger tijdens wat doelloos heen en weer wandelt. Precies omdat er weinig te spelen valt. De boodschap voelt als een activistische lezing die de rauwe, benauwde futuristische sfeer doorprikt.Gelukkig is Jägers spel veerkrachtig genoeg. Nadien speelt ze met evenveel venijn en schwung verder. Haar personage waant zich intussen in een slechte thriller en moet haar geluk vinden door zichzelf spulletjes cadeau te doen. Zo lijkt het. (Zoals gezegd: dit stuk laat zich niet zomaar lezen of beleven.) Ze doet zichzelf een stemversterker cadeau waarmee ze plots anders, haast met twee, klinkt. Voor altijd... Sterven is haar evenmin gegund. Levenslang grommen als een wild beest, wél. Dat zorgt voor een verbijsterend knappe slotscène. Wie het wezen uit de slotscène vergelijkt met de vrouw die het podium in de beginscène kwam opgestormd, ziet de verbazingwekkende metamorfose die Jägers personage onderging. Die transformatie is volstrekt geloofwaardig dankzij het kolkende, brutale, grappige en soms met pretentie dollende spel van Jäger. Dat ze in het vuur van het spel soms kampt met een onverstaanbare dictie, hoort evengoed bij het jong en ambitieus zijn. Na As a matter of fiction (2018) en Some Things Last A Long Time (2019) is dit de derde en stevigste worp van het duo Ooms & Jäger. Die worp doet reikhalzend uitkijken naar kastaar nummer vier de hopelijk weer iets minder taai is maar met evenveel verve gespeeld wordt.