We weten niet wat u uitspookte vrijdagavond (we hoeven dat ook niet te weten) maar wij schuifelden en struikelden sakkerend door de pikdonkere bosjes van het Marie-Hendrikapark in Oostende. Terwijl we hoopten dat er geen struikrovers, dinosaurussen, BV's of ander raar gespuis ons vanuit de struiken zou bespringen, focusten we op de lichtjes aan het einde van die 'bosjestunnel': de feeërieke lichtjes waarmee de tent van Circus Ronaldo verlicht is.
...

We weten niet wat u uitspookte vrijdagavond (we hoeven dat ook niet te weten) maar wij schuifelden en struikelden sakkerend door de pikdonkere bosjes van het Marie-Hendrikapark in Oostende. Terwijl we hoopten dat er geen struikrovers, dinosaurussen, BV's of ander raar gespuis ons vanuit de struiken zou bespringen, focusten we op de lichtjes aan het einde van die 'bosjestunnel': de feeërieke lichtjes waarmee de tent van Circus Ronaldo verlicht is. Die tent was - covid-19 be damned - nooit leger dan het voorbije voorjaar. Maar vanuit die lege piste en de leegte in de harten van de circusfamilie die omheen de piste in woonwagens leeft, groeide alsnog een voorstelling. 'Zie ons hier nu zitten, radeloos en verloren...', vanuit dit idee ontstonden een parcoursvoorstelling die bestaat uit zeven miniatuurtjes. U mag het ook zeven portretten van de vereenzaming noemen. Al klinkt dat werkelijk te negatief. Elk portret is verluchtigd met een lied, een acrobatennummer, een grap of een lachband en met de sprakeloos makende wanhoop van een mens die gedwongen wordt om te stoppen met datgene waar hij van houdt en waarvoor hij leeft. Je betreedt met je bubbel van maximum tien personen het terrein en wandelt automatisch naar het enige teken van leven dat je ziet: een man met een gieter die zijn woonwagen besproeit. 'Het regent niet hé, 't is iets...' Dat klinkt banaal. Dat is het allerminst. Deze bloedmooie scène van Pepijn Ronaldo is minutieus vervlochten in een circusfamilieverhaal waar je de volgende 48 minuten doorheen geloodst wordt, langs de waslijnen vol witte onderbroeken en frivole onderlijfjes. Je bubbel wordt beschouwd als dat kluitje mensen dat blijkbaar niet wist dat alle voorstellingen geannuleerd werden. Als troostprijs krijg je een blik achter de schermen, waar het geblutste leven verdergaat. Je belandt eerst in een prachtige, haast antiek ogende woonwagen met een donkere, houten vloer, gouden schemerlampjes, glitterjurkjes die werkloos langs de wanden hangen, kanten gordijnen én een meisje-in-ondergoed (een ontwapenende Marjolijn Midori) in de bedstee. 'Mogen jullie wél al naar buiten? Ik nog niet... Mag ik voor jullie een liedje zingen? Ja?!' Ze zingt glunderend. En wordt stijlvol begeleid door het meubilair... Voilà. Díe tovenarij, ontsproten aan de ongebreidelde verbeelding van de Ronaldo's, maakt van elke scène een hoopvol glanzende parel met een kern van verslagenheid. Je ontmoet onder meer een tot 'meester-afwasser' vervelde acrobate, een gewiekst manusje-van-alles (de talentvolle komiek-in-volle-ontluiking Corneel Didier) en een depressieve directeur (een indringende Karel Creemers) die de verloren gelopen toeschouwers meteen een bijzondere rol geeft... Alle ontmoetingen zijn betoverend door de context. Circus Ronaldo verplicht je tijd te nemen voor de details nu het grote verhaal op pauze werd gezet. Je kijkt je ogen uit in en omheen de woonwagens. In het 'kantoortje' van de directeur, bijvoorbeeld, dient een verroest soepblik als verzamelpot voor facturen. En in de woonwagen van de grootvader die ooit clown was en nu verdort zonder de lach van het publiek, ontvangt Danny Ronaldo je. Hij vertolkt op een tedere, innemende manier de verbijsterde kunstenaar die zijn kunststreken gelukkig niet - nooit! - verleerd. Ondanks een door weemoed getekend gezicht doen zijn handen waarin ze excelleren: ontwapenend en verrassend entertainen met ogenschijnlijk ordinaire spullen... Je staat tijdens alle ontmoetingen letterlijk oog in oog met een wereld die niet echt kan zijn en het tóch is. Je wordt gefopt op anderhalve meter. Dat is magie. Met Applaus reanimeert Cicus Ronaldo de magie die dit voorjaar vermorzeld werd onder de coronapletwals. Zelden was een circusvoorstelling zo intiem van opzet en zo groots van effect. Door de doordachte opeenvolging van de scènes - Danny Ronaldo tekende voor de regie - krijg je nergens echt de kans om te applaudisseren. Maar je wilt niets liever dan dat. Dit besef je pas wanneer je terug aan de andere kant van het hek staat. Even onthand als deze artiesten vandaag zijn. Toen we buitenkwamen, bleek ook het toegangstentje tot het terrein verdwenen. De hele omgeving was zo zwart als Pekkies vacht. Gelukkig gloeiden we na van alle magie.