'Hoe heet je? Steven? En wat is uw beroep? Magazijnmedewerker...?', Amelie Albrecht fronst, kijkt de zaal in en zegt droog: 'Is er nog iemand écht geïnteresseerd in Steven?' Ze haat publieksinteractie. Dat bekent ze al nippend van het glas Duvel dat op een barkruk naast haar staat. Maar ze bewijst in Zwaar leven wél dat ze verdraaid goed weet hoe ze dat publiek moet bespelen.
...

'Hoe heet je? Steven? En wat is uw beroep? Magazijnmedewerker...?', Amelie Albrecht fronst, kijkt de zaal in en zegt droog: 'Is er nog iemand écht geïnteresseerd in Steven?' Ze haat publieksinteractie. Dat bekent ze al nippend van het glas Duvel dat op een barkruk naast haar staat. Maar ze bewijst in Zwaar leven wél dat ze verdraaid goed weet hoe ze dat publiek moet bespelen. Albrecht is 'niet lui maar doodop'. Dus zocht ze zich niet kapot naar een origineel decor. We moeten het doen met wat roodfluwelen gordijnen - 'van de overschot is mijn broekpak gemaakt' - en een handvol spots die haar in een fonkelend wit licht plaatsen. Dat is voldoende. Ze straalt in dat knalrode broekpak én ze beschikt over moppenmunitie. Die munitie schiet ze trefzeker af. Al ontkracht ze haar grappen soms met een overbodig lachje.Albrecht verzint haar Zwaar leven niet. Ze observeert het leven terwijl ze met haar hond Duvel wandelt, zich verbaast over de stapel advocado's in de supermarkt of haar vriendinnen ziet verpoppen tot hypercratieve kleuterjuffen met kirrende stemmetjes. Wat ze ziet, verpakt ze in moppen die gemarineerd zijn in vrolijke verontwaardiging.Ze is op haar best wanneer ze - leunend op haar microfoonstandaard (ze ís doodop) - een taboe verbrijzelt met een mening die zo messcherp en goudeerlijk is dat het hilarisch wordt. In die moppencategorie parkeert ze een zelfmoordgrap, een machtig mitrailletevuur aan leerkrachtenmoppen - 'Leerkrachten, ik zie jullie doodgraag maar jullie zijn doodvermoeiend' -, een fantastische mop over verkrachtingen (we beseffen dat dit op z'n minst ongemakkelijk leest), een bloedeerlijke mening over rusthuizen en droge commentaar bij haar gênante avonturen in Lapland of in de Carrefour op Oudejaarsavond. De flamboyante feministe in zichzelf laat ze dan weer pront los in de mailbox van een redactrice van De Morgen. Het zijn de observaties van een late twintiger die vanuit haar kartondozenkasteel-met-zitkussen om zich heen kijkt en volop geniet van het voorlopig kinder- en partnerloze leven. Ze laat ons meegenieten in bed en in de keuken en deelt haar verbazing over de voornaamwoordenhype met een zucht. Wat is haar verhaal? Dit. Het opsommen van die observaties. Dat is de nogal makkelijke structuur die Albrecht hanteert. Ze hopt van het ene naar het andere onderwerp. Wanneer ze geen bruggetje vindt, lost ze dat op met een kwinkslag en een zucht. Ze is ook niet te beroerd om toe te geven dat een grap faalt en weet die dipjes telkens te herstellen. Naast de scène loopt ze met haar kwispelende Duvel aan de hand. Op de scène staat ze met een glas Duvel in de hand, moppen tappend om de absurditeit van dat bestaan te ontmaskeren. Ze blijkt er een kei in. Keien lijken doodop. Maar ze veranderen wél de stroming van een rivier. Albrecht heeft alles - goeie timing, veel zelfrelativering, een dictie met groepotentieel, een heldere blik en een goed hart dat ze flink inpakt in rood fluweel en afschermt met een groot bierglas - om uit te groeien tot een stand-upcomedian die eigenlijk te moe is om zich uit te sloven als wereldverbeteraar maar dat dankzij haar rake en geestige observaties wél is. Maar... Het is geen goed idee om sterke moppen al wekenlang voor haar show te verklappen. Haar alombekende Tinder-ervaring in de zaal oogst helaasweinig meer dan een herkenningsapplausje. En ze zal moeten leren om van haar shows een dorp te maken met een stevige kern waaromheen alle moppen samentroepen. Nu vormen haar moppen een te lange 'lintbebouwing'. Het is een absoluut vermakelijke maar qua ritme en opbouw nogal eentonige moppenparade. Zwaar leven is desondanks en bovenal de stralende en soms wat sputterende start van een beloftevolle stand-upcomedian die met haar grappen een fort bouwt tegen alles wat een mens verhindert een rustig leven te leiden.