Er zijn geen schrijvers meer. Er zijn nog wel mensen die schrijven, maar dat is niet hetzelfde.

Ik debuteerde in 2008, in een tijd waarin er wel nog schrijvers waren. Elk jaar had je enkele belangrijke romans. Kranten en magazines maakten lange interviews met mooie foto's en elk jaar braken er wel enkele boeken uit de literaire cocon om een mainstreamsucces te worden. De prijzen hadden nog namen die min of meer iets betekenden en een schrijver die zich moeide in een of ander debat, werd gehoord - of dat altijd terecht was, is weer een andere discussie.

Ik heb nooit gepland om schrijver te worden. Ik was geen goede student en miste een doel. Tot ik het schrijven ontdekte en helemaal verknocht raakte aan de eenvoud ervan: het leven, het hoofd, het lijf en dan de tekst. En die komt op papier terecht zodat andere mensen hem kunnen lezen, en als het goed is, raakt hij hen ook weer in hun lijf en hun hoofd en hun leven.

Onze helden zijn nu vooral losers.

Ik vertel dit omdat ik met een zeker dedain spreek over de afbrokkelende literaire wereld en dat verkeerdelijk als een gebrek aan liefde voor de schrijver of de roman begrepen zou kunnen worden.

Net zoals elk wereldje is ook het literaire er een van potsierlijke menselijkheid en van meer falen dan slagen. Maar het literaire wereldje heeft gelukkig niks - maar dan ook echt niks - te maken met schrijver zijn. Het is een oud netwerk van mensen die de schrijvers veelal als vehikel gebruiken om hun eigen belangen of hun ego te bedienen.

Ik ken dan ook geen enkele schrijver die van het literaire circuit houdt. Nu ja. Misschien Bart Moeyaert.

Het lot van de schrijvers zal niemand wat kunnen schelen. Als ik zelf niet schreef, het zou mij ook niet kunnen schelen. Maar de complete devaluatie van de stiel is misschien wel een teken van het afnemen van een bredere intellectuele interesse en de verharding van de maatschappelijke sfeer.

Het literaire wereldje is een oud netwerk van mensen die de schrijvers veelal als vehikel gebruiken om hun eigen belangen of hun ego te bedienen.

Onze helden zijn nu vooral losers. Pas op: schrijvers zijn ook losers. Mogelijk de grootste losers aller losers. Maar nu zijn het andere losers die met de aandacht gaan lopen. Zonen van. Zweverige instagramfiguren. Mensen die gezond eten en daar een hele zaak van maken. Populisten en Twitterpredikanten. Dochters van. Mensen met een eigen merk van iets. Honden van. Katten van. Voetballersvrouwen.

Of dit goede of slechte tijden zijn, dat zal de toekomst wel uitwijzen, maar dat het een tijd van losers is, dat staat vaster dan iets dat zo vast staat dat je zegt 'godverdomme, dat staat vast'.

Ik zal wel een oude idioot zijn, en dat vind ik zoals elke oude idioot ooit niet eens erg. Maar we doen schijnbaar zo ons best om gevoelig te zijn en rekening te houden met elkaar, terwijl we toch in een koude maatschappij zijn beland.

Misschien omdat we zaken die niet binair te behandelen zijn, toch binair behandelen. Keuzes, citaten, liefde, seks, geluk, hoop, boosheid, wraak. Je komt echt nergens als je die dingen behandelt als 0 of 1, zwart of wit, helemaal goed of helemaal slecht. Maar voor nuance is geen tijd. En daarom zijn er geen schrijvers meer, want die bakken met hun romans net brood van nuance.