Dat soloalbum brengt hij niet uit onder zijn eigen naam maar als Don Melody Club. De Club in kwestie is de batterij synthesizers waarmee Madjid zich omringde voor Pure Donzin. Maar daarmee is Donald 'Donny' Madjid niet aan zijn proefstuk toe. De voorbije jaren veroverde hij als zanger-toetsenist van The Mauskovic Dance Band festivalpodia over de hele wereld met een mix van Latijns-Amerikaanse folkgenres, spacedisco en new wave.
...

Dat soloalbum brengt hij niet uit onder zijn eigen naam maar als Don Melody Club. De Club in kwestie is de batterij synthesizers waarmee Madjid zich omringde voor Pure Donzin. Maar daarmee is Donald 'Donny' Madjid niet aan zijn proefstuk toe. De voorbije jaren veroverde hij als zanger-toetsenist van The Mauskovic Dance Band festivalpodia over de hele wereld met een mix van Latijns-Amerikaanse folkgenres, spacedisco en new wave. Voor Pure Donzin zoekt hij het exotisme dichter bij huis, in zijn niet van tulpen gespeende achtertuin. In het Nederlands bovendien. Met wat je als kleinkunstfunk of elektronische smartlappensoul kunt omschrijven, wil de Don Melody Club resoluut de Nederlandse chansonnier Ramses Shaffy achterna. Madjid vertelt erover vanuit zijn appartement in Amsterdam, volgestouwd met keyboards. Rechtsboven op ons computerscherm, herkenbaar aan de grote, kleurrijke knoppen, spotten we ook de machine waar het allemaal mee begon: de Rhythm King Maestro. Donald Madjid: Een analoge drumcomputer die eind jaren zestig op de markt kwam. Sly Stone gebruikte hem veel, onder andere op Family Affair. De 'funk box' was zijn naam ervoor. Ideaal om mee te jammen als je zelf geen goede drummer bent of kunt vinden. Ik wilde eigenlijk weer meer leadzanger worden. Bij The Mauskovic Dance Band zing ik ook wel, maar de stem zit totaal niet op de voorgrond. Na een paar jaar touren begon ik die centrale, leidende rol te missen, want daarmee is het voor mij begonnen, toen ik nog in schoolbandjes en zo speelde. Als ik zelf muziek schrijf, heeft de zang dus wel een prominente plek. Maar muzikanten verzamelen, repetities organiseren, speelruimte vinden... Daar had ik tussen al de liveshows met The Mauskovic Dance Band door zelden voldoende tijd voor. Dus moest ik het alleen doen, en liefst thuis. En toen ontdekte ik die Rhythm King Maestro. Beck is naar het schijnt ook een liefhebber. Madjid: Ik wist zelfs niet dat er in de jaren zestig al drumcomputers bestonden! De Maestro heeft een heel organische sound, maar een beperkt scala aan ritmes en variaties: 'Chachacha', 'western', 'bossa nova' en nog een tiental andere. Die beperkingen prikkelden mijn fantasie, maar in Europa kon ik nergens een exemplaar op de kop tikken. Uiteindelijk heb ik er eentje laten overvliegen vanuit Amerika. Ik moest me dus geen zorgen maken dat iemand anders in Nederland met die sound aan de slag zou gaan. (lacht) Er zijn wel meer Nederlandse artiesten in de weer met drumcomputers, maar die klinken meestal heel erg eighties. Ik wilde meer terug naar een warme sixties- of seventiesklank. Anderzijds heb ik me ook laten beïnvloeden door doe-het-zelvers als Ariel Pink en Mac Demarco. 'Ik mis muzikanten die de microfoon serieus proberen te nemen', vertelde je onlangs aan de VPRO. Madjid: Ik weet niet hoe het in België zit, maar de meeste nieuwe Nederlandstalige artiesten doen het vaak met een portie satire en een vette knipoog: Merol, Sophie Straat, groepjes als Goldband... Ik vind het tof, hoor, maar daarnaast mis ik wel artiesten die hun moedertaal ook een eervolle, serieuze invulling geven. Meer zoals Ramses Shaffy het deed, weet je wel? Zijn hele présence, hoe hij dingen vertelde, dat heeft me heel erg geïnspireerd. Ik wil meer dan gewoon een graantje meepikken van de schijnbaar nieuwe wind die door het levenslied waait. Tegenwoordig is het haast misdadig als je níet in het Nederlands zingt. (lacht) Het werkte wel bevrijdend, moet ik zeggen, zingen in mijn eigen taal. Je komt op een minder cheesy manier toch wel sneller bij je kernfrustraties terecht. (grijnst)Je hebt Shaffy's klassieker Laat me gecoverd. Waarom precies die song? Madjid: Wat mij betreft, is dat dé ultieme hymne van de Nederlandstalige muziek, zeker in die tijd, maar ook vandaag nog. Ik dacht: als ik die in een nieuw jasje steek, dan vormt dat voor de luisteraar een soort vertrouwd toegangspoortje naar mijn eigen sound en stijl. 'Ik ben misschien te laat geboren' luidt de openingsregel van Laat me. Herkenbaar? Madjid: Nou, toen ik zeventien was en nog covers van The Doors zong, had ik me daar helemaal in kunnen vinden, ja. Gaandeweg ben ik wel de voordelen gaan inzien van deze tijden. Zeker als muzikant heb je nu veel meer mogelijkheden. Er hangt gewoon zo veel muziek en inspiratie in de lucht, vanuit de hele wereld. En zelfs al speel je voor een nichepubliek, je kunt het nu veel makkelijker bereiken. Ik zit met Don Melody Club op Bongo Joe, een klein Zwitsers label, maar wel met vertakkingen tot in de VS toe. Vroeger zou het al moeilijk geweest zijn om met mijn muziek tot buiten Amsterdam te raken. Dus ik ben tegenwoordig best blij dat ik te laat geboren ben . (lacht)Afgaande op je liedje Psychonauten heb je ervaring met hallucinogenen. Madjid: Het is iets dat binnen onze vriendengroep - de Mauskovic-broeders en zo - al mooie herinneringen en innige ervaringen heeft versterkt, ja. En om de coronadipjes tegen te gaan ben ik tegenwoordig aan het experimenteren met microdoseren. Dan neem je een minimale hoeveelheid lsd of paddo's, om je creativiteit, inzichten en zelfbewustzijn te stimuleren, zonder dat je echt gaat trippen. Gek wel hoe dat tegenwoordig zelfs hip geworden is. Je kunt zulke microdoseringsets gewoon online bestellen. En, werkt het? Madjid: Ik ben er nu een maandje mee bezig, maar de geniale inzichten zijn me voorlopig nog niet te binnen geschoten, nee. Misschien moet ik de dosis binnenkort toch maar een beetje verhogen. (grijnst)Ramses Shaffy vond met zangeres Liesbeth List zijn muzikale soulmate. Wie zou een goede match vormen met Don Melody? Madjid: Met wie ik graag zou samenwerken? Dan moet ik sowieso Ronald Langestraat zeggen. Die man is echt wel een voorbeeld voor me. Hij was thuis in de Nederlandse jazzscene, maar maakte begin jaren tachtig enkele solo-lp's vol spacey lofisongs met allerlei synths, thuis opgenomen met een viersporenrecorder. Heel eigenzinnig. Toen ik enkele jaren geleden een heruitgave van die eerste lp, Searching, hoorde ging er een wereld voor me open. Hij moet nu begin de tachtig zijn, maar volgens mij kunnen we samen nog mooie dingen doen. Langestraat had eind jaren tachtig een residentie in het chique Hotel Apollo in Amsterdam. Hij speelde daar vijf dagen per week in de loungebar. Zou dat iets voor jou zijn? Madjid: Dat zie ik wel zitten, ja! In een mooi dinerjasje aan de piano - mijn liedjes lenen zich wel voor een soort croonende lounge-act. Maar als ik écht een locatie mag kiezen, dan ga ik vol voor het Koninklijk Theater Carré. En in een ideale wereld liefst met het Metropole Orkest erbij, Ramses en Herman van Veen achterna! (lacht) Of ergens een mooie stationshal of zo, gewoon op piano. Kan ook leuk zijn. Antwerpen Centraal zal je met open armen ontvangen. Madjid: Nicolas Mauskovic en ik hebben al zitten nadenken om richting Antwerpen te verhuizen. Onze maatjes Jacco Gardner en Kai Hugo, van Palmbomen, zitten daar al. Wat je in Amsterdam voor een kamertje betaalt, daar heb je in Antwerpen een hele loft voor. En er is bij jullie toch ook een leuke, levendige muziekscene? Ik zou er opnieuw kunnen verbroederen met Tamino, mijn oude klasgenoot in het Conservatorium van Amsterdam. Er staat zelfs nog een oude song van hem ergens op mijn computer. De opdracht was: schrijf een song voor iemand anders en neem 'm samen op. Dus ja, ik heb nog een duet gezongen met Tamino. Sterk hoe hij tegenwoordig aan het schitteren is. Zeker voor zo'n verlegen jongen. Jullie lijken eigenlijk een beetje op elkaar. Madjid: Zwijg stil! Op het conservatorium konden de docenten ons niet goed uit elkaar houden. 't Is te zeggen: ik werd vaak Tamino genoemd, maar hij bijna nooit Donald. Het verschil in star quality was toen blijkbaar al heel erg duidelijk. (lacht)