Stel: je groeit op in een land waar muziek jarenlang verboden was en muzikanten hun metier soms met hun leven moesten bekopen. Waar journalisten en seculiere scholen het doelwit zijn van religieuze extremisten, en waar als vrouw de combinatie op tv komen én zingen ongeveer het gevaarlijkste is dat je kunt doen. Zou u dan én les geven, én radioreportages maken én in het geniep meedoen aan een zangwedstrijd op de nationale televisie? De Afghaanse Elaha Soroor (°1988) heeft het niet alleen gedaan, ze kan het gelukkig ook nog navertellen en maakte met het Britse Kefaya bovendien een van onze favoriete platen van het voorbije jaar: Songs of Our Mothers, op vier in ons eindejaarslijstje.
...

Stel: je groeit op in een land waar muziek jarenlang verboden was en muzikanten hun metier soms met hun leven moesten bekopen. Waar journalisten en seculiere scholen het doelwit zijn van religieuze extremisten, en waar als vrouw de combinatie op tv komen én zingen ongeveer het gevaarlijkste is dat je kunt doen. Zou u dan én les geven, én radioreportages maken én in het geniep meedoen aan een zangwedstrijd op de nationale televisie? De Afghaanse Elaha Soroor (°1988) heeft het niet alleen gedaan, ze kan het gelukkig ook nog navertellen en maakte met het Britse Kefaya bovendien een van onze favoriete platen van het voorbije jaar: Songs of Our Mothers, op vier in ons eindejaarslijstje. Op papier lijkt het niet evident: een Brits-Italiaanse producerstandem met muzikanten uit het Verenigd Koninkrijk, België, India, Griekenland en Iran die in het Farsi gezongen folksongs moderniseert. Maar hun weefsel van elektronica, folk, dub en jazz, met het stemgeluid van Soroor als emotioneel bindmiddel, klinkt geen seconde geforceerd of gekunsteld. Kefaya, opgericht door Giuliano Modarelli en Al MacSween, haalde zijn naam in Egypte, waar die term, die 'genoeg' betekent, een strijdleuze was in 2011, tijdens de Arabische lente. In 2015 leren de twee tijdens een festival van de Afghaanse diaspora in Londen Elaha Soroor kennen. Er bloeide iets moois, maar de weg daarnaartoe was minder fraai. Elaha Soroor: Ik ben geboren in Iran, waar mijn ouders heen gevlucht waren tijdens de burgeroorlog. Rond mijn vijftiende zijn ze teruggekeerd, naar Kunduz. Mijn familie behoort tot de Hazara, een etnische groep die erg geleden heeft onder het bewind van de Taliban. Ook nu hebben die nog veel invloed in de regio. Er heerst veel armoede en analfabetisme, en aangezien ik wel kon lezen en schrijven, ben ik les beginnen te geven. Wiskunde en taal, aan de andere meisjes van de buurt, wier ouders bang waren om hen naar school te sturen. De Taliban willen niet dat vrouwen onderwijs volgen. We stonden dus al snel op hun radar. Mijn eigen familie is ook heel religieus, maar het zijn zeker geen fundamentalisten. Mijn moeder heeft me zelfs nog geholpen met een nieuw baantje vinden: in de bibliotheek van een lokaal radiostation. Daar dulden de extremisten wel vrouwen? Soroor:Zolang ze zich op de achtergrond houden. Maar ja, zo zit ik niet elkaar. (lacht) Omdat ik zo goed kon lezen en schrijven werd ik al snel gepromoveerd tot reporter, een job die ik met zo veel enthousiasme en zonder een blad voor de mond te nemen deed dat mijn familie al snel doodsbedreigingen kreeg. Daarop zijn we naar Kaboel verhuisd, waar ik me inschreef op de muziekschool. Niet omdat ik per se zangeres wilde worden, maar omdat het een plek was waar ik vrijheid kon proeven. Het was een religieuze muziekschool, omdat mijn ouders dat wilden, maar achter hun rug begon ik ook westerse harmonieën te leren en te spelen met seculiere muzikanten. Ook toen ik me in 2008 inschreef voor Afghan Star, een televisiewedstrijd zoals jullie Idool, wisten ze van niks. Ze zouden dat toch nooit hebben goedgekeurd, maar ik wilde hen ook beschermen: als vrouw op televisie komen én zingen staat in Afghanistan gelijk aan met je leven spelen. Drie jaar voor ik de enige vrouwelijke kandidaat was in het vierde seizoen van Afghan Star, hebben extremisten in Kaboel Shaima Rezayee vermoord, de enige vrouwelijke presentator op een muziekzender. Voor de eerste aflevering van Afghan Star hebben verschillende vrouwen in het studiopubliek me nog proberen om te praten. Ze zeiden dat ik gek was, dat ik net als Rezayee vermoord zou worden. Waarom je leven op het spel zetten voor een talentenjacht? Soroor: Ik deed mee omdat ik het wilde doen, en om te tonen dat ik dat kón. Hier in het Westen zijn zulke programma's vaak plat entertainment, maar in Afghanistan hebben ze echt wel een maatschappelijke functie. Iets als artistieke vrijheid, wat jij heel gewoon vindt, bestaat niet in mijn land. Onder de Taliban waren radio's en tv's zelfs verboden. Ze hebben niet meer zoveel macht als vroeger, maar hun invloed leeft wel voort. Afghanistan is en blijft een patriarchale samenleving - altijd al geweest. Op Songs for Our Mothers staat een nummer, Gole Be Khar, van de legendarische zangeres Abey Mirza, net als ik een Hazara-vrouw. Zij was tot ver buiten haar gemeenschap bekend dankzij haar persoonlijke, uit het leven gegrepen liedjes. Ze was een dorpsmeisje, een gehuwde moeder, geen popster of zo. Maar ze ging in tegen de religieuze dogma's, en dat was niet naar de zin van de machthebbers. In de jaren zeventig trokken soldaten naar haar dorp, waar ze publiekelijk vernederd en gearresteerd werd. Ze verdween voor jaren achter de tralies, omdat ze een vrouw was die zong. Dat heeft ze na haar gevangenisstraf trouwens nooit meer gedaan. Ook jij hebt de gevolgen aan den lijve mogen ondervinden. Soroor: Ik ben op straat in elkaar geslagen, ik ben gestenigd, net niet ontvoerd en uiteindelijk verstoten door mijn eigen familie. De enigen die me steunden, waren mijn zus en een broer die toen al in Frankrijk woonde. Om te overleven knipte ik mijn haar af en droeg ik mannenkleren, zodat ik niet herkend zou worden, maar ook omdat je als alleenstaande vrouw in Kaboel zelfs geen appartement kunt huren. Je als man voordoen is op zich ook levensgevaarlijk, vermoed ik? Soroor: Ja. Leven in Afghanistan is tout court gevaarlijk. Wie 's ochtends thuis vertrekt, doet dat in de wetenschap dat je mogelijk niet meer terugkeert. Ooit heb ik in Kaboel nipt een zelfmoordaanslag overleefd. Elk moment kun je er de dood in de ogen kijken. Dan gebeurt dat maar beter terwijl je iets doet waar je van houdt, terwijl je leeft zoals je wilt leven, nee? In mijn geval is dat zingen, muziek maken, verhalen vertellen, optreden. Dankzij een klein netwerk van mensen, onder wie filosoof Asad Buda, ben ik het land uiteindelijk kunnen ontvluchten. De liedjes op Songs of Our Mothers zijn van oorsprong folkmuziek die traditioneel door vrouwen gezongen werd. Voor de niet Farsi-sprekers onder ons: waarover gaan ze? Soroor: Liefde, vervreemding, trouw en ontrouw, verlies, ontdekking... Gewoon de dingen waar zo veel liedjes over gaan. (lacht) Maar als vrouw in Afghanistan zijn dat onderwerpen die enkel met andere vrouwen bespreekbaar zijn - en dan nog! Over zulke gevoelige zaken praat je enkel omfloerst, in poëtische termen, met veel dubbele bodems en metaforen. Heel erg geschikt om te zingen dus. De liedjes worden doorgegeven van moeder op dochter, van tante op nichtje, van zus op zus. Voor Afghaanse vrouwen zijn ze eigenlijk een vorm van rebellie, een manier om zich te uiten en te tonen als de volwaardige, driedimensionale wezens die we zijn. Vorig jaar was er voor het eerst een winnares van Afghan Star, Zulala Hashemi, ook een Hazara. Je hebt een voorbeeld gesteld. Soroor: Mja, waarschijnlijk wel. Maar een zangwedstrijd winnen is één ding, nu begint voor Hashemi het echte werk pas, en het gevaar. Naar het schijnt wordt zij goed omringd en gesteund door haar familie. Dat is een goed teken. Want de Taliban liggen op de loer, wees daar maar zeker van. Ooit hoop ik terug te keren naar Afghanistan, maar voorlopig voer ik mijn strijd hier. Onlangs is er tijdens gevechten in Kunduz nog een nichtje van me omgekomen. Ben je gelukkig in Engeland? Soroor: (twijfelt) Kijk, met muzikale klasbakken als Kefaya ben ik met mijn gat in de boter gevallen, dus prijs ik mezelf gelukkig. De manier waarop ze deze songs naar hun hand hebben gezet, is ongelooflijk. Ik kan mijn stem hier op een veilige manier gebruiken, via de muziek aantonen dat Afghaanse vrouwen meer zijn dan onderdrukte, hulpbehoevende sukkelaars, maar ook in Europa zijn er mensen die artiesten maar vreemde, vervelende mensen vinden die zogezegd geen maatschappelijke bijdrage leveren. Die naar vrouwen kijken als minderwaardig objecten, of vinden dat jongens meer mogen dan meisjes. Ook hier is er best nog wel werk aan de winkel, hoor.