Op 27 januari 1991, in Tampa, Florida, winnen de New York Giants de 25e Super Bowl ten koste van de Buffalo Bills met een score van 20-19. Het is de eerste keer dat het nationale footballkampioenschap eindigt met slechts één punt verschil. Maar de dag nadien spreken de kranten niet enkel over het aantal touchdowns of het scoreverloop, want nog voor de aanvang van de wedstrijd was er al spektakel te beleven in het Tampa Stadium. Traditiegetrouw wordt het kampioenschap voorafgegaan door een live gezongen versie van het Amerikaanse volkslied, en de eer om dit keer The Star Spangled Banner te vertolken is weggelegd voor Whitney Houston.
...

Op 27 januari 1991, in Tampa, Florida, winnen de New York Giants de 25e Super Bowl ten koste van de Buffalo Bills met een score van 20-19. Het is de eerste keer dat het nationale footballkampioenschap eindigt met slechts één punt verschil. Maar de dag nadien spreken de kranten niet enkel over het aantal touchdowns of het scoreverloop, want nog voor de aanvang van de wedstrijd was er al spektakel te beleven in het Tampa Stadium. Traditiegetrouw wordt het kampioenschap voorafgegaan door een live gezongen versie van het Amerikaanse volkslied, en de eer om dit keer The Star Spangled Banner te vertolken is weggelegd voor Whitney Houston. De 28-jarige Houston is op dat moment een van Amerika's grootste popsterren. Zes jaar eerder had ze zich met haar eerste album vrijwel vanuit het niets naar de hoogste regionen van de Amerikaanse hitlijsten gekatapulteerd. Twee jaar later, in 1987, ontpopt ze als wereldster met de single I Wanna Dance With Somebody (Who Loves Me), uit haar tweede album Whitney, de plaat die haar status van America's sweetheart betonneert. Samen met Michael Jackson is ze de ultieme crossoverster: zwart genoeg om door de Afro-Amerikaanse gemeenschap op handen te worden gedragen, niet te donker voor de blanke middenklasse die op zondagmiddag op MTV afstemt. Wanneer ze in 1991 uitverkoren wordt om het nationale volkslied te zingen voor bijna uitzinnige footballfans is Houston, na Diana Ross en Aaron Neville, nog maar de derde artiest van Afro- Amerikaanse origine die die eer te beurt valt. Het patriottische en strijdvaardige The Star Spangled Banner ligt dan ook gevoelig bij de zwarte bevolking van de VS. Regels als 'No refuge could save the hireling and slave/ From the terror of flight, or the gloom of the grave' zitten daar iets voor tussen. Na de Super Bowl van 1991 zou de hymne echter nooit meer hetzelfde klinken. Niet omdat Whitney Houston haar versie bracht op een gehurkte knie of met een opgestoken, gebalde vuist. Ze wierp een ander, veel indrukwekkender lichaamsdeel in de strijd: haar stembanden. 'And the star-spangled banner in triumph shall waveOver the land of the free and the home of the brave'Het zijn de twee laatste regels van het volkslied, en ze worden doorgaans het luidst meegebruld. Maar Houston legt haar eigen accent. In plaats van, zoals traditioneel voorgeschreven, een tel te reserveren voor 'free' rekt ze het woord vier tellen uit, terwijl ze intussen twee octaven hoger schakelt. Niet alleen een vocale krachttoer, maar in 1991 - terwijl de eerste Golfoorlog onder president Bush aan de gang is en het Amerikaanse patriottisme hoogtij viert - ook een krachtig statement. 'A sound for the ages', zo omschrijft het weekblad The New Yorker, 25 jaar later, de vocale stunt van Houston. 'Houstons versie markeerde niet louter een muzikale revolutie, het was ook een revolutie in betekenis.' Een paar kleine noten voor een zangeres, een grote stap voorwaarts in de muziekgeschiedenis en een olympische sprong richting Afro-Amerikaanse emancipatie. In 1991 was The Star Spangled Banner voor Whitney Houston wat Say It Loud (I'm Black and I'm Proud) in 1968 was voor James Brown. 'Door van het idee van vrijheid het emotionele en structurele hoogtepunt van het volkslied te maken opende Houston de stalen deur voor zwarten, en hielp ze het lied deel uit te maken van ons eigen culturele patrimonium', aldus The New Yorker. Het is na het lezen van dat artikel, gepubliceerd in januari 2016, dat regisseur Kevin Mcdonald (The Last King of Scotland, Touching The Void) de knoop doorhakt om zich aan boord te hijsen van Whitney, een documentaire over het leven van de ster, geproduceerd door Altitude Film Distribution, dat ook al de Oscarwinnende documentaires 20 Feet from Stardom (2014) en Amy (2015) maakte. Want net als bij de betreurde Amy Winehouse is het verhaal van Houston meer dan enkel het sensationele relaas van de neergang van een succesvol, aan drugs verslaafd idool. Houston leek dan wel geboren om te schitteren, ze was tegelijk gedoemd om te crashen. Ondanks haar kraaknette, brave imago was Houston wel degelijk een ghetto girl. Ze is geboren in Newark, New Jersey, in 1963. Vier jaar later, in de zomer van 1967, en na decennia armoede, werkloosheid en raciale spanningen, is het centrum van de stad vier dagen en nachten lang het toneel van hevige rassenrellen, waarbij 26 doden vallen. Het gezin Houston blijft van het geweld en de plunderingen gespaard, maar verhuist toch naar een andere, 'betere' buurt. Zingen zit haar in het bloed: mama Cissy is een gevierde gospelicoon, twee nichtjes zijn succesvolle souldiva's: Dionne en Dee Dee Warwick. Haar meter is Darlene Love, een van de protegees van Phil Spector, en wanneer Whitney acht jaar oud is, krijgt ze er nog een eretante bij: Aretha Franklin, bij wie Cissy op dat moment in het achtergrondkoortje zingt. Ook dochterlief blijkt een natuurtalent, en wanneer haar ouders scheiden, belandt ze als tiener vaak met Cissy op het podium. Het is daar, tijdens een show in New York, dat een talentscout van Arista Records onder de indruk raakt van Houston, op dat moment negentien jaar. Twee jaar later, begin 1985, verschijnt haar debuutalbum en kan het sprookje beginnen. Een sprookje zonder happy end. De jaren daarna rijgt Houston de records en eretitels aaneen. Een bloemlezing. Ze was de eerste vrouw die drie nummer-eenhits scoorde met haar debuutalbum. Ze was, volgens Billboard, in 1986 de best verkopende artiest met het meestverkochte album, alweer de eerste vrouw die daarin slaagde. In 1987 scoort ze vier opeenvolgende nummer-eenhits, wat het totaal op zeven brengt, een verbetering van het record dat op naam van The Beatles stond. Datzelfde jaar is ze volgens Forbes ook de best verdienende Afro-Amerikaanse artieste. Faam en fortuin zijn haar deel, maar met haar imago van ideale schoondochter maakt ze ook vijanden. Sommige Afro-Amerikaanse critici en ook een deel van het publiek vinden Houston en haar muziek 'niet zwart genoeg'. Beschuldigingen van 'uitverkoop' klinken steeds luider. Te gepolijst, te glamoureus, te populair, simpelweg te wit. Wanneer in 1988 de Soul Train Awards, in de VS dé graadmeter voor zwarte artiesten, worden uitgereikt, jouwt een deel van het publiek Houston uit telkens wanneer haar naam valt. 'Whitey!' klinkt het cynisch vanuit de zaal. Nog maar enkele jaren ver in haar carrière en daar is de backlash al. 'Mijn succes kwam zo snel en plots dat de zwarte gemeenschap aanvankelijk dacht: ze hoort bij ons', vertelt ze enkele jaren na het boegeroep aan het blad Ebony. 'Maar toen kwam pas het echt grote succes en hadden ze het gevoel dat ik niet meer bij hen hoorde, dat ik buiten hun bereik lag.' Houston is dan wel de nieuwe, zwarte prinses van de pop, het volk mort. Gelukkig is er Robyn Crawford, haar jeugdvriendin en grootste vertrouwelinge die dienstdoet als persoonlijke assistente. Crawford is de buffer die haar beschermt tegen de boze buitenwereld, maar ook een bron van controverse. Hun sterke band zorgt voor wrevel en wantrouwen binnen de Houston-clan, en jarenlang zullen geruchten de ronde doen dat de twee een lesbische relatie hebben. Een man lijkt er niet te zijn in het leven van Whitney Houston, en wanneer de prins op het witte paard dan toch komt aangereden, schrikt iedereen zich een hoedje. In 1992 stapt ze in het huwelijksbootje met Bobby Brown, een zes jaar jongere r&b-zanger met de reputatie van een harde jongen - zeg maar de Chris Brown van zijn tijd. Volgens intimi vond Houston een gelijkgestemde ziel in Brown, maar voor de buitenwereld is en blijft hij de man door wie de zangeres aan de drugs raakte, iets wat Brown, net als de beschuldigingen van huiselijk geweld, nog steeds ontkent. Een tumultueus huwelijk waarin de drank rijkelijk vloeit en de drugs in royale hoeveelheden steevast binnen handbereik zijn is het in elk geval. 'We fought hard, we loved hard', aldus Houston jaren later. Maar de destructieve relatie met Brown drijft ook een wig tussen haar en Robyn Crawford, die vol afgrijzen toekijkt hoe haar hartsvriendin steeds dieper in een drugsspiraal verzeilt en uiteindelijk uit haar entourage stapt. En dan gaat het van kwaad naar erger. In 1992, na de release van de film The Bodyguard en de bijbehorende soundtrack, is de ster van Houston uitgegroeid tot een supernova. Haar carrière piekt, haar huwelijk ziet af. Bobby Brown probeert zich te schikken in zijn rol als huisvader, maar die bijrol in de schaduw ligt hem niet. Frustratie en jaloezie nemen de bovenhand, het koppel zoekt steeds meer hun heil in verdovende middelen en wordt de komende jaren steeds meer het onderwerp van spot in de media: gekke Bobby Brown en zijn beroemdere, apestonede vrouw. In 2006 zetten ze een punt achter hun huwelijk. Maar de schade is geleden. Zes platen, drie films en een uitpuilende prijzenkast kunnen niet verhullen dat de prinses een gebroken diva is geworden. Na enkele financiële schandalen en zelfs een rechtszaak die door haar vader werd aangespannen, kan ze haar familie niet meer vertrouwen. Haar fans hebben grotendeels andere oorden opgezocht. Haar droomhuwelijk ligt aan diggelen. Maar Houston krabbelt recht. Een comebackinterview in 2009 bij Oprah Winfrey doet stof opwaaien, maar de plaat die erop volgt, I Look to You, wordt goed ontvangen. Wanneer ze op tournee trekt, blijkt Whitney echter niet de oude. Haar ooit zo machtige stem laat het afweten. Concerten worden afgelast wegens 'ziekte' en het duurt niet lang of er wenkt alweer een afkickkliniek. Op 11 februari 2012 wordt de zangeres bewusteloos aangetroffen in het bad van haar hotelkamer in Beverly Hills. Enkele dagen later staat in de overlijdensakte te lezen: 'veroorzaakt door verdrinking en de effecten van atherosclerotische hartziekte en cocaïnegebruik'. Maar de ware oorzaken van haar dood liggen dieper: verdriet, eenzaamheid, de druk van de roem. Whitney was een van de grootste sterren van haar generatie, maar de voormalige ghetto girl schitterde zo fel dat ze helemaal opbrandde. Het enige wat ze wilde, was vrij zijn. Vrij van de verwachtingen, van de kritiek en de schandalen, vrij van het vergrootglas waaronder ze meer dan de helft van haar leven had doorgebracht. Even vrij als ze destijds The Star Spangled Banner had gezongen.