Op het hoogtepunt van je carrière een coveralbum vol songs uit de jaren tachtig maken, het lijkt misschien een vreemde zet. Dan kent u Kirin J Callinan nog niet. Het enfant terrible van de Australische underground heeft van professionele schizofrenie, nektapijten, provocatie en postironie namelijk zijn handelsmerk gemaakt.

Zijn muziek pingpongt van bombastische ballade naar kitscherige europop en van botsautodance naar industriële rock. Live transformeert hij tot een flamboyante crooner met een nevencarrière in de porno-industrie en iets te veel MDMA in zijn lijf. Hij werkte samen met David Lynch, Mark Ronson, Connan Mockasin én Crowded House-frontman Neil Finn. Australië kroonde hem twee jaar geleden tot nationale schande toen hij op de rode loper van een awardshow zijn penis toonde. En zijn grootste hit is de EDM-countrysong Big Enough, waarin Jimmy Barnes om onduidelijke redenen een halve minuut lang staat te krijsen als een bronstige hengst.

Ik vrees dat ik geen enkel Belgisch nummer ken. Sorry!

Dus nee, wij waren niet verbaasd toen de man zijn coveralbum Return to Center aankondigde. Ook niet toen dat een vreemd conceptalbum bleek.

Kirin J Callinan: Als artiest moet je af en toe met een geniaal plan op de proppen komen om van je muziek te kunnen leven. Afgelopen zomer trok ik naar Guitar Center, zowat de grootste en meest generische muziekwinkel in de VS, en spendeerde ik mijn volledige budget van 8888,88 dollar aan instrumenten en opnameapparatuur. Ik had twee weken om het album op te nemen in mijn garage, zodat ik alle aankopen netjes binnen de retourtermijn kon terugbrengen - 'return to center' dus - en mijn geld terugkreeg. Ik ben er nog steeds niet uit of Return to Center nu een guerrillapunkalbum of een lofzang op het kapitalisme is. Een interessante filosofische kwestie.

Je kondigt het album aan als een terugkeer naar wat je in eerste instantie verliefd deed worden op muziek.

Callinan: Ik ben die verliefdheid nooit kwijtgeraakt, laat dat duidelijk zijn. Maar Bravado(zijn doorbraakalbum uit 2017, nvdr.) duurde een eeuwigheid om te maken, en ik was dat eindeloze geschaaf aan details beu. Bovendien was die plaat een en al verwarring. Ik maakte opzettelijk lelijke muziek met slechte lyrics, om mezelf en de luisteraar uit te dagen. Die zonnebankteint, de videoclips, het valse zelfvertrouwen: het was vernederend. Op de hoes pis ik letterlijk in mijn eigen mond (geen grap, nvdr.). Enfin, ik had simpelweg zin om nog eens mooie liedjes te zingen.

Hoe heb je die liedjes gekozen?

Callinan: Ik ben begonnen met een lange verlanglijst. Heel wat nummers hebben uiteindelijk de selectie niet gehaald, zoals Total Control van The Motels en Music Is a Princess van Prefab Sprout. Andere stonden dan weer niet op de lijst, maar overvielen me gaandeweg. Op een dag zat ik plots met Vienna in mijn hoofd. Hoe Midge Ure 'it means nothing to me' zingt alsof het alles voor hem betekent, heerlijk melodramatisch. De ideale kans ook om eens voluit te zingen. Vienna is mijn Andrea Bocelli-nummer.

Fluïditeit was niet bepaald hip in de Australische suburbs, but I wore it as a badge of pride.

Er schuilt ook iets postironisch in het coveren van nummers als Vienna, Life is Life en The Whole of the Moon, toch?

Callinan:Well, I'm definitely moving on from being ironic. Het album is zeker niet bedoeld als grap. Online maakte iemand de bedenking dat coveralbums de teloorgang van een artiest inleiden. Bullshit, ik blijf nieuwe muziek schrijven. Gek genoeg is Return to Center net mijn persoonlijkste album tot nu toe. Neem nu The Homosexual van Momus. Toen ik dat nummer voor het eerst hoorde, moest ik even mijn wagen aan de kant zetten. Zo hard raakte het me. Ik ben als kind vaak genoeg in elkaar geslagen en uitgescholden voor faggot vanwege de manier waarop ik me kleedde. Fluïditeit was niet bepaald hip in de Australische suburbs, but I wore it as a badge of pride.

Knalde je in die suburbs vaak Europese pop door de boxen, of is het toeval dat bijna alle nummers op Return to Center uit de eighties én Europa komen?

Callinan: Ik ben opgegroeid met zulke muziek, al kan ik die liefde voor Europese songs niet meteen verklaren. Het verbaast me vooral dat You Weren't in Love with Me van Billy Field het enige Australische nummer is geworden. Ik had op z'n minst iets van Kylie Minogue verwacht. (zucht) Er zijn nog zoveel nummers die ik wil coveren. Misschien moet ik binnenkort eens een bezoekje brengen aan Sam Ash (Amerikaanse muziekwinkel, nvdr.). Back to Ash is ook geen slechte titel voor een coverplaat. (lacht)

Onze noorderburen krijgen een cover van het ietwat vergeten It Takes a Muscle To Fall in Love van Spectral Display. Stond er ook een Belgisch nummer op je verlanglijstje?

Callinan: (denkt na) Ik vrees dat ik geen enkel Belgisch nummer ken, sorry!

Je duikt geregeld op in een wielertruitje van Eddy Merckx, dat maakt veel goed.

Callinan:I love Eddy Merckx! Al moet ik toegeven dat ik hem niet kende toen ik dat truitje kocht. Ik dacht dat het een vertaling van Freddie Mercury was. Als ik nog eens optreed in België neem ik mijn truitje en koersfiets mee, beloofd!

Return to Center

Uit op 21/6 bij Terrible Records.

Kirin J Callinan

Geboren in 1986 in Sydney.

Breekt in 2006 door met de indierockband Mercy Arms en scoort een platencontract bij Capitol Records. Drie jaar later split de band, volgens Callinan voornamelijk omdat de frontman 'a fuckin' sack of potatoes' was.

Brengt onder zijn eigen naam de albums Embracism (2013) en Bravado (2017) uit.

Speelt in het tweede seizoen van Top of the Lake Liam, de broer van Elisabeth Moss' personage.

Werkt samen met onder meer Mark Ronson, Neil Finn, Mac DeMarco, Jimmy Barnes, Alex Cameron en Connan Mockasin.

Speelt daarnaast ook nog bij de bands The Night Game en Jack Ladder & The Dreamlanders.