Abstract

Andrew Claes: Als instrumentale groep zijn we per definitie een abstracte groep. Dat is het mooie aan instrumentale muziek: het kan iets vertellen over zaken die moeilijk benoembaar zijn, zonder woorden of illustratief plaatje. Dat maakt voor ons muziek de allerhoogste kunst: dat je beelden kunt oproepen zonder visuele elementen. Beelden ook die verschillen voor elk paar oren.
...

Andrew Claes: Als instrumentale groep zijn we per definitie een abstracte groep. Dat is het mooie aan instrumentale muziek: het kan iets vertellen over zaken die moeilijk benoembaar zijn, zonder woorden of illustratief plaatje. Dat maakt voor ons muziek de allerhoogste kunst: dat je beelden kunt oproepen zonder visuele elementen. Beelden ook die verschillen voor elk paar oren. Lander Gyselinck: Een Antwerpse uitdrukking die zoveel als 'het hol van Pluto' betekent. We hebben al véél gespeeld in Bommerskonte! Acht uur naar Engeland rijden en op een veredeld tuinfeest arriveren, in verre van ideale omstandigheden voor een bende hippies spelen, dat is blijkbaar typisch Stuff. Het leuke is: vaak zijn dat goede tot legendarische concerten. Op veel plekken spelen is deel van ons DNA. Dat is hoe we groeien, hoe we op gemeenschappelijke ideeën komen. Menno Steensels: Corona, covid... de c krijgt tegenwoordig genoeg aandacht, dus willen we ze deze keer graag boycotten. Gyselinck: Perkins is - of was - de echtgenoot van Georgia Anne Muldrow, een zangeres en producer uit Los Angeles met wie we in 2011 hebben samengewerkt voor het Brosella-festival. Althans: het was de bedoeling dat Muldrow een week eerder naar België zou komen, en we samen zouden repeteren. De organisatie had daarvoor zelfs een hele verdieping van het Crowne Plaza afgehuurd. Uiteindelijk arriveerde ze na veel uitvluchten pas de dag van het concert zelf. Dat verliep best goed, maar achteraf knaagde het toch. We hebben Muldrow toen een e-mail gestuurd, met de beleefde vraag om als compensatie misschien een deel van de gage terug te storten. Wat ons op een razende mail van Perkins te staan kwam, vol verwensingen en bedreigingen. Pure gangsterpraat, behoorlijk intimiderend. We spelen nog altijd met het idee om de tekst van die mail op muziek te zetten - of op een T-shirt te drukken. En we passen sindsdien wel op met wie we samenwerken. Claes: Ecologisch bewustzijn is iets dat altijd terugkomt in de groep. De titel van de plaat, T(h)reats, is een verwijzing naar onze relatie met de natuur. Die geeft ons enorm veel maar kan evengoed levensgevaarlijk zijn. Die appreciatie samen met die bezorgdheid is een soort onderstroom in Stuff die tot uiting komt in onze titels. Vroeger hadden we onder meer al nummers als Colibri en Galapagos. Op de nieuwe plaat staan C igogne, ooievaar, Cummulus, een wolkentype, en Hulu, een Hawaïaanse zeeschildpad. Yep, je kunt als lid van Stuff maar beter de nieuwste documentaire van David Attenborough gezien hebben voor je naar de repetities komt. Gyselinck: Ons publiek, het applaus... We missen het gigantisch hard. Steensels: In Brussel hebben we een sterke band met Flagey, Antwerpen heeft Jazz Middelheim, maar Gent Jazz, in de stad waar we als groep geboren zijn, blijft toch onze tweede thuis. We hebben er intussen vier keer gespeeld, de laatste keer als headliner, en die shows hebben altijd dat tikkeltje extra. Claes: Als je met vijf in een groep zit, doen er heel wat referenties de ronde, maar eentje interpreteert iedereen op dezelfde manier: filmcomponist Howard Shore. Drie jaar geleden zijn we voor Film Fest Gent met zijn soundtracks voor regisseur David Cronenberg aan de slag gegaan, en sindsdien komt zijn naam vaak terug. Het heeft iets te maken met dingen die eenvoudiger zijn dan ze op het eerste gehoor lijken. Met contrast en dynamiek. Heel leerrijk, want ooit hopen we zelf soundtracks te maken. Gyselinck: Dat wat alle genres die je in Stuff terugvindt, overstijgt. De fundering van de groep, zeg maar. Welke richting we ook inslaan - jazz, funk, elektronica... - , improvisatie is altijd de sleutel ernaartoe. Steensels: In onze begindagen speelden we behoorlijk wat covers. Van Marc Moulin, van Kraftwerk, van Hudson Mohawke, van Angie Stone... Zelfs In the Air Tonight van Phil Collins. Maar de cover die het langst in ons repertoire zat - tot bassist Dries Laheye weigerde om hem nog langer te spelen - was Juicy van The Notorious B.I.G. Epische beat, redelijk rare baslijn, en gewoon een dijk van een nummer. Gyselinck: Het meest gebruikte apparaat wanneer we in de studio zitten. Koffie is het bindmiddel van de band. Jammen doen we nog steeds 's namiddags of 's avonds, maar alles in zijn vaste vorm gieten en mixen gebeurt netjes tijdens de kantooruren. En dan is koffie de graadmeter van de sfeer in de groep, van hoe iedereen op één lijn raakt. Als iemand last heeft van zijn darmen en zijn koffie laat staan, dan weten we: vandaag gaat het niet lukken. Gyselinck: Hij heeft ons als eerste op de radio gedraaid en Stuff in 2013 voor Dour geboekt, ons eerste grote festival. Ook onze sessie voor Boiler Room, als eerste liveband ooit, hebben we aan hem te danken. Daarom: shout-out to Lefto!Gyselinck: Omdat we onze naam bij een van zijn songs hebben gehaald, omdat hij in de jazz de eerste was om jamsessies achteraf in de studio te verknippen, maar vooral omdat hij zich losrukte van de stijve, academische regels in de jazz en begon te experimenteren met elementen uit de popmuziek. Wij doen hetzelfde, maar in een hedendaagse context. Claes: De synthesizer met ingebouwde sampler die mee ons geluid heeft bepaald. Joris heeft er intussen twee, want ze worden niet meer gemaakt en durven al eens vast te lopen of niet meer op te starten. Gyselinck: Toen onze eerste plaat verscheen, hadden we het lumineuze idee om als merchandising onze eigen onderbroekenlijn uit te brengen, in samenwerking met het merk Eskimo. Een gigantisch succes: we hebben waarschijnlijk meer onderbroeken dan platen verkocht. Claes: Ook vreemd: mannen die na een show zo'n onderbroek kochten voor hun lief en die lieten signeren. Wie wil er nu dat zijn madame rondloopt in een slip met de handtekening op van een andere vent? Steensels: Een invloed van Stuff die vaak onderbelicht blijft, maar die vooral in onze vroege dagen heel belangrijk was. Toen coverden we trouwens ook Atomic Dog van p-funkpionier George Clinton. Claes: Funk, dat zijn eigenlijk jazzmuzikanten die puur voor de benen spelen. En er zit een psychedelisch kantje aan p-funk, iets waar wij best wel van houden. Claes: Een groep van vijf noten, in plaats van drie of vier, zoals gangbaar in de westerse muziek. Met vijf tellen krijg je een asymmetrische onderverdeling, wat voor een bepaalde swing zorgt. Beetje te vroeg, beetje te laat... Gyselinck: Wat mensen bij ons 'scheef' noemen, dat is dus ons gebruik van de quintool. Kwibus op de nieuwe plaat is daar een schoolvoorbeeld van. Claes: Een legendarische concertzaal in Londen waar we eind 2018 gespeeld hebben, op een label night van Gondwana Records. Dat heeft ons vorige album in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht. Die show - op het podium waar Pink Floyd ooit begonnen is - was de kers op de taart van onze omzwervingen in Engeland, waar we via mond-aan-mondreclame al een mooie aanhang hadden opgebouwd. En toen kwam de brexit, en covid... Gyselinck: Een briljante maar vaak verguisde gitarist, en een guilty pleasure van mij en Andrew. Heel erg kitsch, maar tegelijk redelijk geniaal. Vai was ook een pionier in het gebruik van MIDI, een digitaal protocol waarmee je bijvoorbeeld keyboards kunt spelen op een gitaar. Een systeem dat wij ook graag en vaak gebruiken.Gyselinck: Stuff is de nachtmerrie van alle podiumtechniekers. Je ziet telkens de paniek in hun ogen wanneer wij onze instrumenten beginnen op te stellen. Omdat we gewend zijn van erg dicht bij elkaar te staan en ze bijvoorbeeld niet weten waar ze hun statieven en monitors moeten neerpoten. Bij deze: sorry voor alle stress, jongens! Claes: Voor wie we het allemaal doen: u daar, de luisteraar, die we in beweging willen brengen. Claes: Dat woord is onze rode vlag. Als er iets is waar we allemaal allergisch aan zijn, dan is het vrijblijvendheid. En als één iemand van ons dat gevoel bij iets heeft, dan moet het eruit. Dat is de afspraak: iedereen heeft de plicht om op tafel te kloppen, iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid om te zeggen dat het op niks trekt. Dat maakt van Stuff waarschijnlijk de meest gefilterde groep die er hier rondloopt. Gyselinck: De kelderclub in het Gentse Patershol waar het allemaal begonnen is. Wat de clubs in Hamburg voor The Beatles waren, is de White Cat voor Stuff. Tijdens de jaarlijkse Patersholfeesten treden we er soms nog eens op, in het geheim. Steensels: Oftewel de crossfader, waarmee je op een mengpaneel tussen verschillende kanalen switcht, of tussen twee platen cut. De draaitafel als instrument, dat heeft er samen met de hiphopinvloeden van in het begin in gezeten. Claes: Eigenlijk draaiden wij de hiphoplogica om: in plaats van een mc met een dj, zijn wij een liveband waarbij de stem van de mc soms van een plaat komt. Gyselinck: De naam van onze geweldige en erg belangrijke lichtman, die ook voor Jamie Lidell werkt. Een beetje ons zesde groepslid, of onze mascotte, vol sappige verhalen. Steensels: Onze vorige lichttechnieker heette trouwens Yves. Er zit dus een patroon in. Claes: Als in Frank Zappa, vanwege zijn beroemde quote 'writing about music is like dancing about architecture'. Helemaal waar. Sorry, Knack Focus.