Nog geen 24 uur nadat Niels Destadsbader de laatste gouden confettivlok uit z'n bravejongenskuifje plukte op de afterparty van de MIA's, ging in Trix alweer een ander belangrijk event voor de Belgische muziek van start. Voor de elfde keer alweer gooide de Antwerpse concerttempel zijn deuren open voor muzikale landgenoten die de afgelopen maanden nieuw werk uitbrachten of dat in de lente van plan zijn. Het resultaat is een hypereclectische line-up - één dag hiphop en elektronica, één dag gitaren - van in totaal 34 acts sterk.
...

Nog geen 24 uur nadat Niels Destadsbader de laatste gouden confettivlok uit z'n bravejongenskuifje plukte op de afterparty van de MIA's, ging in Trix alweer een ander belangrijk event voor de Belgische muziek van start. Voor de elfde keer alweer gooide de Antwerpse concerttempel zijn deuren open voor muzikale landgenoten die de afgelopen maanden nieuw werk uitbrachten of dat in de lente van plan zijn. Het resultaat is een hypereclectische line-up - één dag hiphop en elektronica, één dag gitaren - van in totaal 34 acts sterk.Vijftien daarvan waren te zien op de openingsdag, een namenlijst waar we alleen maar clichés over kiezen en verliezen tegenaan kunnen gooien. Zo moesten we de showcase van Jan Verstraeten, de grafische kunstenaar uit Sint-Niklaas die zich in twee singles tijd ontpopte tot onze favoriete fluisterende indiepopper, laten schieten om naar Bombataz (****) te gaan kijken. De Brusselaars, die op de dag van We Are Open hun eerste ep uitbrachten, zijn de beste maatjes met Stuff en delen met die groep een hekel aan omlijnde genres, een voorliefde voor verknipte grooves en muzikale virtuositeit. Terwijl de bassist zich een delirium slapte op zijn vijfsnarig instrument, hengelde de drummer naar een job bij Flying Lotus, deed de zanger-gitarist met een hoop effectpedalen onder zijn voeten alsof hij een toetsenist was en gaf de toetsenist zijn beste gitaarimitatie ten beste, al haalde hij met één druk op de knop even gemakkelijk zijn versie van Beirut boven. Mocht die uitleg geen hout snijden voor u, dan hebben we maar één boodschap: ga kijken. De laatste synthsneer van Bombataz vloeide naadloos over in de eerste noten van Blu Samu (***), die aan de andere kant van de Trix Club aan haar set begon. De rapster combineert een Antwerps vrank bakkes en Portugese saudade in laidback r&b waar de gemiddelde Erykah Badu zich niet voor zou schamen. Met lijf en lendenen gooide Blu Samu zich in lome tracks met bluesy accenten, tot ze vond dat het wel welletjes was geweest met de trage boombap. Tussen haakjes: daar gaven we haar geen ongelijk in. Haar mama, die fier op de eerste rij stond, kreeg in het Portugees te horen dat ze plaats moest maken voor de moshpit, die er na even aandringen ook kwam. Dripper bleek de lont in het kruitvat en vormde samen met hitje I Run het orgelpunt van een volwassen set, al was het er eentje die net te traag op gang kwam. Weer over naar de andere kant van de zaal, waar Tessa Dixson (****) aan haar set begon. De Brussels-Britse chanteuse is sinds een week laureaat van De Nieuwe Lichting, maar bouwde daarvoor al aan een stevige livereputatie als support act voor Warhola. Die ervaring liet zich in Antwerpen voelen: Dixson, in een losse leren broek en met een geruit heuptasje, is voor het podium geboren en voor de blogosfeer gebeeldhouwd uit dezelfde klei als Maggie Rogers, Billie Eilish en zelfs Lorde.Met die laatste deelt Dixson de attitude en de molenwiekende moves, maar ook het tikje melodrama in haar sound. Haar pianist en drummer gaven vooral de ballads, zoals Nieuwe Lichting-single Beautiful Pain, wat extra power mee, maar eigenlijk zagen we hen het liefst aan het werk tijdens de dansbare nummers. Ignited is zo'n floorfiller in wording, maar Dixson heeft meer van die sterke songs nodig als ze wil opvallen tussen de elfendertigduizend popprinsessen die elke week vechten om aandacht op dat grote, wereldwijde web. Want dat is voor de duidelijkheid waar we Tessa Dixson op lange termijn zien: op internationaal niveau.Terwijl iedereen zich stond te vergapen aan poptsarina Tessa, had Willem Ardui (***) een kleine homestudio rond zich gebouwd. De witte helft van Blackwave doet het na de uren in het Nederlands. Zijn teksten - wat blijft Beziel me toch een wondermooi nummer - drapeerde hij over versierde beats, uit een touchpad getoverde pianoakkoorden en gitaartapijtjes die onmerkbaar naar hun climax toesproken. Net als zijn songs was ook Arduis podiumopstelling - naast de instrumenten een pak lichtbuizen die tegelijk aan- en uitgingen - goed doordacht, maar dan nog pakte de mayonaise niet altijd. Dat lag wellicht meer aan het gebabbel van onze buren dan aan Ardui zelf, maar we konden ons toch niet van de indruk ontdoen dat hij met zijn gevoelige songs wel wat verder had willen geraken dan de eerste vier rijen.Dan kreeg die andere Nederlandstalige rapper op de line-up van We Are Open wel meer gedaan. Zwangere Guy (****), sinds kort met een extra toetsenist in de rangen, liet Antwerpen nog eens zien wie de strakste flow en de sterkste teksten aan deze kant van de taalgrens heeft en joeg de temperatuur in de grote zaal van Trix de hoogte in tot iedereen plus chaud que le climat was. De hele tijd balanceerde Guy tussen gulle humor en bittere ernst, tussen de loomheid van een schildpad op zwangerschapsverlof en de scherpte van een zoon die zijn klootzaak van een stiefvader zou kapot maken mocht hij de kans hebben. Gorik pt. 1, het nummer waarin hij onder meer met die haatgevoelens korte metten maakt, knalde al vroeg in de set uit de luidsprekers en eindigde in een donkere zaal, op één spot na die de rapper in tegenlicht zette. Dat heet dan een momentje én doet het beste vermoeden voor het nieuwe album dat volgende maand uitkomt. Wie is Guy?, luidt de titel, en na veertig minuten showcase weten we het nog altijd niet.Ook Charlotte Adigéry (*****) is niet vies van een identiteit meer of minder. De Gentse stond tot voor kort vooral bekend als frontvrouw van het vuige elektropunktrio WWWater, maar treedt nu op onder haar eigen naam. Meer zelfs, We Are Open was haar eerste show als Charlotte Adigéry, met enkel Bolis Pupul (WWWater, Hong Kong Dong) naast haar.Het werd een perfect geregisseerd debuut: Adigéry was haar sensuele zelve, inclusief zwarte voile voor haar gezicht, en Pupul voelde zich zichtbaar goed in zijn rol van onbewogen beweger. Achter het duo stuiterden de strakke animaties in zwart-wit over het scherm, een vette knipoog naar de esthetiek van DeeWee, het platenlabel van Stephen en David Dewaele waar Adigéry haar eerste ep bij uitbracht. En wat doet een beetje muziekliefhebber als er soulwaxiaanse vibes in de lucht hangen? Dansen, en dansen werd er gedaan. Single Paténipat, een diep in de Antillen gewortelde portie tribal techno met een dubbele climax, bleek helemaal bovenaan het verlanglijstje van uw booty te staan, High Lights prijkte daar vlak onder. Geen vijf seconden kregen uw lendenen rust, altijd weer opgejaagd door de machtig mixende Bolis Pupul. Adigéry hoefde na veertig minuten en de beste show van de eerste We Are Open-dag dan ook niet veel meer te doen dan breed lachen en merci zeggen. En wij, wij veegden het danszweet van ons voorhoofd en penden in koeien van letters 'Wereldklasse' neer in ons boekje. Wát een wereldse, zinderende show. Stiekem hadden we gehoopt dat Adigéry later nog zou opduiken om mee te zingen in Isabellade, haar nummer met Beraadgeslagen (***), maar drummer Lander Gyselinck (Stuff) en toetsenist Fulco Ottervanger (De beren gieren) redden het ook wel in hun eentje. Het duo speelt in het midden van de zaal, met de gezichten naar elkaar toe, wat voor de eerste drie rijen rond hen een unieke ervaring inhoudt en voor de rest klank zonder beeld. Wie wel iets zag, kon zien hoe Ottervanger met de minuut geestdriftiger in zijn synthlaboratorium tekeerging en Gyselinck vaker met één dan met twee handen drumde, zodat hij, één drumstok tussen de tanden geklemd, een fijne basriff uit z'n orgel kon halen. De eindbalans leunt meer naar de van de pot gerukte jam dan naar de briljante compositie, maar is vooral enorm entertainend.