Dit artikel is na publicatie aangevuld met een reactie van Lieve Behiels (KU Leuven).
...

Valtonyc - Spanje heeft al een internationaal aanhoudingsbevel tegen hem uitgevaardigd - is kop van jut omwille van de teksten van zijn songs. Daarin wenst hij dat de bus van de Partido Popular, de rechtse regeringspartij van premier Mariano Rajoy, ontploft en rapt hij hoe Juan Carlos, tot 2014 koning van Spanje, 'achter de hoeren aanzat... terwijl Doña ­Sofía op een jacht aan het neuken was.' 'Mij een terrorist noemen is pure nonsens', zei Valtonyc in april nog op een conferentie over de vrijheid van meningsuiting in Barcelona. 'Mijn songs doen niemand pijn, ik heb niemand vermoord. Ik rap over wat er gebeurt, maar ik doe er niet aan mee.''In Spanje lachen ze niet met terrorisme', zegt Spanjekenner Lieve Behiels (KU Leuven). 'Dat heeft uiteraard met hun geschiedenis te maken, veertig jaar ETA-terreur, bijvoorbeeld. Hij laat ook niks aan de verbeelding over. Het is geen 'fuck the police', zoals N.W.A. het ooit zong, maar 'dood iemand van de Guardia Civil'. In Spanje en daarbuiten is een golf van solidariteit op gang gekomen, onder meer van journalisten en muzikanten, die vinden dat dat binnen de vrijheid van meningsuiting valt. Spaanse rechters zijn daar veel minder van overtuigd, en grijpen dan meteen naar hoge straffen.'Dat hij zou vluchten en het de Spaanse overheid moeilijk zou maken, kondigde hij even voordien al aan op zijn social media-account. Zijn fans hielpen hem ook op zijn vraag, door verschillende vliegtickets aan te kopen op zijn naam en zo de overheid op een dwaalspoor te brengen. Waar Valtonyc nu is, is onduidelijk. Spaanse media schrijven dat hij zich in ons land of Zwitserland bevindt. De advocaat van Valtonyc is alvast van plan om naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg te trekken.Het is de eerste Spaanse artiest wiens rechtszaak brede aandacht krijgt in ons land, maar de problematiek speelt al langer. Valtonyc werd veroordeeld op basis van artikel 578 van het Spaanse strafwetboek over 'de verering van terrorisme door de verspreiding van boodschappen of slogans'. Dat werd in de nasleep van de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo en een joodse supermarkt, in januari 2015, gevoelig uitgebreid. Wie het artikel overtreedt, kan sinds de aanpassing ook tot drie jaar in de cel belanden, in plaats van tot twee jaar. Op de charge van de Spaanse overheid kwam al veel kritiek, onder meer van Amnesty International. Afgelopen maart lijstte de mensenrechtenorganisatie enkele markante zaken op in een rapport. Zo werden twee poppenspelers in februari 2016 gearresteerd na het carnaval van Madrid omdat een van de poppen een bordje vasthield met een slogan die leek op eentje die ooit werd gebruikt door de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Uiteindelijk liet de rechter de klachten tegen hen vallen. Een 21-jarige Spaanse studente werd dan weer veroordeeld voor enkele grove grappen op Twitter rond de moord op Luis Carrero Blanco, eerste minister in het Franco-tijdperk. Zij werd in beroep vrijgesproken. De zaak rond het rapcollectief La Insurgencia, waarvan twaalf leden werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en een dag en een verbod op het uitoefenen van een publiek ambt de volgende negen jaar, loopt nog. Amnesty hekelt ook dewet ter bescherming van de openbare veiligheid. Die wet, door Spanjaarden weleens spottend de ley mordaza of knevelwet genoemd, bestempelt sinds 2015 spontaan openbaar protest door mensen in de buurt van regeringsgebouwen bestempelt als 'verstoring van de openbare orde' en er boetes aan vasthangt tot 30.000 euro. Voor wie protesteert zonder het aan te vragen in de buurt van bijvoorbeeld metro- of treinstations, kan dat oplopen tot 600.000 euro. 'De wet ontstond in de nasleep van de massale protesten door de indignados. Die hebben de overheid flink laten schrikken', zegt Behiels. 'Wie een betoging aanvraagt, mag wel nog betogen. Het zijn trouwens vandaag niet meer de jongeren die in Spanje op straat komen, wel de gepensioneerden.'