Tyler, the Creator stond te glunderen toen hij een maand geleden de Brit Award voor internationale mannelijke soloartiest in ontvangst nam. Begin dit jaar had hij voor Igor ook al de Grammy voor beste rapalbum ontvangen, maar de Britse overwinning smaakte dubbel zo zoet. Hij besloot zijn dankwoord met: 'Thank you, Theresa May! Ik weet dat ze nu pissed-off thuis zit.'
...

Tyler, the Creator stond te glunderen toen hij een maand geleden de Brit Award voor internationale mannelijke soloartiest in ontvangst nam. Begin dit jaar had hij voor Igor ook al de Grammy voor beste rapalbum ontvangen, maar de Britse overwinning smaakte dubbel zo zoet. Hij besloot zijn dankwoord met: 'Thank you, Theresa May! Ik weet dat ze nu pissed-off thuis zit.' In de zomer van 2015 had May, toen nog minister van Binnenlandse Zaken, gezorgd dat de rapper het land in kwam, op basis van richtlijnen die moeten verhinderen dat terroristen binnen raken. 'Uw aanwezigheid hier zou niet bevorderlijk zijn voor het algemeen welzijn', zo stond het in een brief die hij aan de grens overhandigd kreeg. Daarbij werd verwezen naar zijn teksten op prille albums als Bastard (2009) en Goblin (2011) waaruit zou blijken dat hij seksueel en fysiek geweld, haat en homofobie verheerlijkt , 'met opvattingen die erop gericht zijn anderen op te hitsen om terroristische daden te plegen'. Nu zijn de teksten van de jonge Tyler, die in het zog van de notoire rapcrew Odd Future een solocarrière uitbouwde, bepaald geen geparfumeerde karamellenversjes. Zo liet hij zich voor Blow, een van de tracks op Bastard, inspireren door seriemoordenaar Ted Bundy en staan op diezelfde plaat horrorverzen als 'want to tie her body up and throw her in my basement / Keep her there, so nobody can wonder where her face went'. Op Goblin gebruikte hij volgens NME in totaal 213 keer het woord 'fag', 'faggot' en ander fraais. Aan Tyler had de rapmuziek, toch al decennia geplaagd door een misogyn en homofoob imago, duidelijk geen pr-man verloren. Maar de Tyler, the Creator van 2020 is niet meer die wild om zich heen schoppende, vuilbekkende snaak. Sinds hij op zijn album Flower Boy (2017) uit de kast is gekomen en zich een flamboyant dandyimago, inclusief rare pruikjes, heeft aangemeten, wordt hij zelfs beschouwd als een van de lgbtq-boegbeelden van de hiphop. Ondertussen maakt hij bovendien zelf al eens kennis met het andere eind van de stok. Vorig jaar diste Eminem hem in de track Kamikaze: 'Tyler create nothing, I see why you called yourself a faggot, bitch.'De metamorfose van Tyler, the Creator is misschien het opvallendste voorbeeld, maar in hiphop en r&b komen steeds meer artiesten uit voor hun andersgeaardheid, en dat doen ze steeds explicieter. Tylers maatje Frank Ocean, ook een voormalig lid van Odd Future, zette in 2012 de kastdeur op een kier toen hij op Tumblr bekendmaakte dat zijn eerste grote liefde een man was. Bij Odd Future liep ook zangeres en producer Syd 'tha Kyd' Bennett rond, die zowel solo als bij de groep The Internet vrij en soms behoorlijk vrank over haar lesbische relaties zong (maar een hekel heeft aan de term 'lesbisch'). Ook een prominent lid van The Internet: Steve Lacy, het wonderkind dat onder meer al met Solange, Vampire Weekend en Tyler, the Creator samenwerkte, en in songs als Like Me een boekje opendoet over de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd werd toen hij als praktiserend christen zijn biseksuele gevoelens ontdekte. En ook buiten de ooit door feministen en holebiactivisten afgebrande kliek rond Tyler, the Creator en Odd Future dikt de lgbtq-sneeuwbal almaar verder aan. Er is iLoveMakonnen, de rapper die doorbrak toen Drake in 2014 zijn single Tuesday remixte. Er is Young M.A, die veel lof oogstte voor haar album Herstory in the Making (2019), Janelle Monae, die begin dit jaar de hashtag #Iamnonbinary tweette, en Lil Nas X, die na het monstersucces van Old Town Road, op de laatste dag van Pride Month, uit de kast kwam. Een van de meer uitgesproken regenboograppers die de voorbije jaren naam en faam hebben gemaakt is Kevin Abstract, kernlid van het door Odd Future geïnspireerde collectief Brockhampton. Sinds Abstract zich in 2016 heeft geout, passeert zijn seksleven nauwelijks omfloerst de revue in zijn lyrics. En dat is ook het punt: 'Mijn doel is om dat te normaliseren', zo zei hij in een interview, eind 2018. 'Heterorappers vertellen ook over hun seksuele escapades zonder dat ik erom vraag. Ze zijn daarin zelfs explicieter en gewelddadiger. Ik moet me ook uitdrukken zoals ik ben.' Tegelijk distantieert hij zich van zijn rol als lgbtq-icoon: 'Ik wil geen queer icoon zijn, ik wil een icoon zijn. Om dingen te veranderen moet ik bestaan binnen de traditioneel homofobe ruimte van de hiphop. Als ik alleen maar een queer rapper zou zijn die alleen queer kids aanspreekt, zou ik minder effectief iets kunnen veranderen voor een jonge, zwarte knul die net als mij in Texas opgroeit.' *** Wat meteen de vraag opwerpt of de huidige aandacht voor lgbtq-artiesten ze niet net weer in zo'n enger hokje propt. 'En vergeet hun huidskleur niet', meent Zebra Katz. Sinds hij in 2012 zijn cultsingle Ima Read heeft gereleaset, wordt Katz opgevoerd als een van de pioniers van de queer rap, samen met onder meer Mykki Blanco, Le1f en Cakes da Killa. 'Zeg gerust 'geclassificeerd', want dat is wat media als Pitchfork indertijd gedaan hebben. Ik heb nooit gevraagd om dat stempel van queer rapper, en nu raak ik er niet meer van af', vertelt hij aan de telefoon vanuit Berlijn, waar hij sinds 2016 woont. Volgens Katz hebben de media het moeilijk met Afro-Amerikaanse artiesten die niet beantwoorden aan de geijkte norm, méér dan bij blanke artiesten. 'Tyler, the Creator is daar een goed voorbeeld van. Hij kreeg zijn Grammy voor beste rapalbum, maar had daar zelf gemengde gevoelens bij. Na de ceremonie zei hij dat het jammer is dat je als bruine of zwarte artiest automatisch wordt ingedeeld in de categorie urban of rap, terwijl rap maar een klein deeltje van de muziek op Igor vormt. Net als Tyler beschouw ik mezelf als een non-conformist, iemand die tussen verschillende genres opereert, maar omdat ik homo én zwart ben, hoor ik blijkbaar thuis in het strak afgelijnde vakje van de queer rap. Mag ik dat behoorlijk racistisch vinden?' Want niemand haalt het in zijn hoofd om Radiohead een heteroseksuele rockband te noemen? 'Precies. Zij mogen wél onbekommerd en ongeseksualiseerd avant-garde zijn. En waarom neemt niemand de homofobie in pakweg metal, country of rock onder de loep? Alsof hiphop het enige genre is waar dat bestaat.' Vanuit New Jersey wordt Zebra Katz bijgetreden door Cakes da Killa. Of toch deels: 'Ik kan eigenlijk niet zeggen dat ik het jammer vind dat ik destijds een label opgekleefd kreeg: dankzij al die artikels over queer rap heb ik veel kunnen optreden. It pays the bills. Anderzijds krijg ik in interviews heel veel vragen over ándere zwarten die toevallig ook homo zijn en rappen, en niet over Cakes da Killa. Dat is op zijn zachtst gezegd een vreemd gevoel. We vormen geen privéclubje, hè. En geloof het of niet, er zijn zelfs homo's die niks van mijn muziek moeten weten. (lacht). ' Hij kwam al uit de kast 'in het vierde leerjaar' en heeft naar eigen zeggen nooit discriminatie ondervonden toen hij begon te rappen. 'Ik ben dan ook een heel goeie rapper, weet je. (lacht) Natuurlijk zullen er artiesten zijn die wel met homofobie te maken krijgen, maar dat kan toch overal gebeuren? It's a world problem, not a rap problem.'Cakes betwijfelt of alle positieve aandacht voor lgbtq-artiesten, binnen of buiten de hiphop, een signaal is dat het de goede kant op gaat. 'Alleen maar 'queer zijn' lost niks op. Alleen maar meer visibiliteit lost niks op. Anders zou er ook geen seksisme of racisme meer bestaan, hè. En dat er nu een soort 'markt' bestaat voor mensen die zich identificeren als lgbtq binnen de hiphop zal er ook voor zorgen dat er plots een pak rappers uit de kast spríngen, gewoon om hun graantje mee te pikken. Dat kan ook de bedoeling niet zijn. Het gaat nu al niet de goede kant uit met de hiphop, met al die corny circustoestanden en politieke correctheid. (grinnikt)' Zebra Katz vindt dat met name de muziekpers en de media in het algemeen zichzelf in vraag moeten stellen: 'Na de coming-out van Lil Nas X veranderde de teneur omtrent zijn persoon van de ene op de andere dag. Eerst was het 'Zal hij aanvaard worden als cowboy?', omdat hij elementen uit de country gebruikte. Daarna werd het 'Lil Nas X is een zwarte, homoseksuele rapper'. Dat zegt veel over hoe naar zwarte mannen en muzikanten gekeken wordt. Billboard heeft nu een aparte hub voor lgbtq-artiesten opgericht, Billboard Pride. Maar verdienen al die artiesten het niet om deel uit te maken van het algemene, bredere verhaal? Zodra je uit de kast komt, hebben we al een nieuw hokje om je in te duwen: welk signaal geeft je daar nu mee? (zucht) Geloof me, als ik acht jaar geleden geweten had dat ik vandaag nog steeds vragen krijg over hoe het voelt om een zwarte, homoseksuele rapper te zijn, dan had ik nooit interviews gegeven.' Op zijn binnenkort te verschijnen album Less Is Moor is Katz alvast duidelijk: 'They keep wondering who I'm dicking / I tell hem, mind your own business', sneert hij in Moor. 'De kans is groot dat ik na deze plaat een ander persona aanneem. Dan ben ik ervan af. Dan krijgt mijn muziek de kans om verteerd te worden zoals de mensen het willen, zonder voorafbepaalde parameters. Ik wil niet een soort held of martelaar zijn. Dat geldt, geloof ik, voor álle artiesten die nu in the picture staan als zijnde queer. Je wilt toch geprezen worden om je artistieke verwezenlijkingen, niet omdat je zogezegd moedig bent geweest omdat je ervoor uit bent gekomen dat je gay bent?' Zegt het dan niets over de VS als maatschappij, of over het culturele klimaat in dat land, wanneer - in navolging van de rock en de pop - lgbtq in de hiphop, tegenwoordig toch dé dominante stroming in de pop, uit de taboesfeer raakt? Wijlen de grote schrijver James Baldwin, zelf zwart en homoseksueel, zei het zo: 'Als Amerika volwassen kan worden op het vlak van racisme, dan zal het ook volwassen worden op vlak van seksualiteit.' Katz herinnert er fijntjes aan dat ook Baldwin, bekend van onder meer If Beale Street Could Talk (1974), moest opboksen tegen zijn reputatie van 'homoschrijver' en er telkens op hamerde dat hij in romans als Giovanni schreef over de liefde, niet per se de herenliefde. Hij countert met een ander Baldwin-citaat: 'To be a negro in this country, and to be relatively conscious, is to be in a rage almost all the time.' 'Kwaadheid! Dat vind ik nu eens een relevant onderwerp voor rappers om in hun muziek te verwerken, zoals ik doe. Veel interessanter dan het geslacht van met wie ik naar bed ga.'