1979. Het stof van de Britse punkexplosie is alweer grotendeels gaan liggen. Een jaar eerder zijn de Sex Pistols uiteengevallen tijdens een desastreuze Amerikaanse tournee. Andere bands hangen in de touwen, liggen in de goot of zijn richting nieuwe muzikale oorden geëvolueerd. Enkel The Clash houdt het fort nog overeind en dat is broodnodig. In mei grijpen de Conservatieven met Margaret Thatcher opnieuw de macht, de werkloosheidscijfers exploderen, de vrije markt krijgt vrijspel en extreemrechtse, nationalistische bewegingen zitten in de lift. Het is tegen die achtergrond dat een deel van de Britse jongeren zijn heil zoekt in andere, meer optimistische tijden.

Wat mij betreft, maakt antiracistisch zijn geen verschil als je er ook niet zwarte mensen bij betrekt. Dat was wat The Specials trachtten te doen.

Jerry Dammers

Maatschappelijk was punk een molotovcocktail geweest: uiterst ontvlambaar, maar beperkt qua impact en even snel weer uitgedoofd. Uit zijn as rijst een generatie die met de energie en het engagement van de punk inspiratie gaat putten uit het verleden. De piepjonge Paul Weller doet met zijn band The Jam de mods herleven, arbeidersjongeren die begin jaren zestig netjes gecoiffeerd en strak in het pak met gepimpte scooters reden en in het weekend amfetamines slikten op een soundtrack van rhythm-and-blues, soul, jazz en ska. De mods waren de wegbereiders voor het Swinging London van de late jaren zestig. Toen hippies daar de dienst begonnen uit te maken, vervelde het meest radicale deel van de beweging tot skinheads, met nóg kortere haren en een even strak uniform. Zoekend naar een identiteit herontdekt eind jaren zeventig een deel van de Britse jeugd de subculturen van hun ouders, en zo ontstaat de mod- en skinheadrevival, tegelijk een gevolg van én een reactie op de punk.

Eén groep weet als geen ander de energie van die culturele slinger te kanaliseren. The Specials zijn de juiste band uit de juiste plaats: Coventry, een industriestad met grote migrantengemeenschappen. Coventry ligt in de frontlinie van de recessie. De werkloosheid is er hoog en de spanning tussen de blanke, Aziatische en Caraïbische bewoners is er te snijden. Muzikant Jerry Dammers ziet een opportuniteit. Met zijn geesteskind The Specials begint hij aan een missie: een band oprichten die blank en zwart verenigt, die Britse punkrock koppelt aan Jamaicaanse ska, en zo tegen de aan kracht winnende xenofobe stroom inroeien. Inspiratie vindt hij in Rock against Racism, een organisatie die blanke en zwarte artiesten verenigt tijdens demonstraties en concerten. Muzikale verbroedering, allemaal goed en wel, maar Dammers wil een stapje verder gaan: 'Wat mij betreft, maakt antiracistisch zijn geen verschil als je er ook niet zwarte mensen bij betrekt. Dat was wat The Specials trachtten te doen', vertelde hij jaren later daarover aan The Guardian.

In 1979 staat zijn band op de rails, met twee frontmannen: de blank-zwarte tandem Terry Hall en Neville Staple. Wanneer Joe Strummer van The Clash de groep ziet spelen, nodigt hij ze prompt uit in hun voorprogramma. In de lente is eerste single Gangsters meteen goed voor een top 10-hit.

Het lijkt simpel: je brengt vijf blanke en twee zwarte (drie als je de legendarische Jamaicaanse trombonist Rico Rodriguez meetelt) muzikanten samen, je dost ze uit in het skinheaduniform van de rebellerende jeugd (nauw aansluitende pakken en poloshirts) en je laat ze een mix van Jamaicaanse klassiekers en nieuwe, maatschappelijk geëngageerde songs spelen.

JERRY DAMMERS (r.): 'It was about starting the revolution.' © GETTY IMAGES

Maar daarmee raken The Specials wel een tot dan toe onaangeroerde snaar in de Britse muziekwereld. Ze zijn meer dan een groep, overstijgen de muziek. Veel meer dan legendarische bands als The Beatles, The Rolling Stones en The Kinks belichamen ze de maatschappij zoals die er voor vele Britten op dat moment uitziet. John Lennon was een popmiljonair met een Rolls Royce voor de deur toen hij Working Class Hero zong. The Specials zíjn volkshelden uit de working class wanneer ze in 1979 op hun debuutalbum thema's aansneden als tienerzwangerschappen (Too Much Too Young), discriminatie (Doesn't Make It Alright), armoede (Dawning of a) New Era) en straatgeweld (Concrete Jungle).

'Punk was voorbij, een grap . Het had zijn belofte niet waargemaakt', blikte een fan van het eerste uur bij het dertigjarige bestaan van de groep terug in Mojo. 'The Specials spraken over wat er op dat eigenste moment gebeurde. We voelden ons deel van iets belangrijks .'

Het plannetje van Dammers lukt. 'It was about starting the revolution', vertelde hij in Mojo. 'We moesten deel uitmaken van die skinheadscene en ze veranderen, zodat ze geen aansluiting vond bij extreemrechts.' Maar om alle neuzen in de juiste richting te krijgen heeft Dammers meer nodig dan een groep en een plaat. Hij heeft een beweging nodig. En dat wordt 2-Tone.

2-Tone Records is het Motown van de Britse skarevival: een platenlabel, maar ook een filosofie. En veel meer dan andere, onafhankelijke labels die in die postpunkperiode het licht zien, is 2-Tone een identiteit. Het tijdloze dambordmotief dat alle releases zal sieren, is door Dammers zelf ontworpen, op maat van de door de sixties geobsedeerde mods en skinheads. 'Ik had dat motief ooit nog op mijn scooter getapet', aldus Dammers. Don Letts, een Britse dj en muziekhistoricus, ziet in het zwart-witmotief zelfs een metafoor voor de stemming van het Engeland van eind jaren zeventig: 'Het voelde alsof alles toen heel erg zwart en wit was. Heel erg gepolariseerd.'

Het label heeft ook een mascotte: Walt Jabsco, een in pak gestoken rudeboy (de Jamaicaanse voorlopers van de skinheads), gemodelleerd naar een foto van Peter Tosh, samen met Bob Marley een van de drie originele Wailers. Dambord en Jabsco zullen tienduizenden badges, T-shirts en ander merchandise sieren. Niet alleen van The Specials, maar ook van andere 2-Tone-artiesten zoals The Beat, The Selecter, The Bodysnatchers en zelfs Madness, dat zijn eerste single via het label uitbrengt. Net zoals The Specials was The Beat een multiculturele groep. The Selecter werd aangevoerd door een frontvrouw met Joods-Nigeriaanse roots, Pauline Black.

2017, Birmingham. Activiste SAFFIYAH KHAN deinst niet terug voor de English Defence League. Haar T-shirt leverde haar een gastrol op de nieuwe Specials-plaat op. © BELGA

'We vonden een gemeenschappelijk terrein', herinnert ze zich, 'een manier om samen te werken die tot dan toe nog niet echt gebeurd was.' Volgens Black zorgde 2-Tone er mee voor dat zwarte muziek in Engeland uit zijn culturele getto kon breken. Dat ziet Dave Wakeling van The Beat als hét onderscheid tussen 2-Tone en punk, die vooral geschreeuwd had, maar weinig veranderd. 'We wilden plezier maken, met een sociale en politieke agenda. En wanneer mensen met een verschillende huidskleur in het weekend dezelfde mode volgen en op dezelfde muziek dansen, ligt het een beetje moeilijk om op maandag een rassenoorlog uit te vechten.'

Begin jaren zestig had Beatlemania voor massa's gillende tieners gezorgd en veel verkochte brooddozen. Meer niet. Punk had zich vooral een modegril gebaseerd op flitsende slogans betoond. 2-Tone en The Specials maakten hun engagement ook hard. Met een Specials-badge op de revers etaleerden de rudeboys en rudegirls van eind jaren zeventig niet alleen hun muzikale en vestimentaire voorkeur, maar markeerden ze ook hun positie op de politieke kaart: gelijke rechten voor man en vrouw, antiracistisch, tegen de sociale afbraak van Thatcher en co.

En dat is zo tot op vandaag. Twee jaar geleden ging een persfoto van Saffiyah Khan, een jonge Britse activiste van gemengde origine viraal: onbevreesd en met de glimlach staat ze neus aan neus met een woedend lid van de extreemrechtse en islamofobe English Defence League. Het T-shirt dat ze in dat beeld draagt, is eentje van The Specials. Dat was de groep zelf niet ontgaan, en Khan mocht op hun nieuwe, vorige maand verschenen album Encore de dubtrack 10 Commandments inspreken.

Met Encore - hun eerste album met zanger Terry Hall sinds More Specials uit 1980 - sluiten The Specials opnieuw aan bij het geluid waarmee ze veel Britse artiesten hebben geïnspireerd. Voor Damon Albarn was Hall een jeugdidool. De look van Blur - en verschillende andere bands in de britpoptijd - was geënt op die van The Specials en Hall zingt mee op 911 van Gorillaz. Ook Massive Attack is schatplichtig aan de bende uit Coventry en samplede hun Blank Expression in de song Eurochild. Op Glastonbury 2007 riep Lilly Allen verschillende Specials-leden bij zich op het podium en forceerde zo mee een reünie. Twee jaar later sprong een in dambordmotief uitgedoste Amy Winehouse met de groep op het podium tijdens het V Festival en zong er mee met Ghost Town, de single over stedelijk verval, recessie en stadsgeweld, die in de zomer van 1981 op één stond in Engeland terwijl het land geplaagd werd door rellen en raciale onlusten.

Destijds viel de band overigens voor een deel uiteen na die single. Jerry Dammers ploegde nog even voort als The Special AKA en scoorde in 1984 een hit met het anti-apartheidslied Free Nelson Mandela. Terry Hall begon een nieuwe groep, Fun Boy Three, met Neville Staple en gitarist Lynval Golding. Dezelfde drie zijn tegenwoordig de enige originele leden die met The Specials een zoveelste doorstart maken - met Dammers kunnen ze niet meer door één deur - maar hun nalatenschap staat als een huis. The Specials zijn meer dan een groep. Zoals Terry Hall onlangs in Mojo zei: 'De naam van deze groep is belangrijker dan haar leden.'

The Specials

Op zaterdag 30/3 in de AB. Alle info: abconcerts.be