Beyoncé wil met hem in een band zitten, Neil Young is dol op zijn antieke speelgoed, hij bowlt met Bob Dylan en Michael Jackson stond hem bij toen hij songs schreef voor zijn nieuwe plaat. Toch voelt Jack White, the hardest working man in showbusiness en nog een stuk daarbuiten, zich in wezen helemaal alleen. 'Vreugde delen? Dat gevoel is mij onbekend.'
...

Beyoncé wil met hem in een band zitten, Neil Young is dol op zijn antieke speelgoed, hij bowlt met Bob Dylan en Michael Jackson stond hem bij toen hij songs schreef voor zijn nieuwe plaat. Toch voelt Jack White, the hardest working man in showbusiness en nog een stuk daarbuiten, zich in wezen helemaal alleen. 'Vreugde delen? Dat gevoel is mij onbekend.'Lees hier de rest van de beste Knack Focus-verhalen uit 2018.Haar, T-shirt, broek, sneakers. De man die van zijn eerste vrouw de achternaam White overnam, zit er von Kopf bis Fuss in het zwart bij. Onder hem schreeuwt de zetel van deze Londense hotelkamer zich schor in lila. Deze meneer hoeft geen noot te spelen om kleur te geven aan de rock. Met zijn verse soloplaat Boarding House Reach heeft White het derde luik klaar van wat we maar zijn blauwe periode zullen noemen, na het zuurstokwit-en-rood waarmee hij zich met The White Stripes aan het begin van het millennium in een baan om de aarde katapulteerde. In New York en Los Angeles blies Jack White telkens voor amper drie dagen een andere groep muzikanten samen. Lieden die hij had gecontacteerd door op YouTube naar hiphopvideo's te kijken, en die elkaar noch hem persoonlijk kenden. Jack White: Die gasten hebben specifieke vaardigheden: ze kunnen samples nabootsen met echte instrumenten, en zijn het gewend samen te spelen met een drummachine of loops. Ik had wat drumideeën en riffs mee, en daarmee mochten ze doen wat ze wilden. Doordat we elkaar nog nooit hadden ontmoet en er niets was afgesproken, hadden we enkel de taal van de muziek gemeen. Het had op een ramp kunnen uitdraaien, maar het was vanaf de eerste dag een opwindende rit, die me naar plekken heeft gebracht die ik in mijn eentje, of met de mensen met wie ik doorgaans speel, nooit zou hebben bereikt. Die analoge opnames heb je vervolgens thuis in Nashville met de computer verknipt en aan elkaar geplakt. Jack White, de grootste antiquair in de rock, gaat digitaal. Het moet vriezen in de hel. White: (lacht) Ik heb altijd gemonteerd met een scheermesje en de tape zelf, maar deze keer kon het niet anders. We zouden alles van tape naar tape naar tape hebben moeten overzetten, met alle kwaliteitsverlies vandien. Bovendien kon de timing door al die loops alleen maar kloppen als het monteren digitaal gebeurde. Dat was al krankzinnig genoeg. Als je op tape opneemt, weet je meteen: die gitaarsolo werkt, die zanglijn is goed. Die zekerheid had ik door al dat gepuzzel niet meer. A dangerous place to be. Maar gevaarlijk en onzeker is hoe je het liefst werkt, toch? White: Yeah. Daarom heb ik voor het schrijven van de songs obstakels ingebouwd. Ik had een klein appartement in Nashville gehuurd waarin ik enkel een gitaar, keyboard en drummachine had staan, en de reel to reel-bandopnemer die ik sinds mijn veertiende gebruik. Ik wilde ook absoluut de buren niet storen, dus ik moest met een hoofdtelefoon werken. Ik had ook die docu This Is It gezien, over de repetities van Michael Jacksons laatste concerten in Londen. Telkens wanneer hij zich naar de band richtte, noemde hij geen noten of akkoordenreeksen, maar néúriede hij wat de bedoeling was. Ik wist meteen dat ik ook op die manier songs wilde schrijven. Melodie en tekst moesten uit de onderbuik komen. Dus nam ik in eerste instantie alleen de zang op, en later pas de instrumenten. Het tegenovergestelde van hoe ik anders werk. In de abstracte teaservideo die Boarding House Reach aankondigt, zien we iemand in zwarte leren handschoenen een microfoon attaqueren. Heb je dat leer daadwerkelijk aangetrokken in de studio? White: (grijnst) Neen. Dat beeld moest gewoon de attitude en intense ambiance van de plaat weergeven. Het zijn trouwens dameshandschoenen. Het had gekund: naar verluidt sla je, vlak voor je optreedt, graag dingen kort en klein met een baseballknuppel. White: Yeah, puur geweld. (lacht) Ik probeer mezelf daarmee helemaal op te naaien, alsof ik een boksring moet betreden. Kijk, op tournee rol je ergens uit je bus, er is lekker eten backstage, iedereen wil het je zo behaaglijk mogelijk maken. Dat is net het érgste wat er kan gebeuren! Ik wil een situatie waarbij ik me eruit moet knókken. Zodat je het podium opstapt met de intentie er een unieke show van te maken. It has to have its own thing. Daarom gebruik ik nooit een setlist. Ik wil drijven op wat er leeft in het publiek. Mensen denken dat ik daar gewoon mijn ding sta te doen zonder erover te piekeren of er geklapt wordt of niet. Nou, dat doet er wel degelijk toe. Als ze me opjutten en uit de bol gaan, blijf ik spelen, vier uur lang desnoods. Maar is de aandacht slap of twijfelend, dan staan we daar met z'n allen onze tijd te verdoen. Vandaar je voornemen om, naar het voorbeeld van Alicia Keys, Guns N' Roses of The Lumineers, mobiele telefoons te bannen bij je komende zaaloptredens. White: Ik kreeg het idee bij een try-out van komiek Chris Rock. Hij had Yondr, een bedrijf uit San Francisco, aangezocht om speciale tasjes te voorzien. Mensen stoppen er hun telefoon in en houden dat tasje zelf bij, maar kunnen het alleen openmaken buiten de zaal. Wel, het was een fantastische avond. Iedereen was volledig méé. Zo gebeurt het al in de bioscoop, bij klassieke concerten, bij theater. Waarom niet in rock-'n-roll? *** Jack Whites liefde voor stokoude blues en country is genoegzaam bekend. Vraag hem wanneer en met wie hij het liefst een tijdperk had gedeeld, en waarschijnlijk antwoordt hij: de jaren dertig, naast Robert Johnson, Howlin' Wolf, Charley Patton of Blind Lemon Jefferson. Toch koestert White ook een langlopende liefde voor hiphop. Toen hij jong was, midden jaren tachtig, hoorde hij in de Cass Corridor, de verlopen Detroitse buurt waar hij opgroeide, naast Mexicaanse muziek alleen maar hiphop. Uit de boombox naast het basketbalveld kwamen LL Cool J en Run DMC gestuiterd. Later omarmde hij MC Lyte, Beastie Boys en Ol' Dirty Bastard. Maar in tegenstelling tot zijn vrienden hield White ook van andere stijlen. Rock-'n-roll en bigbands, drummers zoals Gene Krupa. Eerder dit jaar stelde hij met Shirt de eerste hiphopartiest op zijn label Third Man Records voor. Hij heeft voorts samengewerkt met A Tribe Called Quest, Jay-Z (voor een plaat die 'wegens tijdsgebrek van ons allebei gewoon is verdampt') en ook met diens vrouw Beyoncé, voor haar klapper Lemonade uit 2016 ('Ze wilde met mij in een band zitten, stel je dat eens voor!'). Kortom, Jack White en hiphop: een match. Als we de definitie van rappen even uitrekken tot ritmisch zingen, mogen we stellen dat hij daarmee al uitpakte bij The White Stripes en op zijn vorige soloplaat Lazaretto. Maar zo flagrant freestylend als op Corporation of Ice Station Zebra, songs op de nieuwe plaat, hadden we hem nog nooit van jetje horen geven. Rap je wel vaker? White: Van 's morgens tot 's avonds! Maar dan meestal voor de grap, terwijl ik de vuilzakken buiten zet. Alleen heb ik mezelf zo lang en hard getraind in het idee dat een songschrijver moet zingen dat het moeilijk is om dat van me af te schudden. Nu, in feite is het beter als je verwarring schept. Als ik vroeger een tekst afratelde, noemde niemand het rap omdat het gecamoufleerd was. Zo was het ook met The White Stripes. Dat rood en wit diende als afleiding, zodat we als twee blanke jongelui konden wegkomen met oude blues spelen. Over The White Stripes gesproken: heb je er een idee van hoeveel Seven Nation Army je alleen al als lijflied van ontelbare sportclubs over de hele wereld heeft opgebracht? White: Neen, haha. Zou ik eigenlijk eens moeten laten uitpluizen. Onlangs had ik het met iemand over Spotify. Ik moest raden hoeveel keer Smells Like Teen Spirit al is gestreamd in vergelijking met Seven Nation Army. Het bleek bijna evenveel te zijn, 358 miljoen tegenover 334! Ik kon het niet geloven. In mijn hoofd zal Smells Like Teen Spirit altijd tien keer populairder blijven. Je woont sinds 2005 in Nashville. Door het immense succes van The White Stripes was in Detroit blijven onmogelijk geworden. White: Ik kon niet meer in een bar naar een band gaan kijken zonder dat mensen met mij op de vuist wilden gaan of me uitscholden. De hele garagerockscene was het kotsbeu om altijd maar over The White Stripes te moeten horen. Ik had altijd gedacht dat Detroit me zou bespuwen als ik zou verhuizen, maar het was omgekeerd: ze waren blij van me af te zijn. (lacht) Niettemin heb ik gedaan wat ik niet verondersteld was te doen: ik ben naar mijn hometown teruggekeerd. Nadat ze in Detroit hadden gezien wat we sinds 2009 met de eerste vestiging van Third Man in Nashville allemaal hadden gedaan, en er voldoende water onder de brug was gestroomd, bleek de timing in 2015 juist om een filiaal in Detroit te openen. Sinds een jaar hebben we er ook onze eigen vinylperserij naast staan. Dat je er nu, dwars door de ramen van de platenwinkel, kunt zien hoe de platen worden gefabriceerd, is een unieke belevenis. Het moet een historisch precedent zijn, een muzikant die zijn eigen label én vinylperserij heeft. Maximum DIY! White: Daar moest ik inderdaad aan denken toen ik mijn single Connected by Love in handen kreeg. Een song die ik zelf heb geschreven, mee heb ingespeeld en opgenomen in mijn eigen studio. Die ik heb geproduceerd en gemixt, vervolgens uitgebracht op mijn eigen label. En op dat hoesje prijkt nu ook dat logootje van Third Man Pressing, waarvan ik eveneens de eigenaar ben. (brede glimlach) Pretty funny. Het fantastische aan die perserij is niet alleen dat we nu nog meer zotte ideeën met vinyl kunnen uittesten dan we al hebben gedaan, veel artiesten uit Detroit komen ook naar ons toe, net als allerlei kleine slaapkamerlabels. We hebben ook behoorlijk wat mensen een job gegeven. Geweldig. Ik ben heel blij om de heropleving van Detroit mee vorm te kunnen geven. Platen die je van binnen naar buiten moet afspelen, afspeelbare labels, meerkleurig vinyl, ongebruikelijke formaten zoals 8 en 13 inch, met vloeistof gevuld vinyl, singles die je moet openkraken om daaronder een andere single te vinden... Het is inderdaad al wat geweest. White: We komen stilaan zonder munitie te zitten. (lacht) Dat komt goed uit, want voor mij hoeft het niet veel gekker te worden. Natúúrlijk zijn die noveltydingen bedoeld om aandacht te trekken. Om mensen verliefd te doen worden op vinyl, te tonen wat je met een drager van honderd jaar oud kunt aanvangen. Maar die gadgets mogen de muziek niet overschaduwen. Dat Third Man een katalysator is voor undergroundmuziek of vergeten platen heruitbrengt, is veel belangrijker. *** Het was wereldnieuws toen Tesla-baas Elon Musk onlangs een product uit zijn fabriek de ruimte in lanceerde. Nochtans hadden Jack White en zijn ingenieursteam dat al klaargespeeld in juli 2016. Ze lieten toen The Icarus Craft de atmosfeer uit stijgen, de allereerste vinylplaat mét space-proof turntable. Onder de naald lag A Glorious Dawn van Carl Sagan, op zich een gimmicksong, waarvoor louter wat muziek onder die pratende astronoom was geschoven. Het project had vijf jaar voorbereiding gekost, en was volgens Whites persbericht bedoeld om 'verbeelding en inspiratie toe te voegen aan de dagelijkse beleving van muziek- en vinylliefhebbers'. Maar ook, begreep men tussen de lijnen, to boldy do what no man had done before. Want Jack White denkt groot en breed. Hij is acteur en filantroop, meubelstoffeerder (hij heeft nog altijd zijn eigen atelier) en ontwerper, uitgever (Third Man Books biedt kinder- en kunstboeken, poëzie, novelles, en een biografie van The Stooges) en verzamelaar. White heeft lieve sommen betaald voor een huis in Kalamazoo, Michigan van de modernistische architect George Nelson ('zo heeft hij er in de States maar een handvol gebouwd'), de eerste demo van Elvis Presley, een exemplaar van het Amerikaanse stripblad uit 1938 waarin Superman voor de allereerste keer zijn opwachting maakt, en de sofa uit de befaamde Sun-studio in Memphis waarop edel volk als Bob Dylan, Jerry Lee Lewis en Johnny Cash ooit de derrière heeft neergevlijd. White heeft het ding uiteraard zelf herbekleed. In de Third Man-zetel in Nashville wemelt het bovendien van oudmodische, maar tot in de puntjes gerestaureerde machines en automaten met magische namen als Scopitone, Mold-A-Rama en Voice-O-Graph. Die laatste is een mobiele opnamekast uit 1947 zo groot als een telefooncel. Neil Young was er zodanig door betoverd dat hij er in 2014 een volledige plaat in opnam, A Letter Home. Je verzamelt de uiteenlopendste dingen, maar je motief lijkt telkens hetzelfde: verantwoordelijkheid. White: (knikt) Ik zie mezelf als een conservator. Ik koop iets, herstel het in ere en draag er goed zorg voor. Het is mijn vaste overtuiging dat bezit niet bestaat. Nobody owes anything. Bewaren is een beter woord. Het interesseert me geen fluit om te investeren in olie of groot vastgoed. Ik wil wél geld spenderen aan dingen die ik zinvol vind, dingen waar ik van hou en iets van afweet. En die wil ik ook tonen. Het zou bekrompen zijn om een Van Gogh in huis te hebben en die nooit aan iemand te laten zien. Iets anders. In je huis in Oak Hill, nabij Nashville, heb je naast de obligate studio ook een eigen bowlingbaan. White: (grijnst) Ik noem het mijn gentlemen's club. Iedereen die er komt bowlen en die dat wenst, krijgt zijn eigen bal, die ter plekke wordt bewaard, zoals een humidor voor sigaren. (lacht) Wie er eentje heeft? Conan O'Brien, Gary Oldham, heel veel vrienden. Ja, Bob Dylan ook. Hij kan er wat van. Ik heb die ruimte trouwens zelf ontworpen. Drie banen met een spiegelplafond erboven, zodat vloer en plafond identiek zijn. Hoe ouder ik word, hoe meer ik geboeid raak door design. De vestigingen van Third Man en de perserij in Detroit heb ik ook getekend. Ik moet echt eens een portfolio samenstellen. Je doet zoveel dat het dwangmatig lijkt. Vind je dat je een taak te vervullen hebt? White: Ik denk niet dat er in mijn volwassen leven ooit een dag is voorbijgegaan waarin ik niets heb gemaakt of bedacht. Ik ben constant bezig, met mijn handen en mijn verstand. Waarschijnlijk omdat het voelt alsof ik een achterstand heb. Ik heb tonnen ideeën, sommige daarvan jaren oud, die ik nog wil uitvoeren. Je zou die nobele ijver ook kunnen omschrijven als... White: Een marteling? (lacht) Ik geef toe: ik ben jaloers op mensen die zich zonder schuldgevoel een moment van luiheid toestaan. Anderzijds zie ik er het gevaar van in. Als ik achterover zou leunen en volop de vruchten van het leven zou plukken, zou ik de kunst compleet verwaarlozen. De cijfers en feiten over wat je zoal hebt bereikt, spreken voor zich. Maar er bestaat vast wel een oosterse filosofie die zegt dat bij alles wat je wint er onherroepelijk ook iets verloren gaat. White: (grijnst) Daar kan ik zeker in komen. Als je jezelf een volbloed artiest wilt noemen, moet je bepaalde dingen loslaten. Je leven. Een thuis. You don't get to go back home. Dat is het moeilijkste offer. Ja, je kunt een huis kopen en het opknappen en smaakvol inrichten, een wit hekje eromheen zetten en kinderen krijgen. Maar een 'normaal' gezinsleven, tussen aanhalingstekens, is niet voor jou weggelegd. Wie denkt dat hij de twee kan combineren, maakt zichzelf wat wijs of is geen ware artiest. Nochtans moet home een van de meest gebruikte woorden zijn in al mijn songs, van The White Stripes tot nu. Het vloeit steeds maar weer uit me, onbewust. Ik ben opgegroeid in een groot gezin, als jongste van tien. Daarom is het zo bizar om vandaag (spreidt de armen) alleen in een hotelkamer te zitten. Eindelijk mijn eigen kamer! (lacht luid)Vind je dat je een eenzaam bestaan leidt? White: Ja. Zelfs al zit je in een band met je beste vrienden, in die zone waar het om draait, sta je helemaal alleen. In die mate dat alles daarbuiten wazig wordt. Ik sta nu op het punt een plaat uit te brengen. Ben ik ermee begaan wat mensen ervan zullen denken? Waarschijnlijk wel, aangezien ik ze wil verkopen en ermee op tournee ga. Dat zou je gedeelde vreugde kunnen noemen. Maar zoals een basketbalploeg die in de allerlaatste seconde wint en waarbij de spelers over elkaar heen buitelen en hun drinkflessen over elkaars hoofd leeggieten, zo is het nu ook weer niet. Dat gevoel is mij onbekend. Ik kan best blij of trots zijn om wat ik heb bereikt of meegemaakt, maar als artiest spreek je daar niet graag over. Het klinkt al snel opschepperig. Of mensen interpreteren het verkeerd. Die dingen hou ik liever voor mezelf. Ik vind een regel die je in Ice Station Zebra rapt wel mooi en treffend: 'If you rewind the tape we're all copying God.' Geloof je? WHITE: Ja. Maar ik ben niet religieus. Ik mag graag lezen over de islam of het boeddhisme - dat boeit me - maar ik vind vooral dat religie in de weg staat, tussen jezelf en God. Wat die song betreft: een mens mag nog zo trots zijn op wat hij heeft gerealiseerd, zelfs al is het de piramide van Gizeh, maar dat verbleekt bij het universum dat God uit het absolute niets heeft geschapen. Wat wij doen en altijd hebben gedaan, is iets maken uit materiaal dat er al was. In die zin zijn we allemáál imitatoren.