Al sinds de uitvinding van de popmuziek heeft elke generatie haar toren van Babel. De hippiecultuur van de jaren zestig kwam tot een symbolisch einde op het Altamont Speedway Free Festival, dat Hells Angels gebruikte als security en hen uitbetaalde in bier - uiteindelijk zouden er vier mensen sterven in de chaos. De ravecultuur van de jaren tachtig mondde uit in The Haçienda, een megalomane, uit xtc opgetrokken club in Manchester die zo verlieslatend was dat iedere clubber die door de deur ging de eigenaars tien pond kostte. De Alternative Nation-cultuur van de nineties had Woodstock '99, een poging om het legendarische festival te enten op de nu metal, punkrock en late grunge van Limp Bizkit, Korn, The Offspring en Bush. Het festival zou eindigen met overgelopen toiletten, branden op het terrein, rellen en getuigenissen van verkrachtingen tijdens de optredens van Korn en Limp Bizkit. Het zijn verhalen over megalomanie en mislukking, die in boeken, films en documentaires verteld blijven worden, tot ze een soort metaforen worden voor de tijdgeest.
...