Led Zeppelin heeft minstens vijf onmisbare langspelers afgescheiden en was in de vroege jaren zeventig zowat de populairste band op de planeet. Samen met Black Sabbath en Deep Purple behoort het Britse kwartet tot de absolute pioniers van de hardrockvariant die later het fundament zou vormen van 'all things metal'.
...

Led Zeppelin heeft minstens vijf onmisbare langspelers afgescheiden en was in de vroege jaren zeventig zowat de populairste band op de planeet. Samen met Black Sabbath en Deep Purple behoort het Britse kwartet tot de absolute pioniers van de hardrockvariant die later het fundament zou vormen van 'all things metal'. De architect van het bandgeluid was zonder twijfel gitarist Jimmy Page, die als sessiemuzikant op heel wat sixtieshits, waaronder I Can't Explain van The Who en Sunshine Superman van Donovan, zijn stempel had gedrukt. Page was een bluesfan in hart en nieren, maar beschouwde het als een erezaak de ingrediënten van het genre op zijn eigen manier te herschikken. Hij voelde zich aangetrokken tot de trance-verwekkende herhalingen die zo typisch waren voor muziek uit de Mississippidelta en ontwikkelde zowel een speelstijl als een productietechniek waarin licht en schaduw elkaar afwisselden. De man ging op een meesterlijke manier om met contrasten en haalde zoveel volume en dynamiek uit zijn instrument dat men hem al gauw als een natuurkracht ging beschouwen. Zijn solo's in Heartbreaker zouden voor snarengeselaars als Eddie Van Halen en Steve Vai dan ook als wegwijzers dienst doen. 'Van de honderd memorabelste riffs sinds het ontstaan van de rockmuziek, zijn er minstens twintig bedacht door Jimmy Page', schrijft een recensent van Pitchfork. 'En daarvan vallen er heel wat terug te vinden op Led Zeps tweede lp.'Led Zeppelin II dus, om niet moeilijk te doen. Het album verscheen op 22 oktober 1969, precies een halve eeuw geleden en amper een half jaar na het spraakmakende debuut van de groep, die haar leven begon als een soort voorzetting van The Yardbirds. De collectie omvat dus alle essentiële onderdelen die van Led Zeppelin een supergroep maakten: trefzekerheid, maar ook spontaneïteit; brute kracht, gekoppeld aan finesse. Haar songs waren complex en gelaagd, maar klonken tegelijk opvallend direct. Op II viel geen enkele minderwaardige track te bespeuren en bovendien was het zowat de hardste plaat na Vincebus Eruptum van decibelkeizers Blue Cheer.Sinds zijn eerste teken van leven slaagde Led Zeppelin er, dank zij zijn strakke samenspel, in een mum van tijd in tot een internationale live-attractie uit te groeien. In 1969 toerde het kwartet vier keer door de VS en Groot-Brittannië, zodat het zijn tweede langspeler noodgedwongen in verscheidene studio's onderweg diende in te blikken. Er viel geen tijd te verliezen: ieder vrij moment werd benut.Dat verklaart wellicht waarom II zo impulsief klonk en een machtig live-gevoel uitstraalde. De attitude en sound waren dermate 'in your face' dat er tot dan toe nauwelijks een precedent voor bestond. Cream had weliswaar al de weg gebaand voor muziek die een aanslag pleegde op je trommelvliezen, maar nummers als Whole Lotta Love of Heartbreaker knalden zo stevig dat Led Zeppelin, in die dagen goed voor live-sets van drie tot vier uur, spoedig de clubs zou ruilen voor arena's. Nog voor het einde van het jaar speelden ze reusachtige stadions plat. De groep was uiteraard niet de eerste die op de proppen kwam met harde rock, gebouwd op bluesstructuren: The Rolling Stones, The Animals en The Jimi Hendrix Experience hadden het haar al voorgedaan. Maar Led Zeppelin bepaalde zijn eigen spelregels en gaf de concurrentie al gauw het nakijken. Met het gevarieerde II, een combinatie van bewerkte bluesstandards, explosieve rokers en folky uitstapjes, veroverde het viertal aan beide kanten van de Atlantische Oceaan voor het eerst de allerhoogste positie in de charts. In de VS stootte de plaat Abbey Road van The Beatles van de eerste plaats, om er de zeven eerstkomende weken stug te blijven hangen. In het Verenigd Koninkrijk parkeerde de tweede lp van Led Zeppelin zich voor 138 weken in de hitlijsten. Geen wonder dus dat tijdgenoten als het Duitse Lucifer's Friend of latere epigonen als Metallica, Soundgarden, Mastodon en recent nog Greta Van Fleet bij het luchtschip de mosterd haalden.Wat Led Zep uniek maakte, was de bijzondere alchemie tussen de groepsleden. Dat Jimmy Page een beslagen muzikant is, wist u al. Maar ook bassist-toetsenist John Paul Jones en drumfenomeen John Bonham waren, elk op zijn eigen terrein, gewiekste virtuozen. 'Bonzo' mepte er duchtig op los, maar had een niet te onderschatten gevoel voor timing en zorgde, als liefhebber van James Brown en Motownsoul, bovendien voor een zekere swing. Wie een idee wil krijgen van 's mans veelzijdigheid, moet op Led Zeppelin II beslist eens luisteren naar Moby Dick, een epische drumsolo die, samen met Toadvan Cream en Rat Salad van Black Sabbath, zowat het ultieme referentiepunt vormt voor iedere zichzelf respecterende metaalslager.Het karakter van Led Zeppelin werd natuurlijk ook in hoge mate bepaald door zanger Robert Plant, vijf jaar jonger dan Page, maar samen met de gitarist wél verantwoordelijk voor de meeste songs van de groep. Het hoge en krijsende, maar wendbare stemgeluid van Plant was in het rockmilieu zonder voorgaande. Er werd zelfs gefluisterd dat de blonde god 'noten voortbracht die alleen een hond kon onderscheiden'. Vanaf de tweede langspeler van Led Zep begon Robert Plant zich steeds nadrukkelijker én met groeiend zelfvertrouwen als songwriter te manifesteren. Drie nummers werden bijna volledig door hem aangeleverd: het gesofisticeerde What Is and What Should Never Be, waarin zachte akoestische passages werden gecombineerd met potige elektrische, was het muzikale equivalent van een supernova en kwam tot stand nadat de zanger een kortstondige romance had beleefd met zijn schoonzus. De bedachtzame powerballad Thank You, die door Jones van fraaie Hammond-accenten werd voorzien, schreef Plant voor zijn toenmalige vrouw Maureen. Het op een knappe akoestische riff geplante Ramble On was dan weer zonverbrande folk met mystieke trekjes. Zoals zovelen verkeerden de leden van Led Zeppelin destijds in de ban van The Lord of the Rings, de epische, driedelige fantasyroman van J.R.R. Tolkien, die schatplichtig was aan Noordse en Germaanse mythen.Vandaag mag Led Zeppelin dan wel 'incontournable' zijn, in 1969 was de kritiek aan het adres van de groep niet altijd even mals. Vooral in intellectuele middens werd een beetje lacherig gedaan over de combinatie van heavy muziek en soms behoorlijk zweverige teksten. Anderzijds schrokken de heren niet terug voor dubbelzinnige, vaak aangebrande metaforen, zoals in The Lemon Song: 'Squeeze me baby / 'till the juice runs down my legs / The way you squeeze my lemon / I'm gonna fall right out of bed'. Je hoeft niet eens over buitensporige verbeeldingskracht te beschikken om de seksuele connotaties in Plants vitamine C-rijke beeldspraak te zien. Ander voorbeeld, geplukt uit het openingsnummer van de plaat: 'I'm gonna give you every inch of my love'. Mocht u er nog aan twijfelen: size matters. Althans in het universum van de op dat moment 22-jarige Robert Plant.De song in kwestie, het op drie simpele noten opgetrokken riffmonster Whole Lotta Love, werd dé classic waarmee Led Zeppelin jarenlang ieder concert zou afsluiten. Het nummer, dat ontstond uit een serie live-improvisaties, werd zowat overal een enorme hit, behalve in Groot-Brittannië, waar de band, uit principe, nooit singles uitbracht. In Australië en Duitsland stond het echter bovenaan de charts en ook in de meeste andere Europese landen en in de VS drong het, ondanks zijn lengte en zijn bizarre, psychedelische middenstuk, door tot de top-vijf. Wel ironisch dat één van de meest iconische songs van Led Zeppelin in verregaande mate schatplichtig was aan Willie Dixons You Need Love en dat Plant zich, qua frasering, liet inspireren door die van Steve Marriott in het van de Small Faces bekende You Need Loving. Zeker, Led Zep was een geweldige groep, maar ze stal als de raven. Op haar tweede lp staan overigens nog méér nummers die Jimmy Page en zijn vrienden betrokken bij zwarte bluespioniers zonder de bron te vermelden. Gelukkig was Dixon bij de pinken en spande hij tegen Led Zep een rechtszaak aan om zijn auteursrechten af te dwingen. Jaren later werd de zaak in der minne geregeld en op de re-releases van II kreeg iedere auteur, of diens erfgenaam, de credit waar hij recht op had. Geen overbodige luxe, want ook het met harmonicaspel van Plant versierde Bring It On Home, onder meer bekend in de versie van Sonny Boy Williamson, was oorspronkelijk uit Willie Dixons pen gevloeid. En dan was er nog The Lemon Song, een epische jam die in wezen een synthese was van Howlin' Wolfs Killing Floor, Robert Johnsons Traveling Riverside Blues (inclusief de dubbelzinnige 'Squeeze my lemon'-passage) en Albert Kings Cross-Cut Saw. Eén en ander gaf vooral aan dat blanke bluesadepten niet altijd even veel respect hadden voor de grondleggers van het genre en vaak roem en rijkdom oogstten door schaamteloos te samplen uit andermans werk.Het meest gebalde nummer op Led Zeppelin II heette Livin' Lovin' Maid (She's Just A Woman) en handelde over een groupie die de band in Amerika had ontmoet. Jimmy Page noemde het een ordinair vullertje en weigerde het daarom live te spelen. Toch was het catchy genoeg om bij de fans in de smaak te vallen. Robert Plant zou het tijdens de nineties alsnog oppikken tijdens zijn soloshows.II was minder eclectisch dan I, maar het zou wel de invloedrijkste plaat van Led Zeppelin worden. Ondanks het fragmentarische karakter van de sessies klonk het geheel opvallend homogeen. Dat was de verdienste van geluidstechnicus Eddie Kramer en van Page zelf. Beide heren vulden elkaar prima aan en door in verschillende studio's te werken namen ze iedere gelegenheid te baat om te experimenteren, onder meer met de microfoonplaatsing.Hoewel ze haast voortdurend op tournee waren, getuigden de muzikanten van een opzienbarende productiviteit. Twee nummers uit de opnamesessies verdwenen zelfs in de archieven: de B.B. King-cover We're Gonna Groove, waarmee Led Zep in de vroege seventies zijn concerten opende, zou later terecht komen op het postuum verschenen Coda. Het van Sonny Boy Williamson geleerde Sugar Mama kwam pas in 2015 boven water. Dank zij hun flamboyante manager Peter Grant, beschikten de heren van Led Zeppelin over verregaande autonomie tegenover hun platenmaatschappij. Toen de band gevraagd werd voor het Woodstockfestival, hield Grant bewust de boot af en koos hij voor optredens in Arizona, New Jersey en Connecticut. De reden? 'Op Woodstock zouden ze gewoon één van de vele namen op de affiche zijn geweest'. Niettemin konden Robert Plant en co in 1969 , qua verkoopcijfers, moeiteloos wedijveren met The Beatles of The Stones. Van de weeromstuit stonden overal ter wereld navolgers en imitatoren op. Aerosmith, Def Leppard, The Darkness, allemaal hebben ze songs als Whole Lotta Love en Ramble On met een vergrootglas bestudeerd. Conclusie: II was de plaat waarmee Led Zeppelin definitief Led Zeppelin werd.