Het vanuit Londen opererende XL Recordings werd groot in het ravetijdperk, met dank aan The Prodigy - hun debuutsingle Charly verscheen in 1991 via XL -, acts als Praga Khan en T99 en drum-'n-basspioniers als Jonny L. In 1994 komt Russell, die het label mee heeft opgericht, aan het hoofd van XL te staan. Vanaf dan volgen de succesverhalen elkaar snel op: onder meer Basement Jaxx, The White Stripes, Dizzee Rascal, Adele, Vampire Weekend, M.I.A., The xx, Thom Yorke en Jungle breken potten. Onder Russell groeit XL, samen met zusteronderneming Young Turks, uit tot een van de invloedrijkste onafhankelijke platenlabels ooit. 'Met de muzikale integriteit en esthetiek van de kleine indies maar met de drive en ambitie van de grote spelers', zoals hij het zelf omschrijft.
...

Het vanuit Londen opererende XL Recordings werd groot in het ravetijdperk, met dank aan The Prodigy - hun debuutsingle Charly verscheen in 1991 via XL -, acts als Praga Khan en T99 en drum-'n-basspioniers als Jonny L. In 1994 komt Russell, die het label mee heeft opgericht, aan het hoofd van XL te staan. Vanaf dan volgen de succesverhalen elkaar snel op: onder meer Basement Jaxx, The White Stripes, Dizzee Rascal, Adele, Vampire Weekend, M.I.A., The xx, Thom Yorke en Jungle breken potten. Onder Russell groeit XL, samen met zusteronderneming Young Turks, uit tot een van de invloedrijkste onafhankelijke platenlabels ooit. 'Met de muzikale integriteit en esthetiek van de kleine indies maar met de drive en ambitie van de grote spelers', zoals hij het zelf omschrijft. Maar Richard Russell doet meer dan enkel een sterk merk uitbouwen. In 2010 verschijnt I'm New Here, het laatste album van de in 2011 overleden hiphoppionier Gil Scott-Heron, opgenomen onder auspiciën van de XL-patron. Twee jaar later zit hij samen met Damon Albarn aan de knoppen voor The Bravest Man in the Universe, het comebackalbum en finale adieu van soullegende Bobby Womack. Vervolgens schaaft hij mee aan het solodebuut van Albarn, Everyday Robots (2014) en begeleidt hij de tweelingzusjes van Ibeyi bij de opnames van hun debuut uit 2015. En nu is er Everything Is Recorded, het project waarop Russell, na een slepende ziekte, zijn tweede, creatieve adem vindt, samen met een resem jonge en minder jonge, beginnende en gearriveerde artiesten. Het album Everything Is Recorded by Richard Russell is een ode aan de oude soul-, funk- en hiphopplaten die de jonge Russell met de muziekmicrobe opzadelden. En zo is de platenbaas nu werknemer bij zijn eigen label. Was het dringend, het leggen van je eigen muzikale ei? Richard Russell: Eigenlijk is het net het gebrek aan een duidelijke, welomlijnde bedoeling of richting die het album gevoed en gevormd heeft. Maar de drang om weer zélf muziek te maken smeulde al een tijdlang, ja. Sinds 2010 kan ik mezelf een producer noemen, sinds die plaat met Gil Scott-Heron. Toen was het allemaal heel erg duidelijk: ik wist dat ik hem moest zoeken, vinden, overtuigen en naar een studio krijgen om samen met hem muziek te maken. Wat me precies dreef, weet ik niet, maar ik móést het doen. Het móést gebeuren. Die plaat met Gil is waarschijnlijk het moeilijkste maar ook het belangrijkste dat ik in mijn leven heb gedaan. Wist je dat meteen, op het moment zelf? Russell: Ja, want tijdens de opnames heeft mijn leven een nieuwe wending genomen. Daarvoor runde ik een platenlabel, nu was ik ineens opnieuw muzikant en producer. Mijn hele focus is veranderd dankzij die ervaring met Gil, die ik als een soort vaderfiguur ben gaan beschouwen. Na hem kwam Bobby Womack, en dan Ibeyi, de soloplaat van Damon... Het heeft geleid naar een nieuwe studio, een nieuwe omgeving, nieuwe mogelijkheden. De alledaagse werking van het label laat ik tegenwoordig aan mijn personeel over. Ik hou enkel nog een oogje in het zeil vanop de achtergrond. Het is vrij zeldzaam, haast ongezien, dat een labelbaas de stap maakt naar zelf muziek maken. Russell: Voor ik aan het hoofd van XL kwam te staan, maakte ik ook al muziek, hoor. En daarvoor was ik lange tijd dj. Zo ben ik erin gerold, hè. Platen kopen, platen draaien, steeds meer muziek ontdekken... Als baas van XL raakte mijn eigen creativiteit even op een zijspoor, maar ik ben altijd in de eerste plaats een luisteraar en liefhebber gebleven, niet enkel een aandeelhouder. Mijn gevoel voor creativiteit heeft mijn manier van zakendoen beïnvloed, niet andersom. Nu het schip de juiste koers vaart en in goede handen is kan ik me opnieuw meer toeleggen op mijn ware levensmissie: platen maken. Als platenbaas was je nauw betrokken bij de artiesten die bij XL tekenden. Adele, The xx, M.I.A., Sampha: je gaf hen op jonge leeftijd het vertrouwen en de kans om te groeien. 'Hij stuurt het schip, maar wij zijn de kapiteins', zei Adele over jou. Hanteer je dezelfde aanpak bij het maken van platen? Russell: Ik sta open voor mensen en ben het liefst omringd door mensen die óók open staan. Met Everything Is Recorded was dat de opzet: breng verschillende talenten samen in één ruimte en zie wat er gebeurt. Geen competitie, geen deadlines, gewoon artiesten van alle slag die elkaar ideeën aanreiken en tot iets moois komen. Of niet - het kon en mocht alle kanten op gaan. Misschien is dat wel mijn handelsmerk: geen handelsmerk hebben. (lacht)Net als in de catalogus van XL is de verscheidenheid aan culturen bij Everything Is Recorded opvallend: Ibey met hun Afro-Cubaanse roots, de jazzcat uit LA Kamasi Washington, de jonge, Nigeriaanse Londenaar Obongjayar, de Britse veteraan Green Gartside van Scritti Politti, Peter Gabriel, de New Yorkse rapper Wiki... Russell: Ik zie een plaat als een schilderij. Je werkt met verschillende kleuren, gebruikt verschillende diktes en intensiteiten om het gewenste resultaat te bekomen. Verscheidenheid, diversiteit betekent rijkdom. Het doet me denken aan platenlabel Island en zijn oprichter Chris Blackwell. Ook hij bouwde, maar dan in de jaren zestig, een klein label uit tot een succesverhaal, met een brede waaier aan artiesten: van The Spencer Davis Group en Nick Drake tot Bob Marley & The Wailers, John Cale, Grace Jones en het jonge U2. Is Island een voorbeeld voor XL? Russell: (glimlacht) Als tiener heb ik nog in het pakhuis van Island in Londen gewerkt. Ook daar ging het er heel multicultureel aan toe. Dus ja, in zekere zin is Island een inspiratie, met al die onderling diverse artiesten die een eigenzinnige koers voeren. En Chris Blackwell was een heel goede producer. Warm Leatherette, Nightclubbing en Living My Life, de drie albums die hij begin jaren tachtig met Grace Jones gemaakt heeft, zijn de beste albums uit haar carrière. Alleen, Blackwell heeft nooit zélf platen gemaakt. Daar verschillen we dus in. (grijnst) Er staat een sample van Grace Jones op de Everything Is Recorded-plaat, in Mountains of Gold. En ik denk vaak aan een quote van haar, over vrouwelijke artiesten die haar stijl kopieerden: 'If you want to copy me, do something that no one's done before. Alleen zó kopieer je mij. Als je iets doet wat ik gedaan heb, doe je niet wat ik deed.' Héél sterk advies! Heb je vorige maand het openhartige interview in Vulture met Quincy Jones gelezen, waarin hij zijn gedacht zei over iedereen van The Beatles en Michael Jackson tot Donald Trump en Taylor Swift - en dat nogal wat stof heeft doen opwaaien? Russell:Geweldig, niet? (grijnst) Wat een legende, man. Ik heb het geluk dat ik al veel gezien en meegemaakt heb in mijn leven, maar Quincy is nog een ander paar mouwen. En omdat hij zijn legendarische reputatie zo waardig draagt, is er niemand die het hem kwalijk neemt dat hij af en toe uit de biecht klapt. Hij blijft ook nieuwsgierig, dat voel je. Toen we in LA de video voor Mountains of Gold snel snel konden opnemen, stuurden we invitaties naar allerlei bekende koppen en boeiende figuren om mee te figureren. Quincy was de enige die is komen opdagen. Hij zag meteen dat mijn sterrenbeeld Vissen was, net als hijzelf. Een van de coolste kerels die er rondlopen, Quincy Jones. Gevraagd naar de huidige staat van de popmuziek, antwoordde Jones: 'It's just loops, beats, rhymes and hooks. Wat kan ik daaruit leren? Er zijn geen fucking songs. De song is de kracht, de zanger is de boodschapper.' Ga je daarmee akkoord? Russell: Ten eerste: Quincy Jones mag zoiets zeggen. Dat recht heeft hij al vele malen verdiend. Hij heeft Thriller gemaakt, weet je wel? Punt uit! Anderzijds, er heeft altijd onnoemelijk veel crap in de hitlijsten gestaan. De meerderheid is en was altijd bullshit. Het zijn de uitzonderingen die de geschiedenis schrijven. The Beatles waren in hun gouden tijd ook de uitzondering, ook toen stonden de charts vol rommel. Maar de popcultuur geeft uitzonderingen net de kans om erboven uit te steken. Neem nu een artiest als Kendrick Lamar. Om zo complex, zo diepzinnig, zo muzikaal, zo politiek, en toch zó succesvol, zó prominent te zijn... Dan ben je een speciale, dan ben je de uitzondering. Het ís dus mogelijk tegelijk artistiek integer én populair te zijn, maar zulke artiesten vormen, logischerwijs eigenlijk, een minderheid. Alleen de sterksten houden het vol, tegen de stroom in. Top Dawg Entertainment, het label waar Lamar thuis is, lijkt eigenlijk een beetje op XL Recordings. Ze zijn een onafhankelijke maar succesvolle speler, kiezen met zorg hun artiesten uit en begeleiden ze goed. Russell: Daar heb je helemaal gelijk in. Creativiteit moet je goed beschermen, het is een waardevol goed. Ik krijg regelmatig de vraag welke raad ik andere labels zou geven. Simpel: breng niet te veel platen uit. Verzet je tegen de verleiding om kwantiteit boven kwaliteit te verkiezen. Het is gewoon niet te doen om met meer dan twee artiesten op hetzelfde moment een plaat op te nemen en toch voor die bescherming te zorgen, tegelijk die goede, persoonlijke omkadering te bieden. Bij XL en Young Turks doen we het nooit. We brengen maar een handvol platen uit per jaar, en investeren in de lange termijn. Iemand als Sampha liep al jaren bij ons rond. Maar we hebben hem de tijd gegeven om zelf zijn talent te ontwikkelen. Een platenlabel moet een veilig nest zijn, een open huis, een soort familie. Alleen zo creëer je omstandigheden waarin iedereen, artiest én uitgevers, tevreden is. Het is geen lachertje om als onafhankelijk label het hoofd te bieden aan de machinaties van de megaspelers. Maar het loont de moeite. XL is het levende bewijs daarvan. Sampha won eind vorig jaar met zijn debuutalbum Process de felbegeerde Mercury Prize. Betekenen zulke trofeeën veel voor jou? Russell: Díé specifieke trofee wel. Omdat ik het gevoel heb dat hij muzikanten oprecht beloont voor hun artistieke kwaliteiten en hun potentieel. Toen Dizzee Rascal hem in 2003 won, was dat een mijlpaal, niet alleen voor het label of Dizzee - toen een 19-jarige, debuterende rapper - maar voor een hele subcultuur, een heel nieuw muziekgenre. En toen The xx de Mercury won met hun debuutalbum, in 2010, was dat ook geen evidentie. Ze werden gezien als een stel schuwe, onervaren weirdo's voor wij ze een contract gaven. Ik ben dus oprecht blij voor Sampha, een exceptioneel artiest met een uitzonderlijke stem en dito muzikaal gevoel. Wat vind je zelf je grootste verwezenlijking tot nu toe? Russell: Goh... Gewoon dat ik de dingen heb kunnen doen die ik wilde doen. Die ik moest doen. Is dat niet het hoogste goed? Weten wie je bent, wat je wilt, en je doelen bereiken. Do the right thing. Een stem ontwikkelen, ook al duurt het een leven lang. Je angsten overwinnen en je instinct boven je zorgen durven te volgen. Je bent nu eind de veertig. Twee derde van je leven hebben in het teken van de muziek gestaan. Zijn er nog plannen die je verwezenlijkt wilt zien? Russell: Neen. Plannen is dom. 'Als je God wilt doen lachen, maak dan plannen', wordt wel eens gezegd. Ik bekijk het van dag tot dag. Dat is de enige manier om mijn geestelijke gezondheid ietwat op peil te houden. Weet je wat mijn plannen zijn? Dit interview afwerken en dan een koffie drinken. Daarna zien we wel.