Soms sneeuwt het in april, maar in de inkomhal van zijn Brusselse appartementsblok is het heerlijk warm. Ze heeft een prachtige lift. Zo'n oude dame met krakende plooideuren, om verliefd op te worden. 'HINTJENS' staat er op de vijfde drukknop.
...

Soms sneeuwt het in april, maar in de inkomhal van zijn Brusselse appartementsblok is het heerlijk warm. Ze heeft een prachtige lift. Zo'n oude dame met krakende plooideuren, om verliefd op te worden. 'HINTJENS' staat er op de vijfde drukknop. 'Onlangs was de lift kapot', zegt Arno. Ze hebben lang moeten zoeken naar vervangstukken, want zo veel goede smaak maken ze niet meer. Maar nu is het gelukt. De oude dame gaat weer van de grond, tot zijn jolijt. Krakend, maar met stijl. 'Water?' vraagt hij. 'Drink je geen alcohol meer?' 'Nee. Slecht voor de pancreas.' De laatste zeventig jaar heeft hij wat te gulzig gegeten en gedronken, zegt hij. Maar zelfs in het slechtste jaar van zijn leven was er muziek. 'Net voor ik geopereerd werd, trad ik nog op met een bakske chemo op mijn rug. De dokters wisten niet wat ze zagen.' Zo zou hij graag sterven, zegt hij: op de planken van de bühne, als ultiem eresaluut aan de enige maîtresse die hij zijn hele leven trouw gebleven is. Tussen twee chemosessies door maakte hij een schitterende pianoplaat: Vivre. Het plan lag al lang op tafel. Jaren geleden trad hij op in het hart van België, in de Munt. Plots viel de elektriciteit uit. 'Mijn toenmalige pianist Ad Cominotto speelde, om de tijd te doden, de begintonen van Les yeux de ma mère. Ik begon te zingen en we hoorden direct dat dat nummer zoveel mooier klonk zonder gitaar en drums.' Sinds die dag had zijn manager hem vaak gevraagd wanneer hij een pianoplaat ging maken. '"'t Is goed", zei ik vorig jaar. "Op één voorwaarde: ik wil er ook een bas bij." Alleen een piano, dat zag ik niet zitten. Lang geleden heb ik zelf weleens piano gespeeld, op mijn eerste soloplaat. Maar ik ben de slechtste pianist ter wereld. Dat is ook een prestatie, hè. (lacht) Ze hebben me voorgesteld aan pianist Sofiane Pamart. Ik kende hem niet, wist niet dat hij in Frankrijk heel bekend is - hij speelt daar met rapgroepen.' Vijf dagen trokken ze zich terug in de ICP in Brussel. Hij zit niet graag lang in de studio, 'maar het was plezant'. Op Vivre staan een paar pianoversies van oude krakers - Elle adore le noir bijvoorbeeld - maar ook minder bekende nummers. Zoals Solo Gigolo, een nummer dat hij geschreven heeft na een scheiding. Hij parafraseert er de bekendste zin van Leonard Cohen: 'There's a crack in everything / That's how the light / A new light gets in.' 'Ze hebben me gezegd dat Leonard Cohen dat ook zingt, ja. Daar was ik niet goed van. Hij heeft die zin niet uitgevonden, hè. Een krak, dat is Oostends. Mijn grootmoeder zei dat al: J'et een krak in je kop, langs do komt 't lucht no binn'n.'Hij lacht. 'Er staan wel wat songs op de plaat over je bed,' zeg ik, 'zoals Dans mon lit en het waanzinnig mooie Nous deux.''Mijn bed inspireert me', antwoordt hij. 'Er gebeurt veel in een bed, hè. Daar zeggen mensen meestal de waarheid. Ik slaap graag en veel. De laatste tijd droom ik ook veel. Misschien komt het door de chemo, al had ik dat daarvoor ook al. Soms levert zo'n droom een nummer op: Les saucisses de Maurice uit mijn vorige plaat bijvoorbeeld. Toen ik wakker werd, heb ik het direct opgeschreven.' Met een pen, zoals een oude ambachtsman doet. 'Gisteren belde iemand me. "Mijnheer ik moet u waarschuwen", zei ze. "U bent gehackt." "Maar ik heb niet eens een computer", antwoordde ik.' Het zijn rare tijden, al zijn er nog zekerheden. Zo is de prachtige hoesfoto van Vivre weer van zijn goede vriend Danny Willems. En in zwart-wit, ook zoals gewoonlijk. 'Ik kijk liever zwart-witfoto's en -films, omdat ik zelf ook zo ben. In de tijd van TC Matic droeg ik soms een wit kostuum. Maar voor de rest was ik altijd in het zwart gekleed. Ik ben zwart-wit, in alles.' Alleen van de kleuren van de zee in Oostende om tien uur 's ochtends houdt hij. En van Léon Spilliaerts schilderijen. 'Maar zelfs de zwart-wittekeningen van Ensor vind ik beter dan zijn schilderijen. Hij was een personage, hè. "De zwarte madame" noemden ze hem in Oostende. Hij heeft dat personage ook zelf gecreëerd.' 'Zoals jij?' 'Ja. Ik heb nooit een kopie van iemand anders willen zijn. Het ergste wat ze van mij kunnen zeggen, is dat ik op iemand lijk.' Ensor stierf in 1949, het jaar dat Arno geboren werd. Zelf heeft hij de schilder alleen maar gezien op de beelden van zijn oude vriend Henri Storck. Dat is ook de stad die eeuwig in zijn hoofd zit. De stad waar hij zijn 'eerste mentale erectie' kreeg toen hij op zijn achtste Elvis Presleys One Night hoorde. En waar hij later vaak luisterde naar Radio London, de piratenzenders en Guy Mortier. 'Dankzij hem heb ik The Kinks leren kennen. Toen wist ik dat ik niet wilde werken. Op mijn achttiende ben ik thuis vertrokken. "Je mag altijd terugkomen", zei mijn vader. "Maar niet om geld te vragen."' Jaren later kreeg hij ineens telefoon. 'Hey Arno, it's Ray.''Ray?' antwoordde hij. 'Ray Davies.' 'Hij vroeg of ik een duet met hem wilde opnemen. Daar heb ik ook aan gedacht toen ze zeiden dat ik kanker had: ik heb een fantastisch leven gehad. Dankzij mijn muziek heb ik zoveel beleefd en de wereld gezien.' Ik kijk rond in zijn mooie oude appartement. In de hoek brandt een rode kaars en aan de muur hangt een slogan: 'Er is altijd licht in de duisternis.' 'Dat is van een vriendin', zegt hij. 'Ze is nogal spiritueel.' Voor de rest veel foto's van oude bekenden: Marvin Gaye, Michel Piccoli, Jane Birkin. Maar ook van oude Belgen. Hij en Toots Thielemans. Hij en Eddy Merckx, die hem in de AB een fiets geeft. 'We zijn zo'n klein land, maar we hebben zo veel wereldartiesten voortgebracht. Allee, Adamo verkocht meer platen van Tombe la neige dan The Beatles. En dat symbool van Apple, dat is uitgevonden door Magritte. Maar niemand weet dat hier.' 'Wil je niets eten?' vraagt hij dan. In de keuken stopt hij me een peer toe. 'Zodat je niet tegen je moeder moet zeggen: ik was bij Arno, maar ik heb daar niets gekregen.' We kijken door zijn keukenraam naar de daken van de stad. 'Dat is mijn inspiratie... Bruxelles, ma belle.' 'Waar woon je?' vraagt hij. 'Antwerpen.' 'Daar heb ik ook nog gewoond. In de Ramstraat 6. Is café De Muze daar nog?' 'Ja, maar het is niet meer hetzelfde als vroeger.' 'Het was vroeger overal beter, behalve in Brussel. Ik hou zo van mijn kwartier. Als ik hier op een terras zit, hoor ik vijf talen. Geweldig. Een tijd geleden zag ik in de Archiduc een Vlaming iets in het Frans bestellen. "'t Is toch vreselijk dat ze hier geen woord Nederlands spreken", klaagde hij. "Wat zeg je?" antwoordde de ober. Dat is Belgisch surrealisme.' Hij mist de cafés van zijn kwartier. 'We leven vandaag in een westernfilm, hè. Al die lockdownfeestjes, La Boum... Ik keur dat niet goed, maar op mijn achttiende had ik allicht meegedaan. Toen telde alleen de vrijheid, vandaag denk ik daar anders over. Een goede vriend van me, de Franse zanger Christophe, is overleden aan covid. En sinds ik maanden in het ziekenhuis heb gelegen, is mijn respect voor dokters en verplegers ontzettend groot.' Een maand later. Soms regent het in mei. Ik loop door de straten van zijn kwartier, maar zie de Lonesome Zorro met zijn plastieken zakje niet. 'At the bars nobody is missing', zingt hij op Vivre. Eén iemand wordt wél gemist: hij heeft een prachtige plaat gemaakt over het leven, in zwart-wit.