Het talent van Hargrove, een Texaan, werd al vroeg ontdekt door jazztrompettist Wynton Marsalis, toen die zijn school bezocht. De New York Times spreekt van de Marsalis School: jonge muzikanten die dicht bij de blues- en swingtraditie staan en niet zo hoog oplopen met de avant-garde.

Ook van andere grootheden in de jazz kreeg Hargrove waardering, van Sonny Rollins tot Joe Henderson, Johnny Griffin en Stanley Turrentine - met die laatste drie tenoristen nam hij With the Tenors of Our Time op.

Van Crisol tot Hancock

Maar Hangrove was ook een funkateer. Hij speelde met Bilal en Erykah Badu en dweepte in zijn collectief The RH Factor met hiphop en funk. Over Hard Groove, een plaat die hij met die band opnam, zei hij ooit in Knack: 'Het was mij om soul te doen en de klank van Quincy Jones en Miles Davis. Ik heb dat soort muziek altijd al gespeeld, alleen ben ik er nooit mee naar buiten gekomen. Ik was in junior high al bezig met r&b en gospel.'

'Voor mij is het een beetje een nostalgisch project. Ik ben opgegroeid met Marvin Gaye, The Temptations, Sam Cooke, James Brown, George Clinton en Parliament, Funkadelic, Bootsy Collins... En die jazzcritici? Wacht maar tot ik mijn country & western-cd klaar heb', grijnse hij toen.

Veel lof kreeg hij ook voor zijn inzet in The Soultronics, de begeleidingsgroep van D'Angelo die tijdens de Voodoo-tour ook andere kleppers als bassist Pino Palladino en drummer Questlove in de rangen had. Die laatste bewees de laatste eer aan zijn bandgenoot op Instagram.

Hargrove won twee Grammy Awards op twee uitersten van het muzikale spectrum: in 1998 viel hij in de prijzen met zijn Afro-Cubaanse band Crisol, vier jaar later met Directions in Music: Live at Massey Hall, waarop hij samen met Herbie Hancock en saxofonist Michael Brecker de band leidde.