Veel introductie behoeft de in Gent gevestigde Jasper Maekelberg (29) niet meer. Zowat elke keer dat zijn naam de voorbije drie jaar weerklank kreeg, werd zijn hele cv erachteraan gehaakt. U kunt het stilaan dromen: gespeeld bij Bear Run, Manhog, Amongster, Ansatz Der Maschine, Senne Guns, Yuko en Hypochristmutreefuzz. De klank bepaald van Gabriel Rios, Marble Sounds, Soldier's Heart, Tsar B, Bazart, Mintzkov, Jef Neve, Nordmann, Warhola en Douglas Firs. Ervaring en finesse hebben Night Funeral tot een overtuigende proeve van Maekelbergs kunnen gevormd. Het enige wat er moest gebeuren, was het doorhakken van een miljoen knopen.
...

Veel introductie behoeft de in Gent gevestigde Jasper Maekelberg (29) niet meer. Zowat elke keer dat zijn naam de voorbije drie jaar weerklank kreeg, werd zijn hele cv erachteraan gehaakt. U kunt het stilaan dromen: gespeeld bij Bear Run, Manhog, Amongster, Ansatz Der Maschine, Senne Guns, Yuko en Hypochristmutreefuzz. De klank bepaald van Gabriel Rios, Marble Sounds, Soldier's Heart, Tsar B, Bazart, Mintzkov, Jef Neve, Nordmann, Warhola en Douglas Firs. Ervaring en finesse hebben Night Funeral tot een overtuigende proeve van Maekelbergs kunnen gevormd. Het enige wat er moest gebeuren, was het doorhakken van een miljoen knopen. Jasper Maekelberg: Ik heb makkelijk te veel opties, omdat ik een beetje vanalles kan spelen: gitaar, piano, drums... Daarom ben ik voor deze plaat vertrokken van het idee van beperking. Ik wou instrumenten gebruiken die ik totaal niet beheers, zoals een balafon, een soort Afrikaanse xylofoon, en een oed, een Midden-Oosterse luit. Mijn vader gaf me ook zijn oude dwarsfluit, die op zolder lag. Dan bleven er nog genoeg mogelijkheden over. Kun je je het moment herinneren waarop de plaat in de plooi viel? Maekelberg: Toen ik het refrein had geschreven voor het titelnummer en er plots ook de woorden voor had, klopte alles. Die tekst vertelde me waarover de plaat ging. Ik dacht: shit, misschien heb ik tóch een break-upplaat gemaakt. ( lacht) Dat heb ik lang ontkend, omdat ik dat zo'n vreselijke term vind. Maar in dat nummer Night Funeral zat gewoon heel veel waarheid. Ik zing over hoe er twee kanten aan mezelf zijn. Een introverte en een extraverte. Een onzelfzuchtige en egocentrische. Over die dualiteit gaat de hele plaat. Ik werd geconfronteerd met een kant van mezelf die niet de schoonste is. 'Wrecking up the things I made / Twisting all the words you said.' Je had je er ook vanaf kunnen maken met metaforen of observaties. Maekelberg: Daar had ik wat moeite mee. Er is de jongste tijd zo veel pose in de muziek. Maar het ging ook vanzelf: als ik iets begon te schrijven, was het telkens heel persoonlijk. Wat niet wegneemt dat er nog veel ruimte overblijft voor interpretatie. Jack White had het in dit blad onlangs over de onverenigbaarheid van het artistieke en familiale leven. Maekelberg: Ik denk inderdaad dat die twee moeilijk te combineren vallen. ( lachje) Ook al zijn er volgens mij mensen die er wel in slagen. Ik herinner me situaties waarin mijn ex en ik samen zaten te ontbijten en ze tegen me praatte, maar ik helemaal ergens anders zat. Tot je dan na een kwartier zegt: 'Euh, wat?'. Als je creatief bezig bent, blijven er soms dingen malen in je hoofd. Daarom moet je dagen of momenten afspreken waarop je even niets meer doet en gaat wandelen of zo, of zwemmen in de zee. Dat zijn dikwijls de mooiste dagen. ( grinnikt) Vorig jaar is me dat toch een keer of vijf gelukt. In Same Thing suggereer je dat de liefde van je leven waarschijnlijk een illusie is. Maekelberg: Ik vrees dat de ware, eeuwige liefde niet bestaat, neen. ( lachje) Dansen is een activiteit die op Night Funeral in vier songs opduikt. Maekelberg: Zoveel? Ik héb veel gedanst het afgelopen jaar, wat niet van mijn gewoonte is. Om het hoofd leeg te maken, ja. Ofwel is het gewoon omdat veel mensen die ik ken getrouwd zijn. ( lacht) Ik heb ook veel 's nachts geleefd: ik word pas creatief wakker rond vijf uur in de namiddag, en dan ga ik door tot drie, vier uur. De nacht brengt iets teweeg in je hoofd. Onthechting is misschien geen slecht woord. Het is stiller. Alles maakt minder uit. Zoiets. Maar ik ben ook geïnteresseerd in nieuwe manieren om mensen te doen dansen. De jongste vijf tot tien jaar is de beat enorm veranderd: er zit meer seks in de beat van vandaag. Zoals bij Prince in de eighties. Minder klinisch, meer heupgevoel. Beats worden ook almaar kaler, het gaat enkel nog om dat wiegen. Daar probeer ik mijn eigen ding uit te distilleren. Hoe sta jij tegenover optreden? Jij die alles hoofdzakelijk alleen en meticuleus in elkaar zet in de studio? Maekelberg: Bij veel bands van nu is het podium hetzelfde als de studio. Maar als ik zelf naar een optreden kijk, heb ik nood aan het persoonlijke verhaal van de artiest. Ik wil dat voelen. Dat maakt optreden zo mooi en belangrijk voor mij. In mijn kelder jam ik met mezelf, zeg maar. Maar bij optredens kan ik dat eindelijk met andere muzikanten doen. Dat is zalig. Voor mij betekent een optreden net vrijheid. Ik kan in dialoog treden met mijn drummer, en dat is magisch. Hij heeft het sjiekste drumstel van de wereld: de belletjes die daaraan hangen zijn niet te tellen. ( grinnikt) Daaruit haal ik mijn liefde voor muziek. We spelen niet zomaar de studioversie van een nummer na en we gaan soms zelfs op zoek naar andere klanken. Maar wel zonder de boodschap van dat liedje verloren te laten gaan. Dansbaar of niet, het is een intieme, onderdompelende plaat. Als luisteraar sluit je er een individuele overeenkomst mee. Mooi, maar hoe ga je dat gevoel overbrengen op Rock Werchter? Maekelberg: Ik snap wat je zegt en het is inderdaad wel raar. Maar het draait er weer om dat je de studioversie als het ware weggooit en er iets nieuws mee maakt. Als er iémand is aan wie ik het kan vragen: wat kenmerkt de Belgische pop vandaag? Maekelberg: Er is heel veel ruimte voor en zin naar experiment. Dat is ook de reden waarom er zoveel goeie nummers worden gemaakt. Ik denk wel dat dat ons onderscheidt van andere landen. Wat er nu in Brussel aan het groeien is, met Roméo Elvis, Zwangere Guy en Stikstof, is ook geweldig interessant. Bij hen gaat het meer over verhalen vertellen. Zij maken muziek die letterlijker is. Radiohead is prachtig, maar een en al metafoor. Terwijl Roméo Elvis gewoon zegt waarop het staat. Als producer ben jij het klankbord voor de artiest met wie je werkt, de man die het overzicht bewaart. Hoe deed je dat op je eentje? Maekelberg: Ik heb vooral heel veel opnieuw gedaan. ( grijnst) In mijn laatste studiosessie heb ik de meeste nummers zelfs helemaal opnieuw opgenomen. Omdat toen pas duidelijk was wat ik wou, en ook omdat wat ik toen had vrij fragmentair was opgenomen, vaak met enkele maanden ertussen. Ik heb ook regelmatig mijn eigen muziek gesampled. Dan liet ik de drummer een groove inspelen, en verknipte ik die tot het mijn drums waren. Maar dan nog is er niemand die zegt: 'Stop, het is genoeg.' Maekelberg: Wel, daarom heb ik helemaal op het einde samengezeten met Jo Francken en Pieterjan Maertens ( producers van onder andere Het Zesde Metaal en Tamino, nvdr.), om iemand eens 'stop' te horen zeggen. ( lacht) Het was vermoeiend aan het worden, ja. Ik weet nu dat ik niet nog eens op die manier een plaat zal maken. De volgende keer kruip ik gewoon twee weken met een band in de studio. Tenminste, dat zeg ik nú. Laat me even in die illusie. Je moet leren zeggen: vanaf nu kan het niet meer beter. Maekelberg: Dat klopt niet: het kan áltijd beter. Je moet gewoon leren stoppen met dat te denken. ( lacht) Leren beslissen: nu is het gedaan, de rest is voor de volgende plaat. Anders word je zot. Wat enkele keren is gebeurd. Ik heb mezelf goed leren kennen, het afgelopen jaar. Te veel is te veel, op alle vlakken. Is er sprake van opluchting nu Night Funeral op weg is naar de winkels? Maekelberg: Dat is veel gezegd. Maar het doet wel deugd. Ik heb zelfs al zin om de volgende te maken, om het verhaal - dat nog altijd voortduurt - verder te vertellen. Al zal dat wel nog even duren. Misschien verander ik nog vijftien keer van gedacht. Of misschien maak ik wel nooit meer een plaat. ( grijnst)