Nick Caves keuken is zo ruim als een balzaal. De plafonds zijn hoog en met stucwerk versierd. Op een lang dressoir staat een platenspeler. Aan de muren hangen geschilderde en gefotografeerde portretten van de heer des huizes, overal zie je stapels met bladwijzers gespekte boeken. Enkele jute tassen met het logo van het magazine The New Yorker slingeren rond. Door de vensters waait het geschreeuw van meeuwen naar binnen. Het is een stralende lentedag in Brighton. Cave woont in een van de prachtige witte villa's die er de kustpromenade sieren. De kunstenaar is groot, slank en draagt zoals gewoonlijk een zwart pak en wit hemd. Hij heeft een kan groene thee gemaakt en gaat dan met strenge blik aan een imposante houten tafel zitten.
...

Nick Caves keuken is zo ruim als een balzaal. De plafonds zijn hoog en met stucwerk versierd. Op een lang dressoir staat een platenspeler. Aan de muren hangen geschilderde en gefotografeerde portretten van de heer des huizes, overal zie je stapels met bladwijzers gespekte boeken. Enkele jute tassen met het logo van het magazine The New Yorker slingeren rond. Door de vensters waait het geschreeuw van meeuwen naar binnen. Het is een stralende lentedag in Brighton. Cave woont in een van de prachtige witte villa's die er de kustpromenade sieren. De kunstenaar is groot, slank en draagt zoals gewoonlijk een zwart pak en wit hemd. Hij heeft een kan groene thee gemaakt en gaat dan met strenge blik aan een imposante houten tafel zitten. Je bent in Australië geboren, leefde in Londen, Berlijn en São Paulo. Hoe ben je in Brighton beland? Nick Cave: Ik snap waar je naartoe wilt: ooit was Nick Cave wild, maar nu is hij tam en oud en heeft hij zich teruggetrokken in een rustige badplaats om een onthaast leventje te leiden. Nietwaar? Nonsens. Want ten eerste is Brighton helemaal niet zo rustig. Ten tweede: dit is niet mijn eindbestemming, gewoon een tussenstop op weg naar de volgende plek. Ik heb me hier goed gevoeld en ben langer gebleven dan gepland, maar nu is het tijd om verder te trekken. Volgend jaar ga ik met mijn familie naar Los Angeles. Rondreizen biedt me de inspiratie die ik nodig heb om te kunnen werken. Twee jaar geleden stierf jouw toen vijftienjarige zoon Arthur nadat hij van een klif hier niet ver vandaan was gevallen. Is dat ook een reden om Brighton te verlaten? Cave: Natuurlijk speelt dat een rol. Zo'n gebeurtenis verandert je leven drastisch. Het zal ons als familie goed doen om andere lucht op te snuiven. In de documentaire One More Time with Feeling, die kort na de dood van jouw zoon ontstond, zeg je dat je er nog wel dezelfde uitziet, maar dat je vanbinnen een ander mens geworden bent. Wat moeten we ons bij die verandering voorstellen? Cave:(zwijgt lang) Enkele dingen blijven bij het oude. Op een dag begin je nu eenmaal opnieuw te werken. Het leven gaat door. (hij tuurt uit het venster naar de hemel) En toch is alles anders. Mensen zeggen vaak dat ze zich niet kunnen inbeelden hoe ik mij moet voelen. Maar ze vergissen zich. Ik denk dat iedereen zich op zijn manier kan voorstellen hoe hard zo'n tragedie aankomt. Veel mensen hebben vergelijkbare verliezen geleden. Zodra je dat beseft, ben je niet meer zo hopeloos, niet meer zo alleen in je pijn. Maar het moeilijkste is om dan écht verder te gaan, om opnieuw een ritme in je leven te vinden. Jezelf overwinnen, simpelweg kunnen gaan zitten en werken: het is hoe dan ook een begin. Songs schrijven heeft je dus geholpen om de pijn te beheersen? Cave: Ja. Maar het was een lange weg tot ik dat opnieuw kon. Na de tragedie nam je zoals gepland met je band The Bad Seeds het album Skeleton Tree op. Was dat een bevrijding of eerder een kwelling? Cave: Allebei. Eerst was het heel, heel moeilijk. Ik dacht dat ik er klaar voor zou zijn, maar dat was ik niet. Ik was echt op, had het allemaal onderschat. Toch begonnen we eraan, maar de resultaten waren onbevredigend. Het is niet eenvoudig om iets te schrijven zonder dat die grote zwarte wolk alles overschaduwt. Het is niet gezond om je eigen teksten te lezen en die tragedie overal tussen de regels terug te vinden. Je moet daaroverheen raken. Tegelijk moet je eerlijk blijven en het duistere in je leven niet negeren. Dat is niet makkelijk. Schrijven betekende voor mij ook altijd, en zeker de laatste jaren, mijn emoties uitdrukken. Ondertussen merk ik pas hoe het met me gaat terwijl ik nummers aan het schrijven ben. Ik ontdek dan dingen over mezelf die me voordien niet duidelijk waren. Nu moet ik nog zien hoe ik kan wegkomen van het ik dat Skeleton Tree geschreven heeft. Die plaat staat voor een gemoedstoestand die ik achter me moet laten. Kortom: wanneer ik songs aan het schrijven ben, gaat het mij om mijn leven, om hoe ik besta. Tenslotte ben ik alleen met mijn werk in een kamer - of die zich nu in Brighton, Los Angeles of Berlijn bevindt. Je hebt ooit gezegd dat Berlijn je leven veranderd heeft. Cave: Heb ík dat gezegd? (lacht) Ik zou mijn oude uitspraken beter moeten onthouden. Ach, ik spreek mezelf ook graag tegen. Ik weet niet hoe alle plekken waar ik geleefd heb mijn werk hebben beïnvloed. Natuurlijk hebben die steden een indruk op me nagelaten, maar ik betwijfel of ze me veranderd hebben. Berlijn was dus ook maar een tussenstop, zoals de andere steden? Cave: Ja, maar Berlijn was ook nog iets anders. Toen ik medio jaren tachtig Londen voor Berlijn inwisselde, zat ik aan de grond. Toen moest ik mijn zelfrespect terugwinnen. Wat was er in Londen misgelopen? Cave: Ongeveer alles. Maar dat lag ook aan het feit dat ik een beeld van die stad had dat ver van de realiteit afstond. Toen ik er met mijn band belandde, verwachtte ik grootse avonturen en de wonderbaarlijkste dingen die mij als kunstenaar konden overkomen. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Ik was teleurgesteld en werd agressief, tegenover de hele maatschappij, maar ook tegenover ons publiek. In Londen voelden we ons onbegrepen. Het was ook een probleem dat we Australiërs waren. Want alles wat uit Australië kwam, was volgens de Britten rommel. Voor ons Australiërs was Engeland dan weer het Beloofde Land van de Cultuur. Een vergissing: Londen was doods en somber. In die tijd had je een legendarisch slecht humeur. Kwam dat alleen door Londen en de Britten? Cave: Nee, dat slechte humeur had ik uit Australië meegebracht. Daar waren mijn band en ik ook al vaak aan de kant geschoven. Ik herinner me onze eerste optredens in pubs waar we alleen maar geboekt werden opdat die zo langer open zouden kunnen blijven. In Australië was er toen namelijk een bizarre wet die pubs verbood 's namiddags alcohol te schenken, behalve als ze livemuziek en iets te eten aanboden. De eigenaars en hun gasten wilden gewoon ongestoord kunnen drinken en gaven niets om de muziek. Dat lieten ze ook duidelijk blijken. Als vijand beschouwd worden, verstoten en ongewenst zijn: dat is mij tot op heden bijgebleven. Het was ook daardoor dat ik me als outsider heb geprofileerd.Met confrontaties heb je je anders ook altijd wel kunnen amuseren, niet? Cave: Oké, daar heb je me. Op de een of andere manier genoot ik inderdaad van al die haat. Maar pas in Berlijn ging het echt goed met me. Daar ontmoette ik gelijkgezinde kunstenaars. Het leek alsof iedereen daar wel een opwindend plan had en barstte van de ideeën. Het maakte niet eens uit hoe opwindend die projecten effectief waren. Berlijn was een unieke bron van inspiratie. Je settelde je in Kreuzberg. Waarom? Cave: In Kreuzberg woonde mijn vriend Christoph Dreher (auteur, filmmaker, muzikant nvdr.), die toen in de band Die Haut speelde. Hij gaf mij en enkele andere bandleden onderdak. Ik ben er enkele jaren gebleven. Het was een van die gigantische oude woningen. Waarschijnlijk was dat huis niet zo duur om te huren. Ik zou het niet weten, want huur heb ik in Berlijn nooit betaald. Welk effect had de Berlijnse Muur op je? Cave:Eigenaardig, maar ik vond die fascinerend. Als band meden we politiek en als Australiërs vonden we het allemaal heel vreemd. We snapten gewoon niet wat die Muur daar deed. In vergelijking met Europa was Australië veel vrediger. We begrepen helemaal niet waarom mensen neergeschoten werden toen ze naar de andere kant probeerden te vluchten. We zagen alleen dat je in Berlijn op een bepaalde manier omsingeld was. Dat vonden wij wel spannend. Maar al die problemen daarrond, alsook dat verleden dat de Duitsers leek te bezwaren, daar lag ik niet wakker van. In Berlijn leefde ik op. Hoe zagen je dagen er toen uit? Cave: Meestal verschanste ik me in een kamer en broedde ik op nieuwe muziek. Werd dat me te intensief, dan waagde ik me in de buitenwereld. In de Ex'n'Pop hing ik graag rond. Het risico dat van die kleine club in de buurt uitging, was leuk. Het zat altijd ramvol mooie, creatieve mensen. En de barman daar was Blixa Bargeld (van Einstürzende Neubauten, nvdr.), wat voor mij betekende dat alle drank van het huis was. Ik heb daar ongelooflijke hoeveelheden wodka verzet - heerlijk! Je hebt zestien albums met The Bad Seeds uitgebracht. Je schrijft romans, gedichten, theaterstukken, scenario's, soundtracks voor films. Hoe strak is je werkschema? Cave: Ik heb altijd een startdag. Vanaf dan houd ik me alleen nog maar bezig met een bepaald project. Ik sta graag op rond zes uur 's morgens. Dan zet ik een grote kan koffie en ga ik naar mijn werkkamer. Daar wacht ik tot mij een idee te binnen schiet. Gebeurt dat niet, dan begin ik te lezen. Waar ik dan aan denk, noteer ik. Het is niet belangrijk of wat ik opschrijf goed is, ik doe het uitsluitend om op gang te komen. Gewoonlijk schrijf ik van 's ochtends tot 's avonds. En hoe schrijf je? Cave: Heel ouderwets: ik noteer alles met de hand in notitieboekjes. Op het einde van de dag plak ik er een datum op. En zo gaat het verder. (hij grist een in donker karton ingebonden notitieboek van de tafel en begint te bladeren) Elke dag noteer ik dingen die me bezighouden. Hier, de laatste zin die ik heb opgeschreven: 'Happy people and they were nazis.' Geen idee hoe ik daarop gekomen ben. Die zin horen we op je volgende album? Cave: Dat betwijfel ik. Dat is mij iets te raar. Maar die notitieboeken houd ik allemaal bij. Ik heb er meerdere kisten mee gevuld. Per plaat kom ik aan minstens twee zulke boekjes met ideeën. Mag je familie je storen tijdens je werk? Cave: Ik vind het net leuk wanneer mijn vrouw of kinderen de kamer binnenvallen. Al die clichés over de absolute stilte als vereiste voor goede ideeën zijn op mij niet van toepassing. Ik hoop altijd maar op die ene regel van waaruit ik verder kan werken, maar het kan een eeuwigheid duren tot zo'n magische regel opduikt. Elke bruikbare zin is een zege. Ik hoef niet eens te begrijpen wat die betekent. Soms heb ik de betekenis van een song pas door als ik hem op een podium sta te zingen. Je hebt een paar maanden geleden het album Lovely Creatures uitgebracht, een overzicht van de nummers die je in de voorbije drieëndertig jaar met The Bad Seeds hebt opgenomen. Markeert dat het einde van een tijdperk of het begin van een nieuw? Cave: Moeilijk te zeggen. Als een einde voelt het niet. Ik voel absoluut de nood om platen te blijven maken. Ik had nooit gedacht dat ik zo ver zou komen met mijn muziek, die altijd wat uitdagend geweest is. Wat natuurlijk niet alleen aan mij ligt, maar evenzeer aan The Bad Seeds. De meeste rockbands bestaan uit vier leden, The Bad Seeds uit zes en soms nog meer. Waarom? Voor de extra power? Cave: Goede vraag. (lacht) Mij is het eerder om loyaliteit dan om kracht te doen. Deze band is voor mij familie. We zijn al lang samen onderweg. En er zijn altijd mensen bijgekomen. De bezetting wisselt dan wel voortdurend, maar dat is geen probleem. Wie de band verlaat, blijft een deel van de familie en is altijd welkom om terug te keren. Blixa is er niet meer bij, maar als ik zijn gitaarspel nodig zou hebben voor een song, dan zou ik hem er opnieuw bij kunnen halen. Maar momenteel proberen we ons zo ver mogelijk weg te houden van die verdomde gitaren. Die mogen The Bad Seeds niet meer domineren. Wat is jouw probleem met gitaren? Cave: Vandaag staan gitaren voor een clichématige rocksound. Sommige mensen zullen me tegenspreken, maar het eindresultaat is altijd rock-'n-roll. De laatste jaren hebben we dan wel heel wat rockplaten geproduceerd, nu vind ik het bevrijdend om nieuwe muzikale horizonten te verkennen. En het is vrij zinloos om rockmuziek te maken als je zelf nooit naar rock luistert. Eigenlijk leent mijn stem zich er ook niet toe. (lacht) Ik ben gewoonweg geen Kurt Cobain. Een van je lievelingszangeressen zou Karen Carpenter zijn, die in de jaren zeventig furore maakte met het easylisteningduo The Carpenters. Hun muziek zou je antirock-'n-roll kunnen noemen, niet? Cave: Ik hou van Karen Carpenters zangstijl en The Carpenters was inderdaad antirock-'n-roll. Karen had de droevigste stem die ik ooit gehoord heb. Ze had iets dat zelfs optimistische songs dieptreurig deed klinken. Dat raakte en beïnvloedde me al in mijn jeugd. Nog zo iemand die je zou vereren: songschrijver Burt Bacharach. Ook die wordt door velen weggezet als easy listening. Cave: Klopt. Hij is een enorm goede songwriter. Sowieso bewonder ik al die grote songschrijvers van de oude school. Die zaten op een niveau dat het pure ambacht ver oversteeg. Zij konden iets teweegbrengen dat maar weinigen kunnen. Kun je dat 'iets' preciseren? Cave: (zwijgt lang) Noem het gerust 'door God gegeven'. Als je iets nieuws creëert, dan ontstaat er soms iets dat verder gaat dan kunde. Vanwaar dat komt? God - ook omdat het heel praktisch is Hem erbij te halen om vragen te beantwoorden waar geen antwoord op bestaat. Je had het vroeger eens over de saudade, een Portugese term voor het soort melancholie dat tal van bossanovanummers bepaalt. Waar komt de weemoed in zoveel van je songs vandaan? Cave: Weemoed zit in mij, en ik werd altijd al geraakt door muziek die die weemoed kon vatten. Vooral countryteksten spraken me aan. Die gingen over verlangen, drama, dood, rouw, hartzeer en alle andere vormen van lijden. Waar mijn voorliefde voor al wat droevig is vandaan komt, kan ik je niet zeggen. Want dat slaat niet alleen op muziek, maar op mijn hele wezen. Die melancholie heeft zich ook vertaald naar jullie zwarte pakken. Etaleer je daarmee ook je verdriet? Cave: Als jongeman wilde ik al in pak rondlopen. Die kostuums drukken mijn persoonlijkheid uit, maar zijn net zo goed mijn werkkleding. Door een pak te dragen, maak ik aan de buitenwereld duidelijk dat ik iemand ben die werkt. Kon je als tiener een pak betalen? Cave: Nee, maar daarom wilde ik er nóg liever eentje hebben. Af en toe kon ik wat geld bij elkaar schrapen voor een tweedehands kostuum. Mijn eerste op maat gemaakte pak heb ik pas op mijn twintigste gekocht. Ik heb nooit per se dure stukken van luxekleermakers willen dragen, ook al kan ik die nu betalen. Mijn maatpakken kosten niet veel, maar ze hebben een functie. Ben je een ander mens als je een pak aantrekt? Cave: Wanneer ik in een pak zit, dan heb ik het gevoel dat ik mijn doel bereikt heb. Kostuums transporteren mij naar een plek waar ik mij mag uitdrukken. Voor mij slaan ze ook op een vorm van respect voor mijn eigen creaties. (schuift zijn stoel naar achteren en kijkt onder tafel naar mijn jeans) Draag je altijd jeans op het werk? En sportschoenen? Voel je je daarin goed? Absoluut. Cave: Als je dat fijn vindt, dan is dat geweldig voor jou. Ik zou zo niet kunnen rondlopen. Ook niet thuis? Cave: Ik heb hier ergens een sweatshirt liggen. Echt waar. (lacht) Maar ik kan me niet meer herinneren wanneer ik het voor het laatst heb aangetrokken. Mocht je in sweatshirt buitenkomen, dan zou niemand je herkennen. Cave: Klopt. Dat moet ik onthouden. Maar serieus, wat zit comfortabeler dan een kostuum? Waarom zou ik géén pak dragen als ik 's avonds naar de bioscoop of op restaurant ga? Ik ben niet iemand die na het werk een joggingpak aantrekt, met een blik bier voor de tv gaat zitten en naar een voetbalwedstrijd kijkt. Ik kijk graag en vaak tv - maar dan in kostuum. Wat kijken mensen in maatpak zoal op tv? Cave: Documentaires. Series. Ik heb nog nooit naar een voetbalwedstrijd gekeken. Mocht ik dat op een dag toch doen, dan zal ik waarschijnlijk geen pakken meer dragen. Mijn pakken betekenen dus ook dat ik niet naar sport op tv kijk. Je lijkt vaak zo ernstig en geconcentreerd. Wat doe je eigenlijk om te ontspannen? Wandelen? Cave:(hoongelach) Tja, ik probeer inderdaad weleens te gaan wandelen. Het is ook heel mooi in Brighton. (lacht luid) Weliswaar waag ik me liever pas na zonsondergang buiten. Een van de voordelen van Brighton is dat je hier meestal met rust wordt gelaten. Ik word herkend, maar respectvol genegeerd. Ik hoor hier gewoon bij het meubilair. Eigenlijk spreken alleen toeristen mij aan. Tien jaar geleden werd je vijftig. Op je verjaardag zei je dat je ten laatste op je zestigste zou stoppen, omdat het als rockmuzikant onmogelijk zou zijn waardig oud te worden. Vandaag ben je zestig. Je bent nog altijd bezig. Cave: Ik moet nogal dronken geweest zijn toen ik dat heb gezegd. Wat een onzin! Is het ouderdomsdebat in de rock-'n-roll niet irrelevant? Cave: Voilà. Alles is veranderd. Wat ik als jongere oud vond, geldt nu als jong. The Rolling Stones, Van Morrison, Neil Young en Bob Dylan moet je in deze wel als pioniers beschouwen. Zij hebben bewezen dat het mogelijk is om in dit genre waardig ouder te worden. Ze plaatsen zichzelf allemaal in de traditie van werkende muzikanten zonder leeftijdsgrens. Waarom zouden ze moeten stoppen? Hun muziek wordt er met de jaren niet beter op, toch? Cave: Dat doet er absoluut niet toe. Het is gewoon inspirerend om te zien dat zoveel oudere muzikanten nog naar studio's trekken en op tournee gaan. Tot hun dood zelfs, zoals Lou Reed of Leonard Cohen. De laatste concerten van Cohen waren verbluffend. Zoiets bewonder ik. Auteur Jonathan Lethem schreef ooit dat uw stem klinkt als die van iemand die 'onzinkbaar' is. Begrijp je wat hij bedoelt? Cave: Onzinkbaar? Misschien. Dat bevalt me wel. Toch: ik moet leren nog sterker te worden. Dat is niet makkelijk, maar anders overleef je niet. En dan zink je, nietwaar?