'Yo, Theresa May, where's the money for Grenfell? / You thought we just forgot about Grenfell? / You should burn your house down and see if you can manage this.'
...

'Yo, Theresa May, where's the money for Grenfell? / You thought we just forgot about Grenfell? / You should burn your house down and see if you can manage this.'Het statement van rapper Stormzy op de Brit Awards, waar hij onder meer werd verkozen tot Best Male Artist, kon tellen. De grime-artiest verwees naar een brand in een Londense woontoren, die afgelopen zomer 71 slachtoffers eiste. Premier May reageerde daar koeltjes op en ligt daardoor nog steeds onder vuur. De act van Stormzy is straf, maar niet uniek. Heel wat artiesten brachten eerder de (recente) politiek naar het podium. Een bloemlezing.Ook de grootste geëngageerde artiest van het moment heeft wat met awardshows. Lamar vulde met zijn aanklachten tegen racisme, zinloos geweld en wapenbezit niet alleen magnifieke platen als To Pimp A Butterfly (2015), maar ook twee iconische Grammyperformances.In 2016 bracht Lamar, geboeid in kettingen en gehuld in gevangeniskledij, The Blacker The Berry, een song over de karikatuur van zwarten die hij schreef na de onschuldige dood van Trayvon Martin, een ongewapende zwarte tiener die door een burgerwacht werd doodgeschoten. 'On February 26th I lost my life, too', voegde hij daar droogjes aan toe. Ook dit jaar stal hij de show, samen met U2 en comedian Dave Chappelle. Kendrick wordt geflankeerd door gezichtsloze soldaten, die niet alleen symbool staan voor het falende Amerikaanse oorlogsbeleid, maar ook voor de identiteitscrisis van het land. Chappelle hield het kort maar krachtig: 'I just wanted to remind the audience that the only thing more frightening than watching a black man be honest in America, is being an honest black man in America.' Met Heroes, Low en Lodger (1977 - 1979) schreef Bowie drie albums in het hart van Berlijn en dus ook in dat van de Koude Oorlog. De scheiding tussen Oost en West liet de Starman niet onverschillig.In 1987 keerde hij terug naar de verdeelde stad om er voor de Berlijnse muur een van de meest memorabele shows uit zijn carrière te spelen. De respons was ongelooflijk: duizenden Oost-Duitsers daagden op aan de andere kant van het spektakel. Het concert bereikt z'n hoogtepunt tijdens Heroes, de song over twee geliefden die aan de Berlijnse muur bij elkaar komen. 'Heroes voelde aan als een volkslied, bijna een gebed. De stad, de mensen en de situatie waarvoor ik het nummer schreef kwamen allemaal samen', aldus Bowie. Naïef, arrogant of een principieel? In elk geval weigerde Cave zich in november vorig jaar aan te sluiten bij de Boycott, Divestment and Sanctions movement, een campagne die muzikanten, academici en bedrijven oproept om zich niet met Israël te associëren. Die campagne nam onlangs ook Lorde onder vuur, omdat de Nieuw-Zeelandse zangeres in Tel Aviv wil spelen.Cave ergert zich aan 'het pestgedrag en de censuur ten opzichte van artiesten', maar stuitte zelf op een hoop kritiek van muzikanten zoals Pink Floydbassist Roger Waters en Brian Eno. 'This has nothing to do with 'silencing' artists, a charge I find rather grating when used in a context where a few million people are permanently and grotesquely silenced', zei Eno, die wel Caves steun aan Palestijnse humanitaire doelen prijst. De legendarische oprichter van de afrobeat was naast een begenadigd muzikant ook een man met een politieke missie. In de jaren 70 is Kuti een van de belangrijkste activisten van zijn thuisland Nigeria, geïnspireerd door de ideëen van Malcolm X en andere activisten die hij verzamelde in de Verenigde Staten. Kuti's werd vaak opgepakt om zijn bijzonder uitgesproken opinies. In 1978 speelde hij in Lagos het nummer Zombie, dat de spot drijft met het Nigeriaanse militaire regime. De song groeit in Afrika uit tot een hit, maar het Nigeriaanse leger vernielde zijn huis, mishandelde de bewoners en verwondde zijn moeder, die stierf aan haar verwondingen. Kuti zou heel zijn actieve leven - hij overleed in 1997 - blijven strijden tegen militaire corruptie.Het is 1984 in het hartje van de Amerikaanse staat Dallas. Punkrockband Dead Kennedys protesteert tegen het regime van Ronald Reagan, enkele blokken verwijderd van waar John F. Kennedy 21 jaar eerder werd neergeschoten. Een show in het kader van 'Rock Against Reagan', de concerttour die frontman Jello Biafra mee op poten zette. Toch was de band ook geen fan van de democratische partij. Tijdens hun show op de democratische conventie was het shockeffect op z'n minst geslaagd. 'We walked out on stage wearing white KKK hoods, and then as soon as we started playing, we ripped those off and had on Reagan masks underneath', zei frontman Biafra.