'Jesus Christ', zegt Brent Buckler (25) vanachter zijn computer. 'Duizend bandnamen', heet het bestand dat hij net heeft opengeklikt. 'Blijkbaar hebben we onszelf ooit Blue Hand willen noemen. En Ink Stain Creatures. En The Virt. En Talpa Fair. Blij dat we nog even verder gezocht hebben. (lacht)'
...

'Jesus Christ', zegt Brent Buckler (25) vanachter zijn computer. 'Duizend bandnamen', heet het bestand dat hij net heeft opengeklikt. 'Blijkbaar hebben we onszelf ooit Blue Hand willen noemen. En Ink Stain Creatures. En The Virt. En Talpa Fair. Blij dat we nog even verder gezocht hebben. (lacht)' Jullie zijn eerst bij Sun Gods uitgekomen, en daarna bij The Radar Station.Brent Buckler: Een drietal jaar geleden begonnen we weidse, op Peter Gabriel gebaseerde eightiesnummers te schrijven. We vonden Sun Gods daar wel bij passen. Kort en krachtig, al voelde het op het podium niet altijd even juist aan. Om de een of andere reden verwachten mensen van een groep die zich Sun Gods noemt heel grootse shows, met tapijten, vuurwerk en andere Oscar and the Wolf-toestanden. Misschien maar goed ook dan dat een gelijknamige Australische groep ons enkele maanden geleden via een dreigmail verzocht heeft van naam te veranderen. Zelf vind ik The Radar Station ook beter. Het komt van Doc at the Radar Station, een plaat van Captain Beefheart, en klinkt een beetje als The Weather Station, waar ik grote fan van ben. Bij een naam als The Radar Station stellen wij ons een kamer vol kabeltjes en knipperende lichtjes voor, wat helemaal bij onze set-up past. Wij stouwen het podium steevast vol met modulaire synths en veel te veel pedaaltjes. Nog een bandnaam: voor Sun Gods heetten jullie Barefoot and the Shoes.Buckler: Ja, en daarvoor De Mjoewzik Bent, maar toen was ik acht jaar en wist ik nog niet hoe je 'The Music Band' moest schrijven. (lacht) Met Barefoot and the Shoes ben ik op mijn elfde of twaalfde begonnen. Die groep speelde bluesrock en folk en wilde heel graag als Led Zeppelin klinken. Ook Pearl Jam en The Doors waren grote invloeden. We hebben er twee albums en een liveplaat mee uitgebracht. Naar die laatste kan ik nu nog luisteren, met de eerste twee heb ik meer moeite. Ik dacht in die tijd dat ik Eddie Vedder of Tom Waits was, maar in werkelijkheid klonk mijn stem toch vooral heel jóng. Jouw bariton is intussen een van de grootste troeven van The Radar Station. Wanneer had je dat zelf door? Buckler: Er is niet één bepaald moment geweest waarop ik dat beseft heb. Mensen zeiden altijd al dat ik een goeie stem heb, ook al liep ik vroeger toch vooral heel hard te roepen - ik klonk heel overstuurd. Pas sinds een paar jaar kan ik mijn eigen stem aanhoren. Ik heb een jaartje zangles gevolgd, maar voor die opleiding moest je alle genres aankunnen, terwijl ik op dat moment alleen maar met blues bezig was. 'Ik zing zo en niet anders', hield ik koppig vol. Voor mij was dat iets heel persoonlijks. Toen Barefoot and the Shoes Sun Gods werd, moest de blues er nochtans aan geloven.Buckler: Ja. We hebben met Barefoot and the Shoes wedstrijden als De Beloften en Jonge Wolven gewonnen en airplay gekregen op Radio 1, en toch hadden we na verloop van tijd het gevoel dat we bleven steken. Dat komt omdat we ons vooral in dat blues- en folkwereldje ophielden. Daarin liggen veel speelkansen, maar op een bepaald moment ben je wel rond. Dan kun je ofwel nog eens in dezelfde zalen en op dezelfde festivals gaan spelen, ofwel iets anders gaan doen. Wij hebben voor dat laatste gekozen, en zijn met een wit blad herbegonnen. Onze invloeden waren door de jaren heen ook veranderd. Peter Gabriel noemde ik al, andere grote voorbeelden zijn Phil Collins, Radiohead en - vooral - The National en The War on Drugs. De debuutplaat van The Radar Station wordt op 4 september van dit jaar al verwacht. Zullen de andere songs in het verlengde liggen van Subtle Science, de epische, stadionrockachtige song waarmee jullie De Nieuwe Lichting hebben gewonnen?Buckler: Ja, ik denk het wel. Bij Barefoot and the Shoes ging het er altijd vrij onbezonnen aan toe in de studio. We werkten ook nooit met een producer. Nu waken producer Roel De Bruyne en wij er echt wel over dat er een soort rode draad is. De aanpak van de songs, de sound, de arrangementen: er moet één visie achter zitten. Als jullie album af is, wat verwacht je dan nog van de begeleiding in Trix die jullie van Studio Brussel cadeau krijgen?Buckler: We zouden heel graag PA-repetities doen in de Trix, want dat is iets wat we nog héél hard kunnen gebruiken. Optreden is alleszins waar we het allemaal voor doen. Dat geeft zó veel energie en adrenaline. Ik ben eens strontziek geweest op de dag van een show. Griep, overgeven, alles erop en eraan. Voor en na het optreden was ik compléét naar de zak, maar op het podium? Niks van gemerkt. Ik heb dan ook lang gedacht dat dat de sleutel was tot het eeuwige leven: ook al ben je doodziek, gewoon blijven optreden. (lacht)