'Jean-Marie Pfaff! Heeft die na zijn voetbalcarrière bij jullie ook geen eigen tv-show gekregen, zoals The Osbournes?'
...

'Jean-Marie Pfaff! Heeft die na zijn voetbalcarrière bij jullie ook geen eigen tv-show gekregen, zoals The Osbournes?' Het heeft nog lang geduurd voor ons gesprek met Paul Kalkbrenner, naast technogrootheid een devoot supporter van Bayern München en de Duitse nationale ploeg, op de krulboswuivende Belgische doelman uitkwam. 'Mexico '86 was mijn eerste wereldbeker. Ik herinner mij nog heel jullie ploeg: Koi-le-mans! Gé-rets! Va-cau-te-ran! Maar jij bent daar te jong voor, vermoed ik. Gelukkig voor jou waren de Belgen zo fantastisch vorig jaar. Maar die Fransen... Ach, jullie hadden gewoon wereldkampioen moeten worden.' 2018 was niet enkel voor voetbalminnend België, maar ook voor Paul Kalkbrenner een referentiejaar. De Duitser bracht toen het melancholische Parts of Life uit, wellicht het beste album dat hij ooit heeft gemaakt. Een onverwachte plaat bovendien, want na voorganger 7 (2015), met zijn gesampelde vocals vaak meer pop dan techno, had Kalkbrenner genoeg van de klassieke albumcyclus. 'In deze tijden heeft het geen zin meer om vier jaar op een plaat te broeden en die dan in één keer uit te brengen. Het is beter de aandacht te verdelen over aparte singles. Alleen, Parts of Life móest gewoon een album worden, dat voelde ik aan alles. Dat alles zo samenvalt en knettert (maakt vuurwerkgeluiden, nvdr.) in je hoofd, maak je als artiest hoogstens één keer per decennium mee.' In het geval van Kalkbrenner was er tien jaar geleden effectief nóg zo'n vuurwerkmoment: Sky and Sand, ingezongen door zijn broer Fritz en met afstand zijn grootste hit. Zo'n grote hit dat bijna iedereen vergeten is wat eraan voorafging. *** Paul Kalkbrenner, geboren in Leipzig, is twaalf wanneer de Berlijnse Muur valt. De stad, en dan vooral het oostelijke deel, lokt hem voor de eerste keer. Een jaar later draait hij zijn eerste sets met jeugdvriend Sascha Funke, plundert hij elke platenbak die hij vinden kan en brengt hij zijn nachten door in illustere clubs als Planet en Walfisch. Op zijn achttiende werkt hij twee jaar als monteur bij de televisie. Met het geld dat hij zo verdient koopt hij zijn eerste productiemateriaal. Vanaf dan speelt hij zijn muziek enkel nog live. 'Pas op mijn tweeëntwintigste, negen jaar na mijn eerste set, kreeg ik voor de eerste keer betaald. Tien dollar. Ik heb daar nooit over geklaagd, maar net daarom voelde mijn succes later nooit onverdiend aan.' De weg ernaartoe blijkt nog lang. De kentering komt er pas in 2008, of toch bijna. Regisseur Hannes Stöhr, een fan van Kalkbrenner, vraagt hem voor de hoofdrol van Ickarus, een lichtjes getikte techno-dj met een drugsverslaving en een eigen willetje, in zijn film Berlin Calling. Kalkbrenner neemt het aanbod aan en componeert meteen ook de soundtrack. Veel van die nummers zijn vandaag nog altijd vaste prik op zijn concerten: Aaron, Azure, Bengang, Square 1 en Sky and Sand. Maar de film slaat niet meteen aan en in eerste instantie verandert er weinig voor Kalkbrenner. Hij blijft de clubs afschuimen, maar een jaar na de release van Berlin Calling stelt hij vast dat hij toch een hit te pakken heeft: Sky and Sand. 'Heel bizar: ik speelde nog steeds in zalen van achthonderd man, maar nu stonden er wel drieduizend te wachten.' Kalkbrenner leeft op dat moment zowat het leven van zijn personage Ickarus: veel drugs, 140 shows per jaar en altijd naar de afterparty. Zijn ervaring en leeftijd - Kalkbrenner is dan al in de dertig - verhinderen wel dat hij té domme dingen doet. 'Grote, stomme discotheken boden me bedragen aan waarvan zelfs mijn vader zei dat ik ze moest aannemen. "Als je het hoofd koel houdt, komt er wel meer", antwoordde ik hem.' *** Hij geeft grif toe dat de jaren na Berlin Calling muzikaal mager waren. De instrumentale platen Icke wieder (2011) en Guten Tag (2012) zijn middelmatig en het succes van Sky and Sand zit hem niet lekker. 'Er is een periode geweest dat ik dat nummer haatte. Vandaag speel ik het weer graag, omdat ik het live kan... (draait aan imaginaire knoppen en maakt brommende geluiden) Vooral Guten Tag heb ik echt tussen de optredens door gemaakt. Dat was heel, heel zwaar. Ik moest mezelf dwingen om de ideeën af te werken die ik had in plaats van te hopen op ingevingen die toch niet zouden komen.' In maart 2015, een maand voor hij vader wordt, tekent Kalkbrenner bij Sony. Het label wil hem weer de richting van Sky and Sand opsturen en biedt samenwerkingen met zangers en rappers aan. 'Ik kan niemand anders verdragen in de studio, dus dat wilde ik niet', zegt hij. 'Maar tegelijk had ik wel een dochter, iemand buiten mezelf om voor te zorgen.' Uiteindelijk vinden label en Kalkbrenner een compromis in gesampelde stemmen, die hij voor zijn nieuwe album 7 vrijuit uit het archief van Sony mag plukken. Uit White Rabbit van Jefferson Airplane puurt hij het pompende Feed Your Head en You're the One for Me van funkduo D-Train krijgt een tweede leven in Cloud Rider. 'Als de platenfirma het mij niet had gevraagd, had ik het niet gedaan', blikt Kalkbrenner terug. 'Maar in de muziekindustrie zijn er nu eenmaal regels. Bob Dylans Girl from the North Country, in duet met Johnny Cash dan nog, heb ik dan weer wel afgeslagen. Dat paste niet bij wat ik wilde maken.' 7 wordt een succes en brengt hem in 2016 als een van de eerste niet-EDM-acts op de main stage van Tomorrowland, nog zoveel groter dan de discotheken die hij ooit weigerde. Kalkbrenner is daar een trendsetter: het Boomse festival zet de laatste jaren een steeds bredere waaier aan dj's op het hoofdpodium, met vorig jaar nog Charlotte de Witte, Carl Cox, Solomun en Coone, de eerste hardstyle-dj in het centrum van de dancehoogmis. 'Ik ken bijna geen EDM-dj's en de meeste die ik wel ken, vind ik muzikaal heel slecht', zegt Kalkbrenner, 'maar hun succes heeft wel de weg gebaand voor artiesten als ik. Dankzij hen zijn mensen gewend geraakt aan de boom boom boom en is techno de rock-'n-roll van vandaag. Je zou dat niet zeggen als je kijkt naar bijvoorbeeld de top 100 van het invloedrijke DJ Mag maar techno is vandaag gigantisch. Dat is wat ik mee heb gerealiseerd: dat die niche zo groot is dat de toppers in dat genre qua vraagprijs tout court aan de top staan.' *** Wat zijn fans ten tijde van 7 nog niet weten, is dat Berlijn Kalkbrenner opnieuw geroepen heeft, ruim een kwarteeuw na de val van de Muur en bijna tien jaar na Berlin Calling. De producer herontdekt op YouTube alle muziek die hij als tiener beluisterde en waar hij in Shazamloze tijden niet altijd titels of namen op kon plakken. Uit vijfduizend tracks, waaronder veel materiaal van legendarische Belgische labels als Music Man en R&S, zeeft hij de mixtapetrilogie Back to the Future, zijn eigen versie van Radio Soulwax, met enkel techno uit de periode 1987-1993. 'Daarna is het genre voor mij wat van zijn charme verloren. Aan de ene kant ging het tempo in België en Nederland flink omhoog, richting gabber, jump en later hardstyle. Tegelijk commercialiseerden evenementen als de Love Parade de techno', zegt Kalkbrenner over zijn vanity project. Dat hij voor velen net de man is die techno ongeoorloofd dicht bij de mainstream heeft gebracht, wuift hij weg: 'Dat noem ik de cool trap, het idee dat alleen rare en kleine dingen cool kunnen zijn. Stel dat ik de kleine clubs die ik als twintiger bezocht nooit zou zijn ontgroeid, wat zouden mensen mij dan verwijten? Ik ben 42 jaar, weet je, ik heb geen behoefte meer aan de Berghain (een iconische technoclub in Berlijn, nvdr.). Op mijn leeftijd heb je geen excuus meer om daar te zijn, tenzij je er draait. Alles heeft zijn tijd. Bovendien zijn de technopuristen die mij afvielen achteraf een marginale groep gebleken.' Dat Back to the Future er zonder het succes van 7 niet gekomen was, stipt Kalkbrenner nog aan, en dat dat ook voor Parts of Life geldt. Dat dit nu echt wel het laatste album is, houdt hij vol. Wat er nu komt? 'Allicht een lichte, zomerse track.' Met vocals? 'Wie weet.'