U kent Jeff Mills als een van de grondleggers van de Detroittechno, zeg gerust een pionier van elektronische dansmuziek tout court. Maar dat stadium is de Amerikaanse dj allang voorbij. Meer nog, hij ziet zichzelf niet meer als dj. Dezer dagen voorziet hij stille films live van een nieuwe soundtrack, meer bepaald op het rondreizende UFA Film Nights, naar de legendarische Duitse studio die regisseurs als Fritz Lang en F.W. Murnau op de kaart zette. Twee jaar geleden deed hij zo Brussel al aan met Berlin, die Sinfonie der Grossstadt, nu komt hij naar Bozar met René Clairs Paris qui dort (1923), waarin de hoofdrol is weggelegd voor een door een...

U kent Jeff Mills als een van de grondleggers van de Detroittechno, zeg gerust een pionier van elektronische dansmuziek tout court. Maar dat stadium is de Amerikaanse dj allang voorbij. Meer nog, hij ziet zichzelf niet meer als dj. Dezer dagen voorziet hij stille films live van een nieuwe soundtrack, meer bepaald op het rondreizende UFA Film Nights, naar de legendarische Duitse studio die regisseurs als Fritz Lang en F.W. Murnau op de kaart zette. Twee jaar geleden deed hij zo Brussel al aan met Berlin, die Sinfonie der Grossstadt, nu komt hij naar Bozar met René Clairs Paris qui dort (1923), waarin de hoofdrol is weggelegd voor een door een mysterieuze straling verlamde lichtstad. De carrièrewending kwam er een jaar of twaalf geleden, toen Mills (54) resident-dj was in een club in Tokio. 'Na een van mijn sets besefte ik plots dat dat jetsetleventje van de dj-superster niet meer bij mij paste. Ik was een veertiger, bezig met afbetalingen en een gezin onderhouden, tussen prille twintigers. Bovendien kreeg ik heel erg het gevoel dat de technoscene op een dood spoor zat. Niemand probeerde nog iets, het was enkel herkauwen. Ik nam een sabbatical om over mijn carrière na te denken.' Rond 2010 keerde Mills terug op het voorplan met een heel andere visie op muziekbeleving. Dj-sets in clubs doet hij sindsdien amper, hij concentreert zich nu vooral op kunstprojecten, choreografieën, symfonieën, soundtracks en... sciencefiction. In 2013 lanceerde hij het conceptalbum Where Lights Ends, voortvloeiend uit gesprekken met de Japanse astronaut Mamoru Mohri, en iets later de performanceshow Chronicles of Possible Worlds, waarin bevindingen van het astrofysische onderzoekslab uit Marseille verweven zitten. Dit jaar bracht hij het album Planets uit, geïnspireerd op het beroemde werk van de Britse componist Gustav Holst, waarin techno en symfonische orkesten je meevoeren op een rondreis door ons planetair systeem. Voor zij die niet Stijn Meuris heten, klinkt zoiets behoorlijk far out, volgens Mills is de stap van raveparty's naar dit soort werk volstrekt logisch: 'Wat is clubben anders dan een trip in de ruimte nabootsen? We hokken samen in een donkere zaal, voorzien van stroboscopische lichteffecten en donderende klankinstallaties. Sinds ik dat heb ingezien, ben ik veel conceptueler gaan denken. Waarom staan mensen uren in trance te dansen in een club? Volgens mij omdat ze gevoelens willen verkennen die ze zonder de context die elektronische muziek hen biedt niet kunnen ervaren. Ze willen zich bij het buitengaan een herboren mens wanen. Hetzelfde effect dat een rondje joggen kan hebben.' 'Er komt een moment', daarvan is Mills overtuigd, 'dat we muziek zullen beleven zonder dat ze vasthangt aan een omgeving of een locatie. Abstracter. We consumeren muziek al decennialang op dezelfde manier. Ik wacht vol ongeduld op een uitvinding die dat scenario helemaal zal herschrijven. Vandaar mijn interesse in sciencefiction: die doet je nadenken over wat realiteit is. Ik ben geen wetenschapper, maar met mijn meer conceptuele vorm van muziek kan ik proberen denkpistes bloot te leggen. Dat is mijn bijdrage. Hoop ik.'