Nadat vrijdag de hippe hoppers en elektronicatovenaars elkaar voor de voeten liepen op We Are open, moesten de baggy pants en drumcomputers zaterdag de Trix vrijmaken voor het betere snarenwerk. Het programma, dat uit negentien artiesten bestond, verenigde zulke extreme uitersten, van ingetogen, persoonlijke memoires tot donkere, rauwe teneergeslagenheid en complete krankzinnigheid, dat een mens er schizofreen van werd.
...

Nadat vrijdag de hippe hoppers en elektronicatovenaars elkaar voor de voeten liepen op We Are open, moesten de baggy pants en drumcomputers zaterdag de Trix vrijmaken voor het betere snarenwerk. Het programma, dat uit negentien artiesten bestond, verenigde zulke extreme uitersten, van ingetogen, persoonlijke memoires tot donkere, rauwe teneergeslagenheid en complete krankzinnigheid, dat een mens er schizofreen van werd.De spits werd afgebeten door Psycho 44 (****), het Grobbendonkse punkersviertal dat zichzelf eind vorig jaar herintroduceerde met single Call of the Void na een vijf jaar durende radiostilte. We twijfelden of we wel bij het juiste podium stonden toen de band zijn set opende met een verstilde song, met veel ruimte voor de zanglijnen. Het dreunende kwajongensgeweld waarmee het viertal zich vijf jaar geleden op de kaart zette, is gerijpt tot een volwassen sound, waarbinnen speelse melodieën en scheurende noise elkaar smaakvol afwisselden. De vroege Kaiser Chiefs loerden nu en dan om de hoek, met dat verschil dat Psycho 44 gewiekster was en meedogenloos mokerslagen uitdeelde. Hoewel de naam van de band zeker niet in de vergetelheid is geraakt - de zaal stond al behoorlijk vol zo vroeg op de avond - kwam het toch niet tot de uitbarsting waar we stiekem op gehoopt hadden. Zelfs het befaamde All My Demons Have Distortion kon niet rekenen op meer dan een paar knikkende hoofden. Psycho 44 zal zich opnieuw moeten bewijzen. De vettige synths, vurige gitaarriffs en strakke drums - verzorgd door nieuw bandlid en Warhola-sterkhouder Niels Meukens - overtuigden ons er echter van dat het niet lang meer zal duren vooraleer de Kempen en omliggende provincies deze band weer in de armen zullen sluiten. We haastten ons naar het clubpodium, waar Ian Clement (****) net aan zijn set was begonnen. Clement, frontman van het Gentse stonerrockcollectief Wallace Vanborn, speelt ook solo, maar hield zich na zijn debuutplaat uit 2013 enkele jaren in stilte bezig, tot hij een paar maanden geleden op de proppen kwam met verse songs en een nieuw elan. De nieuwe Clement is persoonlijker en eerlijker - zowel tegenover zichzelf, als tegenover zijn publiek. 'Kom maar een beetje dichter', spoorde Clement ons aan net voordat hij Hardly inzette. Onbevangen nam hij het publiek bij de hand en leidde het door zijn persoonlijke en breekbare verhaal. Clement schetste met zijn warme en oprechte vocalen een sombere atmosfeer, die gekleurd werd door hoop en verlangen. Fascinerend hoe drummer en kompaan Sylvester Vanborm erin slaagde om op een subtiele maar aanstekelijke manier ritmewendingen in dat fragiele geheel te vermengen. Nadien was het aan Crayon Sun (****), het nieuwste project van multi-instrumentalist Aldo Struyf, ex-gitarist/toetsenist bij Millionaire, bandleider van de Mark Lanegan Band en tot enkele jaren geleden ook voorman van Creature with the Atom Brain. Crayon Sun is de opvolger van Creature, maar de twee groepen zijn niet inwisselbaar. De psychedelische invloeden van Struyf worden bij Crayon Sun immers gecounterd door het bluesgehalte van zanger Big Dave Reniers. Het resultaat is spannend en onvoorspelbaar. Bezweren is wat Struyf, Reniers en hun indrukwekkende liveband willen doen, en daar gebruikten ze in Trix alle middelen voor die in hun bereik lagen. De synths brachten ons in hogere sferen, de ritmes waren exotisch, en dat alles werd nu en dan afgewisseld met onheilspellende samenzang, vervaarlijk mondharmonicaspel of een kloeke zanglijn van Big Dave. Snerende gitaren namen ons mee van het Wilde Westen naar broeierige tropen, waar de sfeer ieder moment kon omslaan. Door een hongerige slang bijvoorbeeld, die zich losrukte uit zijn bezwering. Geen slechte metafoor voor deze band.Voor zijn vijftiende verjaardag trakteerde Trix de luisteraars op een vijfde podium, gewijd aan de verstilling, dat gisterenavond onder anderen voor Audri (*****) was. De jonge, Gentse jazzstudente nodigde ons uit om naar haar verhalen te komen luisteren, en even dachten we dat ze ons nog koffie zou inschenken ook. Zo sterk was het woonkamergevoel in dit met tapijten, planten en sfeerlichten ingeklede zaaltje. Het publiek ging er dan ook bij neerzitten. Met een stem die door merg en been gaat, is Audri een parel onder de Vlaamse singer-songwriters. De passie en nuchterheid waarmee ze haar songs aan het publiek presenteerde, was ongezien en vooral ongehoord. Het jazzy pianospel waarmee ze zichzelf begeleidde, vormde de basis voor een warme atmosfeer, die ze nu en dan liet aanzwellen en afnemen met een tik op haar touchpad. Als geboren verhalenverteller verstomde ze ons met intieme liedjes over liefde in al zijn vormen en vulde ze de ruimte met intense emoties die ons meer dan eens deden slikken. Nu en dan meenden we een glimp op te vangen van Regina Spektor, maar de jonge zangeres verloor op geen enkel moment haar fragiele eigenheid.Die fluwelen bubbel werd genadeloos doorprikt door het meedogenloze geweld van Whispering Sons (***), de groep rond Fenne Kuppens die al enkele jaren gestaag naam maakt als postpunkrevelatie, maar pas echt hard gaat sinds de release van debuutlangspeler Image. Hun eightiesvibe leverde hen gisteren een publiek van middelbare leeftijd op dat zich maar al te graag overgaf aan zwart, zinderend cynisme.Was het onze pratende medemens of het grote contrast tussen de silent stage en deze intense rage? We weten het niet. Waar we wel zeker van zijn, is dat Whispering Sons vanavond niet over de hele lijn wist te overtuigen. Ook al gingen ze van het eerste tot het laatste moment als een pletwals door de zaal, hun oprechte emoties drongen enkel tot de eerste rijen door. De laatste uitbarsting, met die rauwe schreeuw van Kuppens, kreeg ons wél weer bij de les, en maakte het des te spijtiger dat Whispering Sons dit geen hele set had kunnen aanhouden.Het laatst woord was aan The Germans (****), een knotsgekke bende met een knotsgekke sound en een knotsgekke uitstraling - gele gitaren met roze picks, luipaardstraps en fluorescerende petjes, iemand? Tijdens de soundcheck werd al duidelijk dat de band uit Dikkelvenne van plan was om een feestje te bouwen, en daar is ze ook in geslaagd. Ordelijke chaos was het devies bij deze vermeende Duitsers, die grossierden in onevenaarbaar primitieve klanken en een onbedwingbare mix van stemeffecten, echo's, gitaarriffs en vette synths. Dat had een misselijkmakende kakofonie geweest kunnen zijn, mocht ze niet goed omkaderd zijn geweest door groovy bas en drums, die het geheel alsnog verteerbaar maakten. Toen de melodiesectie zich aan samenzang waagde, moesten we zelfs even aan Balthazar denken. Een op hol geslagen Balthazar, welteverstaan. Toll!