'Vierduizend mensen zou ik al heel straf vinden.'
...

'Vierduizend mensen zou ik al heel straf vinden.' De backstage van Rock Werchter. Tamino heeft er net zijn soundcheck met Tom Pintens (toetsen) en Ruben Vanhoutte (drums) op zitten. Om halftwee trapt hij de tweede festivaldag af in The Barn, een ondankbaar uur waarop het gros van het publiek de prut nog uit de ogen wrijft op de camping. Het is zijn grootste optreden tot nog toe, maar de revelatie van 2017 bekijkt het nuchter. 'Ik had er zelf waarschijnlijk niet gestaan. Toen ik naar Werchter ging, heb ik veel goede optredens vanuit mijn tent gehoord.' Hij zegt het nuchter, en onbewogen als een sfinx. Zelfs de VRT-cameraploeg die hem schaduwt voor een minidocumentaire lijkt hem niet nerveus te maken. Maar schijn bedriegt. 'Vanochtend kreeg ik geen hap binnen, door de zenuwen en de rit van Mortsel naar Werchter was ik kotsmisselijk. Maar toen ik daarnet voor de soundcheck op het podium stond, viel dat allemaal weg. Het voelde juist aan. Hier ben ik me al jaren op aan het voorbereiden. Laat maar komen.' Een uurtje later. De sfinx staat wijdbeens maar stilaan toch wankelend op het podium, en probeert zijn emoties weg te drukken. Het lijkt maar half te lukken. Het is twee uur en Tamino heeft net zijn veel te korte set afgesloten met een magistraal Habibi. Achter mij breekt zijn moeder in duizend stukjes. En ze is lang niet de enige in een afgeladen Barn. Capaciteit: veertienduizend mensen. Het is snel gegaan voor de twintigjarige conservatoriumstudent die vorig jaar nog in cafés speelde, tot hij in oktober zijn visitekaartje achterliet tijdens de Radio 1 Sessies met Het Zesde Metaal. Bevestigen deed hij in 2017 met winst in De Nieuwe Lichting van Studio Brussel, twee uitverkochte AB-Clubs, een ep en een tweede single, Cigar. Resultaat: een festivalzomer om te vousvoyeren. Met Werchter als absolute hoogtepunt, gokken we. 'Holy fuck', stamelt hij terwijl hij een krop probeert weg te slikken. 'Dit ga ik echt nooit vergeten.' *** Een maand later, het ouderlijk huis in Mortsel. Voor de middag, want hij moet straks openen op M-idzomer Leuven. Tamino - ook geboren als Tamino, naar het hoofdpersonage uit De toverfluit - zet koffie en verstouwt nog gauw een boterham met kaas. 'Het voelt nog steeds onwezenlijk', grijnst hij breed. 'Als een soort vage trip. Het is goed dat er opnames van zijn, want ik twijfel soms nog of het wel echt gebeurd is.' Eenmaal de rust weergekeerd was en de promotionele verplichtingen erop zaten, kon hij toch nog James Blake en Radiohead meepikken. 'Ik heb zelfs even met Colin Greenwood kunnen praten. Al zal er wel niet veel zinnigs uit mijn mond gekomen zijn: ik ben zelden starstruck, maar voor een band van dat kaliber maak ik toch een uitzondering. Thom Yorke durf ik niet aan te spreken: deels uit verlegenheid, deels omdat ik het ideaalbeeld van mijn helden graag onbezoedeld houd.' Tamino: Ik snap dat het handig is om nieuwe artiesten te duiden aan de hand van wat mensen al kennen, maar vrolijk word ik niet van die vergelijkingen. Bij jongens die zo hoog zingen zijn dat altijd de twee namen die terugkeren, maar zo wordt er ook een stijl aan gelinkt die niet noodzakelijk de mijne is. Ik denk dat ik meer van Soundgarden heb opgepikt dan van Yorke en Buckley. Als puber luisterde ik naar hen, niet naar Buckley. Die heb ik pas ontdekt op mijn vijftiende: de naam bleef maar vallen bij optredens, dus ben ik zijn muziek gaan opzoeken. En al kan ik niet wat Chris Cornell kon, in wezen gebruik ik dezelfde techniek als hij. 'Bovendien, zingen met kopstem is toch geen fenomeen van de jaren negentig? Da's een eeuwenoude traditie, die ook al decennia geleden in de popmuziek is geslopen. Denk maar aan Klaus Nomi, die potsierlijke Duitser in zijn clownspak. Slechte nummers weliswaar, al is zijn versie van The Cold Song van Henry Purcell wel supercool. Wie met falset zingt, valt altijd op, omdat het zo onnatuurlijk aanvoelt. Ik zíé het bij elk optreden. Wanneer ik aan het einde van Habibi uithaal, zijn er altijd wel mannen in het publiek die vreemd opkijken. "Wat is dit? Dit klopt niet!" Terwijl het voor mij zeer natuurlijk is: ik heb altijd hoog gezongen, mijn lage stem is er pas later bij gekomen. Tamino: Als een soort binnenkomer? Dat was geen slechte strategie geweest, maar het heeft nog nooit geforceerd aangevoeld. Integendeel, ik voel dat daar het meest van mezelf in zit, op dit moment. Mijn muziek heeft geen eenduidige stijl, met mijn nummers had ik vijf ep's kunnen samenstellen die alle vijf compleet anders hadden geklonken. Als er al een rode draad is, dan is het dat romantische kantje dat in Habibi zit. Tamino: Dat kwam eerder per ongeluk. Ik zou er Cigar brengen, maar was de juiste gitaar thuis vergeten. 'Goh, zullen we anders gewoon Habibi doen?' (nadrukkelijk) Ik ben héél blij dat ik die gitaar thuis had laten liggen. Mijn carrière was helemaal anders verlopen als ik toen Cigar had gespeeld. Het afgelopen jaar is sowieso maf geweest, maar dat was nog het vreemdste moment van al. Ik werd wakker, na een optreden in de schaduw van Het Zesde Metaal, en zag hoe Facebook geëxplodeerd was en iedereen mijn nummer had gedeeld. 'Wat gebeurt hier?' Tamino: Mathieu Terryn loop ik in Antwerpen soms tegen het lijf. Hij vindt het vooral straf dat ik het allemaal alleen draag, waar zij tenminste nog steun vinden bij elkaar. Ik heb een goed team, en sta liever met Tom en Ruben op het podium dan op mijn eentje, maar ik blijf een soloartiest. Tamino: Ik ben vooral dankbaar. Stel dat het niet zo'n vaart had gelopen, dan had ik toch maar mooi drie nummers kunnen zingen op Pukkelpop. Tamino: Door die vreemde loop der dingen ben ik dat technisch gezien al ontgroeid, ja. Ik bedoel het niet arrogant, het is gewoon een nuchtere vaststelling. Het voelt als een klein stapje terug, nadat ik maanden als een gek heb gewerkt om op Werchterniveau te komen. Maar ik laat het echt niet aan mijn hart komen. Tamino: Ik was wel slim genoeg om nummers die ik op mijn veertiende schreef ook in het verleden te laten. Die dertig schreef ik tussen mijn zeventiende en negentiende bijeen, toen ik aan het conservatorium studeerde. Ik was er gigantisch productief: als je geen vrienden hebt, schrijf je maar door, hè. Tamino: Klopt. Maar de eerste maanden klapte ik dicht toen ik besefte dat ik geen referentiekader meer had qua identiteit. Je kunt jezelf heruitvinden in een nieuwe stad, maar dat wordt heel moeilijk als je op je zeventiende amper al een identiteit had om mee te beginnen. In Amsterdam zat ik heel stil in een hoekje, in Antwerpen was ik plots die gekke gast die naar Amsterdam gevlucht was. Er hing een gordijn tussen de twee landen, en telkens ik door dat gordijn ging, voelde ik iets in mijn hoofd veranderen. Echt grellig. Maar het heeft zichzelf allemaal opgelost, ik heb daar geweldige jaren gekend. Tamino: Ik hou van Antwerpen. Geweldige stad. Maar ik woon in Mortsel, en da's een pak minder. (lacht) Ik kende Amsterdam goed en ik heb er mijn eerste levensjaar gewoond: mijn moeder studeerde er antropologie en werkte er na mijn geboorte haar thesis af. Ik heb even overwogen om aan het KASK in Gent te studeren, maar toen ik daar vroeg of ik auditie mocht doen met eigen nummers, vonden ze dat een heel vreemde vraag. Absurd, toch? Een popopleiding draait toch niet om wie de beste covers kan brengen? Tamino: Ho, aan EDM begin ik niet. Het ging eerder richting Unknown Mortal Orchestra, en bleek wel in de smaak te vallen. Mijn stem leent zich wel voor dancenummers. Tamino: 'Marteling' in het Latijn. Nogal heftig, hè. Terwijl wij die naam gewoon kenden van een geel roosje. Tamino:(lacht) Het was ook wel muziek om vaste kak van te krijgen. Ik had thuis een hoop Nederlandstalige nummers liggen. Ik was er trots op, maar ik wilde ze weghouden van mijn soloproject. Olivier en ik zijn uiteindelijk uitgekomen bij sludge, soms loeihard, maar gemixt met fluisterstukken en zachte drums. Ik had met Tormentil graag nog wat langer opgetreden in Vlaanderen, maar toen ging het plots veel te hard met mijn solocarrière. *** 'Tarzan, echt?' 'Ik vond hem echt supercool', bepleit Tamino zijn zaak vanuit de keuken. 'Al kan het ook aan John Lennon of Samson, die van de Bijbel, gelegen hebben dat ik als puber met lang haar rondliep.' 'Maar Tarzan? Die was toch een beetje, eh, simpel? Doe mij dan maar Simba.' 'Ook goed, Simba had ook van die lange manen.' Het is fijn zwanzen met Tamino, en vooral vrij onverwacht. Als hij op dreef is, krijg je soms het gevoel dat je met 's werelds oudste twintiger praat. Op zijn rider staan ook geen schalen monochrome M&M's, maar wel 'iets om over na te denken'. 'Op Cactus kreeg ik zo'n zomers kleurboek met allerhande opdrachten in, en onlangs in Nederland lag het boek Partnering without Losing Yourself klaar, van twee Indiase goeroes. Interessant. Als ik ouder lijk dan ik ben, komt dat omdat ik zoveel alleen ben geweest met mijn gedachten, boeken en muziek. Ik geef toe dat het gek aanvoelt als ik mijn leeftijd luidop hoor, maar ik kan echt nog wel gewoon twintig zijn. De zware gedachten bewaar ik wel voor mijn muziek en notaboekjes. Maar denk nu ook niet dat ik hele dagen met mijn vrienden in een veldje zit te filosoferen over het leven.' Tamino: Ik heb nogal wat bijnamen: Tamein, Tamientje, Mino, Momo en Foufou. Tamino: Pik er maar weer de ergste uit. Maar ja. Ik vind het wel minder aangenaam als mensen zich blindstaren op mijn leeftijd: je merkt dat vooral als het over mijn invloeden gaat. 'Die gast is twintig jaar, die zal wel drie groepen leuk vinden en zich daar helemaal naar geplooid hebben.' Daarom ook dat het telkens weer diezelfde vergelijkingen zijn die vallen. Terwijl ik door veel meer muziek geïnspireerd wordt, en door boeken en kunst. Neem nu Khalil Gibran, de Libanees-Amerikaanse schrijver van De profeet: als ik lees, schrijf ik weleens wat inspirerende zinnen over, maar op den duur was ik dat hele boek aan het kopiëren. Zijn stijl is ook heerlijk ongegeneerd romantisch, wat heel erg opviel in het kille, pragmatische Amerika van honderd jaar geleden. Iemand noemde het in het voorwoord een romantische rebellie tegen een kille wereld. Wat een zalig idee. Tamino: Ik denk niet dat er iemand in de wolken naar me zit te kijken. En bij religie denk ik vooral aan bangmakerij: als je dit niet doet, dan word je gestraft. Dan vind ik een stem als Gibran die dat net probeert te vermijden veel interessanter. Die doet niet aan 'pas op, want anders'. Hij sprak ook over 'de ziel', daar wil ik nog wel in geloven. Momenteel lees ik Kurt Vonnegut, die bepleit dat het allemaal futiel is: zeer grappig, maar het idee dat we louter botten en vlees zijn vind ik nogal een treurige manier om naar het leven te kijken. In alles wat iemand maakt, zit volgens mij een stukje ziel. Ik móét dat geloven, want waarom doe ik het anders? Tamino: Ik weet ook niet waarom ik daar zo mee bezig ben. Tamino: Ik hoor van iedereen die hem gekend heeft dat hij een geweldig charismatische man was, die zich heel sterk heeft gehouden in vreselijke omstandigheden. In die zin is hij vooral een inspiratiebron, geen schaduw die over me hangt. Tamino:(knikt) Hij trok naar Alexandrië om er op een boot naar Brazilië te stappen. Hij wilde het land uit, maar om zijn overtocht te betalen, moest hij tegen zijn zin eerst nog een tijdje in clubs gaan optreden. Daar viel hij op bij een filmmaker, die hem meteen de hoofdrol wilde geven in Hassan & Naeima, zeg maar de Egyptische Romeo & Julia. Ze wilden een superster van hem maken, beloofden hem de hemel, en hadden zelfs Mohammed Abdel Wahab, dé componist van toen, aangetrokken. Waarop mijn grootvader vriendelijk weigerde. (lacht) 'Wahab is te groot. Als hij voor mij schrijft, zal daarna niemand nog met me willen werken.' Ze hebben hem uiteindelijk zijn zin gegeven. Ongelooflijk cool hoe hard hij op zijn strepen durfde te staan. *** Het loopt tegen de middag en boven klinkt gestommel. 'Sleeping beauty is wakker! Mijn broer Ramy kijkt meestal tot diep in de nacht naar films, en houdt er een wat ander ritme op na.' De zeventienjarige Ramy is het tweede wonderkind van de familie, zij het dan op beeldend vlak. Zo maakte hij op zijn zestiende Damonia, een beklijvende kortfilm over dementie, en regisseerde hij samen met Athos Burez de clip bij Cigar. Tamino: Moharam was niet normaal. Op zijn veertiende zat hij al op het conservatorium. En ook mijn oom, de broer van mijn moeder, begon heel vroeg met schilderen. We hebben het dus langs beide kanten meegekregen. Tamino: Het nature-nurtureverhaal? Mijn grootvader heb ik nooit echt gekend - hij is overleden toen ik amper vijf was - , dus als ik wat van hem heb, dan is dat pure genetica. Ik merk wel dat Ramy en ik sneller progressie maken dan anderen. Of klinkt dat te dikkenekkerig? Wij pikken alles heel snel op, en als we ergens onze zinnen op gezet hebben, is er geen houden aan. Echt op het bezetene af. Ik had dat al met klassieke piano, en toen ik later in de kelder een oude gitaar vond, stond ik er een maand later al mee op een podium. Het voelde meteen juist aan, alsof mijn vingers al jaren op die snaren zaten te wachten. Ramy heeft krek hetzelfde, maar dan met zijn camera. Uiteraard is het voor een groot deel nurture: mijn moeder is zeer getalenteerd en gaf me die liefde voor muziek en acteren mee. Bovendien kregen we van haar alle vrijheid om onze passies na te jagen, zonder dat ze ons ooit in een of andere richting heeft gepusht. Ze gaf ook uitsluitend complimenten als ze het echt héél goed vond. Tamino: Helemaal niet. Maar ze applaudisseerde heus niet voor elke noot die ik speelde. Dat spaarde ze voor wanneer ik keihard geoefend had op een klassiek werk, of zelf een compositie had gemaakt. Ze was ook helemaal geen fan van mijn punknummers, en dat liet ze duidelijk blijken. (lacht) Nu is ze wél mee. Tamino: (knikt heftig) Absoluut. Ik vertel graag over mijn grootvader, maar zo groot was zijn invloed op mijn muziek niet. Zeker niet in vergelijking met die van mijn moeder. Bovendien is daardoor bij sommigen een vreemd beeld ontstaan: alsof ik in de woestijn geboren ben, daar mijn dagen sleet al spelend op de oed en uiteindelijk per kameel in Mortsel beland ben. Nee hé, gasten. Net zoals mijn werk ook geen zuivere combinatie van westerse pop en de traditionele Egyptische sound is. Als je dat hier en daar hoort, mij goed, maar ik ben helemaal niet thuis in de Egyptische traditie. Tamino: Hooguit een paar woorden. Tamino: Ik heb ooit zijn hele repertoire met mijn vader doorgenomen, terwijl die alles voor me vertaalde. Verbazend cheesy teksten, smartlappen bijna, zoals dat de gewoonte is in Egypte. De focus ligt er toch meer op persoonlijke misère en keihard liefdesverdriet. In een nummer zingt hij bijvoorbeeld tot zijn hart: 'O mijn hart, wat doe je me aan?' Bakken pathos, maar wel heel mooi. Tamino: (aarzelt) Ik heb dat onderwerp altijd vermeden, maar het maakt natuurlijk deel uit van mijn verhaal. Vooruit dan maar. Nadat we de eerste drie jaar van mijn leven tussen Amsterdam, Antwerpen en Egypte hadden gependeld, bleven we hier uiteindelijk hangen toen mijn broer op komst was. Drie weken na Ramy's geboorte is mijn vader met slaande deuren vertrokken, terug naar Egypte, om het er als zanger te proberen. Zonder succes. Ondertussen werkt hij als event manager in Koeweit. Achteraf bekeken ben ik blij dat mijn moeder mij alleen heeft opgevoed, al heeft dat uiteraard impact gehad. Zelfs op mijn muziek. Neem nu mijn kopstem: daar zit een bepaalde vrouwelijkheid in die je makkelijker de vrije loop laat als er geen mannen in de buurt zijn, denk ik. Zonder vader kon ik zonder schroom door het huis wandelen, zingend met die hoge stem. Tamino: Hij heeft het contact nooit helemaal verbroken. Af en toe stuurde hij nog brieven. Op mijn elfde zag ik hem voor het eerst terug, en vandaag heb ik een vrij goede band met hem. Wat ik weet over mijn grootvader komt voornamelijk van hem - hij vond het zeer belangrijk dat we begrepen waar we vandaan komen. Ramy en ik bezochten hem ook al driemaal in Koeweit. (nadrukkelijk) Niet leuk. Koeweit is één grote woestijn met wat shoppingsmalls voor de steenrijken. Ik zie mijn vader liever in Egypte, waar hij meer zichzelf lijkt te zijn. Tamino: Sinds ik die draag, ben ik nog niet naar Egypte geweest, maar ik heb daar dus echt al over nagedacht, en het zelfs al met mijn vader besproken. Hij zegt dat ik die de volgende keer toch beter thuis laat. Egypte is geen aartsconservatief land, maar het is lang niet zo progressief als Libanon, waar mijn grootmoeder vandaan komt. Ik denk niet dat het me waard is om daar even een eenmansrevolutie te ontketenen. (lachje) Ik wil dat mensen naar me luisteren als ik er optreed, geen extra barrières creëren. Daarom gebruik ik er ook mijn tweede naam, Amir: je krijgt het daar echt niet uitgelegd dat de kleinzoon van de grote Moharam Fouad Tamino heet. *** De bel gaat. Zijn vervoer richting M-idzomer staat voor de deur. Of hij nog wel tijd heeft om tussen alle festivals door aan zijn plaat te werken, wil ik nog weten. 'De festivaldruk valt wel mee. De laatste dagen heb ik kunnen doorwerken. Er liggen heel wat nummers klaar en ik jongleer alweer met twintig andere. Maar ik heb geen idee wanneer de plaat er zal komen.' Tamino: Die clip, die is geïnspireerd door Kop van een skelet met brandende sigaret van Van Gogh, zag ik meteen heel duidelijk voor me. En ik vind het nog altijd vreemd dat diezelfde tekeningen ondertussen realiteit zijn geworden. Ik kan er nog niet bij. Tamino: Ik heb vooral veel dromen. En veel daarvan zijn dit jaar al werkelijkheid geworden. Ik zou het mezelf ook niet kunnen vergeven, mocht ik er niet alles uit halen. De volgende droom? Hard blijven werken, een superplaat afleveren en daar ook voor beloond worden in het buitenland. Ik ben net in zee gegaan met CAA (Creative Artist Agency), het grootste agency ter wereld, als derde Belg na dEUS en Melanie De Biasio. De mogelijkheden zijn er dus, ik moet het nu alleen nog waarmaken. Tamino: Gast. Ik moet echt leren te zwijgen. Met dank aan Laura Bonne & Shelter voor de styling en Emma Decock voor de make-up.