Oostakker bij Gent, een druilerige woensdagochtend. Op een parking verzamelen vijf passagiers bij een groot, knalrood Mercedes-busje voor de trip naar Montbray, in Normandië. De persoon om wie het draait: Sylvie Kreusch, Antwerpse zangeres en nationaal stijlicoon, die deze week haar eerste soloplaat met de wereld deelt. Ook aan boord: het koppel Lalo Gonzalez en Eva De Gols, fotografen wier werk regelmatig te zien is in Knack Weekend en vele andere modepublicaties. Ondergetekende mag mee voor Knack Focus, en dan is er nog Kratje, voluit Socrates, sinds een jaar de trouwe viervoeter van Kreusch, die meteen de voorste passagiersbank inpalmt. 'Hij heeft acht jaar lang in een asiel gezeten', zegt Kreusch over haar harige compagnon. 'Tot mijn broer besloot hem voor mij te adopteren, als verjaardagscadeau. Officieel zijn we co-ouders, maar Kratje bleek al snel een echt mama's kindje te zijn. (lacht) Eigenlijk was het liefde op het eerste gezicht. Wederzijds, ja.'
...

Oostakker bij Gent, een druilerige woensdagochtend. Op een parking verzamelen vijf passagiers bij een groot, knalrood Mercedes-busje voor de trip naar Montbray, in Normandië. De persoon om wie het draait: Sylvie Kreusch, Antwerpse zangeres en nationaal stijlicoon, die deze week haar eerste soloplaat met de wereld deelt. Ook aan boord: het koppel Lalo Gonzalez en Eva De Gols, fotografen wier werk regelmatig te zien is in Knack Weekend en vele andere modepublicaties. Ondergetekende mag mee voor Knack Focus, en dan is er nog Kratje, voluit Socrates, sinds een jaar de trouwe viervoeter van Kreusch, die meteen de voorste passagiersbank inpalmt. 'Hij heeft acht jaar lang in een asiel gezeten', zegt Kreusch over haar harige compagnon. 'Tot mijn broer besloot hem voor mij te adopteren, als verjaardagscadeau. Officieel zijn we co-ouders, maar Kratje bleek al snel een echt mama's kindje te zijn. (lacht) Eigenlijk was het liefde op het eerste gezicht. Wederzijds, ja.' Als je de clichés over Kreusch mag geloven - sensueel, wild, eigengereid, mysterieus - zou je verwachten dat de zangeres meer een kattentype is. Een afkeurende blik maakt me diets dat ik de bal helemaal missla. 'Geloof me, privé, in mijn 'gewone' leven ben ik een volbloed hondenmens. Een kat kan me zomaar, zonder dat ik ze opgemerkt heb, passeren maar een hond heb ik áltijd gezien. Ik probeer als artiest ook helemaal geen 'mysterieus' personage neer te zetten of zo. Of toch niet bewust. Ik neem in de pers het woord mysterieus wel eens in de mond, maar dan vooral omdat journalisten het me zo vaak voorschotelen. Een vorm van projectie, zeker? En op het podium zeg ik tussen de nummers niet zo veel, maar dat is helemaal niet mysterieus bedoeld. Dat is vooral uit onhandigheid. Ik ben gewoon allesbehalve een vlotte babbelaar.' Kratje houdt haar ondertussen nauwgezet in de gaten. Hij wordt beloond met een zachte aai over de bol. 'Ik ben constant op zoek naar de trouwheid van een hond, in vriendschappen, in de liefde... Dat dit ventje hier mij overal volgt, daar hou ik van. Kijk, hij heeft zelfs zijn eigen Instagramaccount.' Ze stopt me haar smartphone toe, waarop ik door tientallen foto's en filmpjes scroll van een wandelende, grimassende, met andere viervoeters door weer en wind ploeterende Kratje Kreusch. 'Ik heb nooit de neiging mezelf op sociale media heel erg bloot te geven. Ik gebruik mijn kanalen vooral om clips en muziek te delen, niet om mijn volgers een 'authentieke' of 'exclusieve' blik achter de schermen te bieden. Dat zit gewoon niet in mij. Dus, wie op sociale media per se 'de echte Sylvie' wil zien, moet maar naar de Instagram van mijn hond kijken', lacht ze. De echte Sylvie heeft geen ros maar bruin haar en werd in 1991 geboren in Wilrijk, als middelste kind uit een nest met nog een broer en een zus, en later nog een halfbroer. Al sinds haar kinderjaren is ze een enthousiaste performer. De lokroep van het podium drijft haar jarenlang naar alle musicalaudities van Studio 100. 'Maar Gert Verhulst moest me blijkbaar niet hebben', liet ze daarover eerder optekenen. 'Ik had het podium nu ook niet zó hard nodig, hoor', zegt ze nu. 'Ik was even gelukkig met op mijn slaapkamer voor de spiegel te dansen en te zingen. Het was vooral de expressie die ik nodig had, de vlucht naar een fantasiewereld. Dat is eigenlijk nog steeds zo. Succes, dat is voor mij helemaal kunnen opgaan in wat ik doe, of dat nu voor drie of voor drieduizend man is.' In 2013 verwerft Kreusch voor het eerste landelijke bekendheid als frontvrouw van electropopgroep Soldier's Heart, dat jaar een van de laureaten van de eerste editie van De Nieuwe Lichting. In die tijd laat ze in dit blad, in een valentijnsnummer, haar licht schijnen over de liefde. 'O, neen', zucht ze wanneer ik haar het bewuste nummer onder de neus schuif. 'Hoe oud was ik toen? 23? Dat belooft.' Ze citeert haar vroegere woorden: 'Mensen vergeten vaak dat we alleen geboren worden en alleen zullen sterven.' Ze rolt met de ogen. 'Zo typisch! Dat is dus echt gesproken vanuit een diepgewortelde bindingsangst, hè. En dit - ook frappant: dat er in mijn leven niet veel inspirerende of dramatische dingen gebeuren om songs over te schrijven. En: "Ik schrijf vlotter als de song niet over mezelf gaat." Dat is wel even anders nu, het is zelfs helemaal omgekeerd. Bijna al mijn teksten ontstaan tegenwoordig vanuit een of andere persoonlijke crisis.' Those clouds, beautiful cloudsWould soon turn black and confusedOur Notre Dame burned down in flamesAnd within that fireThe two of us faded awayZo klinkt het in de track Falling High van haar solodebuut. 'Echt gebeurd! Ik heb ooit in Parijs, in een bed met uitzicht op de Notre Dame, mijn laatste liefdevolle momenten met iemand beleefd. Het was de laatste keer dat we in elkaars armen in slaap zijn gevallen. Daarna zijn we definitief uit elkaar gegaan, en een week later brandde het dak van die kathedraal helemaal af. Heel symbolisch, inderdaad, alsof dat daar en dan móést gebeuren. Wat niet wil zeggen dat ik met die brand effectief iets te maken had, hè! (lacht)' 'Iemand', zegt ze. Op andere momenten heeft ze het over 'een geliefde'. Dat die iemand - en de breuk met die iemand - die in verschillende van haar songs aan bod komt Maarten Devoldere heet, frontman van Balthazar, is allesbehalve een geheim. Toen Soldier's Heart er in 2016 mee ophield omdat Kreusch haar artistieke pad verder liever alleen wilde uitstippelen, vormde Devolderes soloproject Warhaus een tussenstationnetje. De twee vormden op en naast het podium een koppel en namen in interviews, samen of apart, geen blad voor de mond over hun open relatie en hun kijk op monogamie. 'We konden allebei doen wat we wilden', zo vatte Kreusch het eind 2019 in Humo samen, vlak nadat er na vijf en een half jaar een einde aan hun relatie gekomen was. Het werpt een bijzonder licht op sommige van haar confronterende, soms nogal bittere songteksten. 'Ik heb er best wel moeite mee om die hele Warhausperiode weer te moeten oprakelen en uitleggen', zegt ze ergens onderweg - we zitten ondertussen op de autosnelweg ter hoogte van Le Havre. 'Om het nog zo vaak over Maarten te moeten hebben. Mensen veranderen constant, weet je wel. Om de maand zelfs! Dus ja, het is lastig en confronterend om te moeten terugkeren naar wat ik jaren geleden eens in een interview heb gezegd, en nu niet meer - of anders - zou zeggen. Maar goed, dat betekent tegelijk dat ik als persoon gegroeid ben, dus daar kan ik evengoed blij of trots om zijn. Deze plaat gaat vooral over mijzelf en mijn helingsproces. Over welk lief of welke ex ik het dan precies in sommige teksten heb, dat maakt toch helemaal niets uit?' Tegelijk geeft Kreusch toe dat ze soms zelf de voorzet tot speculatie geeft. Zo zingt ze in Who Will Fall (Here into My Arms): 'We were fun, we were wild / Sticking to the good lie / Put my red lipstick on / Vanish into the sun / Love's a stranger forever.' Love's a Stranger is een song van Warhaus uit 2017 waarin Maarten Devoldere de lof zingt van het fluïde karakter dat hun relatie destijds had. 'Die lag voor het grijpen', glimlacht Kreusch. 'Inspiratie uit andere nummers halen is als een cadeautje voor mezelf. Het maakt het ook makkelijker om zo open over iemand anders te schrijven wanneer die ander dezelfde job heeft. Als die weet hoe het werkt. Want als je schrijft over iemand, dan schrijf je vooral vóór iemand, als een soort liefdesbrief. Je bent niet bezig met wat het publiek ervan zal denken. Je wilt enkel dat je onderwerp het hoort en dat zijn hart een beetje breekt. Nu, Maarten heeft de plaat al gehoord, en hij had het aanvankelijk met sommige dingen best moeilijk. Tja, nu weet hij ook eens hoe het is, hè. (lacht) Hij is altijd de persoon geweest die over anderen kon schrijven, nu is het eens aan mij.' *** Het Normandische Montbray, onze bestemming, telt vierhonderd zielen en is amper 14 vierkante kilometer groot. Een kleine hectare daarvan wordt ingepalmd door de zestiende-eeuwse hoeve waar Kreusch in de zomer van 2020 aan haar songs heeft gewerkt. Dat bleek zo inspirerend dat ze haar solodebuut meteen maar Montbray doopte. Het pand en de omliggende gronden zijn eigendom van Tom Eerebout, die ons aanvankelijk op deze roadtrip naar zijn Franse retraite ging vergezellen, en zijn echtgenoot, kunstenaar Joost Vandebrug. Sinds ze elkaar een tiental jaren geleden leerden kennen in het Antwerpse nachtleven zijn Eerebout en Kreusch beste vrienden. Sinds 2018 is Eerebout echter ook huisstylist van Lady Gaga, en dat betekent dat hij voortdurend tussen Antwerpen, Londen en de VS pendelt, waardoor hij te elfder ure verstek moest laten gaan. 'Het zal er behoorlijk verwilderd bij liggen nu. Er is hier al een tijdje niemand geweest', waarschuwt Kreusch. 'Daar hoopten we stiekem op', klinkt het grinnikend bij de fotografen, terwijl de Sprinter over de oprit banjert. Onze eerste opdracht is inderdaad de elektriciteit en de houtkachel aan de praat krijgen. 'Hier was dus niks, hè', gebaart Kreusch wanneer we in de keuken annex woonkamer staan. 'Geen vloer, geen sanitair... Tom en Joost hebben alles zelf moeten aanleggen en installeren. Kom, ik toon je mijn schrijfkot.' Recht tegenover de hoeve staat tussen de appelbomen een klein, vertimmerd tuinhuisje verscholen. Aan de voorzijde is een kleine primitieve buitenkeuken in elkaar geflanst, binnen is er net genoeg plaats voor twee tegen elkaar geschoven bedjes, maar vanaf de minipatio achteraan heb je een prachtig weids zicht over de vallei. 'Voilà, dit is dus mijn Shangri-La', zegt Kreusch, verwijzend naar een van de songtitels op Montbray. Het nummer is vernoemd naar het aards paradijs uit de utopische roman Lost Horizon van James Hilton, maar is ook een knipoog naar het sixtiestrio The Shangri-Las, wier naïeve meisjesharmonieën her en der ook doorschemeren in Kreusch' album. In die zomermaanden kwam de inspiratie haar hier van alle kanten aanwaaien, maar zou Kreusch ook permanent in deze pittoreske uithoek kunnen wonen? 'Nee, totaal niet', zegt ze gedecideerd. 'Dan zou het niet meer inspirerend zijn. Ik heb het drama en de toestanden in de stad nodig. En dan een groene, vochtige vluchtheuvel als deze om alles op een rijtje te zetten. Pas op, ik zoek dat drama en die crisissen niet op, hè! Soms schrik ik zelf van het dramagehalte in mijn teksten. Neem nu het refrein van Falling High: 'Now I can hear it all over the news, love is hopeless.' Dat zijn best zware woorden. Daarom ben ik blij dat er ook positieve, hoopvoller nummers op de plaat staan, zoals Shangri-La en vooral Walk Walk. Die zijn veel moeilijker om te schrijven, maar ze zijn wel nodig om alle kommer en kwel te doorbreken. Op mijn volgende plaat wil ik heel graag nóg meer van zulke songs, want ik krijg er veel goede reacties op.' *** De avond valt. Een volle maan werpt haar licht over de kalende appelbomen, de houten ligzetels en de gevlochten hangstoelen, de oude stenen waterput die in een horrorfilm gegarandeerd onheil zou herbergen. Kreusch moet lachen wanneer ik haar vraag of zij betekenis leest in de stand van hemellichamen allerhande. 'Soms. Het is zoals ik zing in Ending Up Alone: "Karma, where you hiding?" Karma, de stand van de maan en de planeten... Soms geloof je in dingen wanneer je het eventjes nodig hebt om in iets te geloven. Maar evengoed lach ik daar graag een beetje mee. Net als alle spirituele dingen: het kan soms inspirerend zijn, maar ik ga er niet in verdwalen. Dat vind ik gevaarlijk. Liever stort ik mijn hart uit bij een therapeut.' En de voodoo dan, waar ze jaren geleden in interviews vaak naar refereerde? 'Ik hou van verbindende rituelen. En daar mogen gerust kaarsen, spreuken en brouwsels aan te pas komen, ja', lacht ze. 'Zulke rituelen associeer ik met vriendschap, met saamhorigheid. Samen dingen achterlaten door ze op een papiertje in het vuur te gooien, bijvoorbeeld. Of wensen tastbaar maken door ze in groep luidop uit te spreken. Dat schept een band, dat schept vertrouwen. Je zou het een vorm van gemeenschappelijke meditatie of self-care kunnen noemen. Stel je vooral niks voor met kippen slachten of zo!' De volgende ochtend zijn Kreusch en de fotografen al vroeg in de weer. In tegenstelling tot wat soms gezegd en geschreven wordt en ondanks haar overduidelijke fotogenieke kwaliteiten, is ze nooit professioneel model geweest, eerder een graag geziene passant met veel vrienden en contacten in het modewereldje. De sterke visuele identiteit die ze als artieste heeft opgebouwd, is deels te danken aan die banden, maar vooral het resultaat van haar eigen visie. Daarmee past ze mooi in het rijtje van zelfbewuste, stijlvolle Belgische artiestes die momenteel furore maken, zoals Charlotte Adigéry, Lous & The Yakuza en Tsar B. 'We zijn geen popprinsjes, hè', zegt Kreusch wanneer de fotosessie erop zit. 'We houden ons project inderdaad vanaf stap één in eigen handen. Ik heb dezelfde manager als Charlotte en Justine (Bourgeus, alias Tsar B, nvdr.). Hij is eerder van het hands off-type, iemand die graag samenwerkt met sterke vrouwen die zelf veel ideeën aanreiken en die niet per se bezig zijn met zoveel mogelijk muziekprijzen binnenrijven. (lacht)' Dat ze zich vooral amuseert, vertelt ze. Dat ze ervan geniet om spelenderwijs, niet al te berekend, op haar eigen, soms nonchalante manier dingen te maken. Zou ze ooit terug kunnen naar het groepsverband van weleer? 'Ik zie me op een dag nog wel met andere mensen aan een project samenwerken. Zelfs met Maarten, ja. Maar dan mee op de voorgrond, écht samen. Ik ben geen muze meer. Of toch zeker niet van het passieve soort. Nee, die tijd is voorbij.'