Het is niet al reggaeton wat de klok slaat vanuit Latijns-Amerika. Producer Susobrino - Boliviaanse moeder, Vlaamse vader - gooide de afgelopen maanden hoge ogen met zijn door folkloristische klanken geïnspireerde electronica en stond zelfs op Gilles Petersons Worldwide Festival. We spraken de jonge beatbricoleur na zijn passage op Pukkelpop en polsten meteen naar zijn persoonlijke hoogtepunt van het festival.
...

Het is niet al reggaeton wat de klok slaat vanuit Latijns-Amerika. Producer Susobrino - Boliviaanse moeder, Vlaamse vader - gooide de afgelopen maanden hoge ogen met zijn door folkloristische klanken geïnspireerde electronica en stond zelfs op Gilles Petersons Worldwide Festival. We spraken de jonge beatbricoleur na zijn passage op Pukkelpop en polsten meteen naar zijn persoonlijke hoogtepunt van het festival. Susobrino: Ik ben na mijn set naar Anderson Paak gaan kijken, en ik was best onder de indruk. Echt heel goed. Dat heb ik achteraf zelfs aan enkele van zijn muzikanten kunnen zeggen. Die dag zal ik dus niet licht vergeten. (lacht) Op een festivalaffiche bestaat er wel een soort hiërarchie, maar in de backstage zijn we allemaal gewoon muzikanten. Paak stond met een zeven man sterke band op het podium, hoe ziet een liveset van jou eruit? Susobrino: Ik gebruik Ableton (sequencersoftware, nvdr.) op mijn laptop, en vul mijn samples aan met percussie, verschillende fluiten, charango - een soort kleine gitaar uit Zuid-Amerika -, een snaredrum en zang. Ik voel me erg comfortabel alleen op het podium. Soms kom ik handen tekort, maar ik kan tenminste vrijelijk improviseren en ik hou van de chaos die het met zich meebrengt. Muziek uit Latijns-Amerika zit momenteel in de lift. Wat vind je van de reggaeton en consorten die tegenwoordig over de hitparade en streamingdiensten heersen? Susobrino: Die interesse in Zuid-Amerikaanse muziek kan ik uiteraard alleen maar toejuichen. In mijn dj-sets speel ik veel traditionele muziek zoals Colombiaanse cumbia, maar ook West-Afrikaanse balafon, salsa, disco en funk, en zelfs af en toe reggaeton. Maar dan de vroege reggaeton, van begin jaren 2000, toen artiesten als Don Omar in Puerto Rico met het genre begonnen zijn. De huidige variant blijft eerder een guilty pleasure, vrees ik. (lacht) Wat Rosalía met het genre doet, vind ik dan wel weer echt zot. Ik hou van haar visie op muziek en ooit wilde ik erg graag met haar samenwerken, alleen vrees ik dat ze intussen ietsje te groot geworden is. Voor je debuut-ep Mapajo ben je veldopnames gaan maken in Bolivia. Waar precies? Susobrino: In steden als La Paz en Sucre, waar ik geboren ben, op het traditionele carnaval van Oruro en ook in het Amazonewoud - in een boerendorpje, waar ik drie dagen mocht overnachten. In de titeltrack hoor je de stemmen van de bewoners, opgenomen tijdens het laatste avondmaal dat we gedeeld hebben. Heel die reis was een ongelooflijk emotionele ervaring voor me. Het is Micha Volders, mijn docent op de Hogeschool PXL, die me dat idee heeft aangepraat. Mapajo was mijn eindwerk, en ik heb toen heel intens en gulzig mijn roots in de armen gesloten. Ik associeer Bolivia vooral met de kleurrijk uitgedoste panfluitorkesten die hier soms op straat spelen. Vertel eens iets dat de meeste mensen niet weten over het land. Susobrino: Het eten is er enorm lekker! Mijn favoriet is de traditionele sopa de mani, een soep op basis van pindanoten, met frietjes en soms ook rundsvlees in. Over de oorsprong van die panfluiten wordt in Zuid-Amerika trouwens nog altijd geruzied. Elk land beweert dat zij de eerste waren. (lacht)Je won al twee keer de Champion Sound Beat Battle, een soort muziekconcours voor producers. Dit jaar moesten alle deelnemers aan de slag met liedjes uit het repertoire van Will Tura. Dat lijkt me geen makkelijke opgave. Susobrino: Mijn eerste reactie was 'Will Tura, verdorie, wat moet ik dáármee aanvangen!' (lacht) Maar toen bleek al snel dat sommige van zijn liedjes best wel een funky beat hebben, en toen ik Linda hoorde, maakte ik meteen een klik. Linda betekent 'mooi' in het Spaans, en toen ik die melodie versnelde, hoorde ik er meteen het ritme van de cumbia in. Een fluit en een paar Spaanse stemmetjes erover en klaar! (lacht) Ik mocht Tura zelf het resultaat laten horen, en hij was best wel gecharmeerd. Volgens zijn assistente fleurde hij helemaal op, alsof hij twintig jaar jonger werd, zei ze. Dat beschouw ik als een mooi compliment. Zijn er Belgische artiesten waarmee je je identificeert? Susobrino: Dan denk ik vooral aan mijn vrienden LGTL en Pippin, producers die net als ik ooit de Beat Battle gewonnen hebben en met wie ik vaak samenwerk. Maar met iemand als Dijf Sanders, die in de externe jury zat voor mijn eindproef op PXL, heb ik ook wel wat gemeen, en verder zou ik heel graag eens samenwerken met Charlotte Adigéry en Martha Da'ro. Dat zijn inspirerende, straffe zangeressen met een heel eigen sound. En ooit wil ik iets doen met filmmuziek. Je songtitels spreken alvast tot de verbeelding. Momo el nomada de la sombra, bijvoorbeeld. Susobrino: Momo is de naam van mijn konijn. Een witte hangoor, om precies te zijn. (lacht)En die heb je natuurlijk gesampled? Susobrino: Euhm, ooit al een konijn veel geluid horen maken? Niet dus. (lacht) Maar ze inspireert me wel. Momo, de nomade van de woestijn, omdat ze altijd op mysterieuze wijze vanuit de schaduwen toekijkt en meeluistert. Ze is mijn geheime wapen, mijn coproducer. Enfin, zo zie ik het toch, maar ik heb misschien iets té veel fantasie.