'Goe dagske leutige spekskes verkocht!' lezen we enkele uren na ons interview op de Facebookpagina van Sons. Daarachter twee slangenemoji's, het handelsmerk van de band op social media, maar in tegenstelling tot Taylor Swift zit daar bij hen géén strategie achter. 'Onze gitarist vindt dat gewoon leuk', lacht frontman Robin Borghgraef. 'Oorspronkelijk wilden we de social media zelfs mijden', vult bassist Jens De Ruyte aan. 'Vonden we wel iets hebben, zo wat mysterie. Tot ze op onze eerste show naar onze Facebookpagina vroegen.'

Dat was nog geen twee jaar geleden. Acht optredens later schoof Jan Paternoster, jurylid van De Nieuwe Lichting, Sons naar voren als de band waar hij zijn kinderen later in wil zien spelen. Een paar weken daarna won het kwartet die talentenjacht van Studio Brussel en nog eens wat zuchten verder kwam de mail van H. Schueremans waar elke Belgische band van droomt. 'Punk met een grote P', schreven we vanaf de Werchterse wei.

Nu, nog altijd maar een dik jaar na de lofzang van Paternoster, is er debuut Family Dinner, geproducet door Reinhard 'Das Pop' Vanbergen en eigenlijk nu al het album van de bevestiging. 'We willen tonen dat we meer kunnen dan rechtdoor vlammen. Met zijn huis vol muziekinstrumenten was Reinhard daar de ideale man voor', zegt Borghgraef. 'Onze gitarist kreeg een elektrische sitar in zijn handen, onze drummer een bestekbak. Verder was het werken geblazen: twaalf uur per dag spelen en geen alcohol.'

Alles wat ooit weg was, komt nu eenmaal terug.

Waren jullie niet die groep die in de Ardense Daft Studios, waar de laureaten van De Nieuwe Lichting altijd een weekje aan de slag mogen, spontaan naar de pintjes vroeg en leerde wat overdubs zijn?

Robin Borghgraef:We zijn niet meer zo'n leken als toen. (lacht) En wat dat regime betreft: je maakt maar één keer je debuut en dan ben je beter fris.

Jens De Ruyte: Al moet je toch wel een béétje rock-'n-roll zijn om rock-'n-roll te maken.

Verhalen, heren.

(gemompel over urineren van een balkon, vervolgens stilte)

Borghgraef:We hebben vorig jaar tachtig shows gespeeld. Elke keer stond er een fles rum op onze rider en die was elke keer leeg. (lacht)

***

Het moederdorp van Sons is Melsele, een deelgemeente van Beveren waar jongeren des weekends naar café De Smoutpot gaan om smoutepotjes te drinken - 'Duvel met fruitsap, níét te zuipen' - en zich in het zweet moshen in jeugdhuis De Djem.

Borghgraef:Op ons zestiende gingen we daar elk weekend naar de shows van onze maten kijken, en zij naar de onze. Toen waren we nog skatepunkerkes, de garagerock volgde pas later. Nu is er weer een nieuwe generatie punkbands: Shame, Idles... Mensen hebben weer nood aan de pure eerlijkheid van gasten met een gitaar. Alles wat ooit weg was, komt nu eenmaal terug.

De Ruyte: Misschien komen wij zelfs te laat voor de revival. (lacht)

Vanuit Melsele is de weg natuurlijk lang.

De Ruyte: Nochtans komen er wel wat muzikanten uit ons dorp: de gitarist van Stavroz, de pianist van Yevgueni, de drummer van Customs... Geen idee hoe dat komt. Misschien de combinatie van een boerendorp en de ligging vlak bij Antwerpen.

Dat verklaart nog niet helemaal hoe jullie zo snel het jeugdhuizencircuit zijn ontstegen.

Borghgraef:Het klinkt melig, maar de eerste keer met onze drummer Thomas Pultyn was het meteen prijs. Hij speelde toen nog in een pak bluesgroepen en had eigenlijk geen tijd voor ons, dus hadden we gezegd dat het maar een jam zou zijn. Tot we na de eerste song allemaal tegelijk stopten, op het gevoel. Vanaf toen was het elke vrijdag repeteren en nummers schrijven, met een bak bier in het midden.

We hebben onszelf leren geven in die zweetkoten, met veel volk op een kleine ruimte.

Het is toch een plotse overgang, van Melsele naar de main stage van Werchter.

De Ruyte: Die viel goed mee, omdat we van in het begin kritisch zijn geweest voor ons eigen geluid. Altijd zoeken naar de juiste gitaren en effecten...

Borghgraef:Hij wil zeggen dat we gearsluts zijn .(lacht)

'Shy is what I am', zing je in White City. Wie jullie ooit live heeft zien tekeergaan, kijkt daarvan allicht op.

Borghgraef:In het begin was ik nochtans sociaal wat awkward en kon ik mezelf enkel loslaten in het repetitiekot.

De Ruyte: We hebben onszelf leren geven in die zweetkoten, met veel volk op een kleine ruimte. Je brult naar elkaar en zweept elkaar op, tot je plots Het Moment te pakken hebt. Intussen kunnen we dat overal oproepen, of we nu vijf meter van ons publiek staan in Werchter of op de Melseelse dorpsfeesten spelen.

Waar jullie vorige zomer naar eigen zeggen het meest naar uitkeken, na Rock Werchter dan. Schattig.

Borghgraef:Maar oprecht. Je vóélde daar de anticipatie van het publiek nadat we een hele zomer op een ander hadden gespeeld. Om je een idee te geven: boven ons interview in het tijdschrift van de gemeente Beveren stond 'rockgoden van bij ons'. Rockgoden, man.

Ik heb nog nooit een rockgod gezien met een tattoo van een konijn op zijn pols, Jens.

De Ruyte: Zelf gezet op een scheve avond. In dezelfde categorie... (stroopt zijn broekspijp op en toont het logo van Sons op zijn enkel) Die eerste s is heb ik zelf getekend met een gitaarsnaar en de motor van een speelgoedauto, zoals in den bak. Later heeft Robin de 'ons' erachter gezet.

Family Dinner

Nu uit bij Caroline.

Sons

Bestaat sinds 2016 uit zanger-gitarist Robin Borghgraef, gitarist Arno De Ruyte, zijn neef en bassist Jens De Ruyte en drummer Thomas Pultyn.

Lonkt naar Black Sabbath, King Gizzard and the Lizard Wizard en all things punk.

Is in 2018 een van de drie laureaten van De Nieuwe Lichting.

Oogst drie maanden later applaus op alle banken met een ziedende show op de Main Stage van Rock Werchter.

Passeert de komende maanden onder meer in de Ancienne Belgique (3/5), op Down the Rabbit Hole (6/7) en - niet onbelangrijk - op de Terrasfeesten in Beveren (17/5).