HECKE: Ik heb veel dingen van Gainsbourg verzameld voor ik aan zijn biografie begon te schrijven. Zowat elk boek dat over hem verschenen is, bezit ik. Waar ik mezelf op betrap, is dat ik elke dag willekeurig zo'n boek ter hand neem. Eender wat ik erin lees, geeft me moed. Hij is een mens die mij hoop geeft, zelfs in zijn donkerste en zwartste momenten, wanneer hij een hemeltergende klootzak was. Hij bleef daarbij altijd zichzelf. Gainsbourg was geen god. Dat wist hij zelf ook: l'homme a créé des dieux, l'inverse reste à prouver.
...

HECKE: Ik heb veel dingen van Gainsbourg verzameld voor ik aan zijn biografie begon te schrijven. Zowat elk boek dat over hem verschenen is, bezit ik. Waar ik mezelf op betrap, is dat ik elke dag willekeurig zo'n boek ter hand neem. Eender wat ik erin lees, geeft me moed. Hij is een mens die mij hoop geeft, zelfs in zijn donkerste en zwartste momenten, wanneer hij een hemeltergende klootzak was. Hij bleef daarbij altijd zichzelf. Gainsbourg was geen god. Dat wist hij zelf ook: l'homme a créé des dieux, l'inverse reste à prouver.HECKE: Dat was een deel van zijn plan. Gainsbourg heeft zoveel levens gehad, maar het eerste - en het belangrijkste - was dat van Lucien Ginsburg. Het kleine ventje dat door iedereen uitgelachen werd, dat geen vriendjes had - wel flaporen - en dat heel eenzaam was. Die kleine jongen heeft hij heel zijn leven gekoesterd. Op een gegeven moment, ten tijde van zijn succes begin de jaren tachtig, heeft hij Gainsbarre in het leven geroepen, het alter ego dat hem toeliet helemaal los te gaan, het vertrouwen te genieten van de jonge punks, en ook zichzelf af te schermen. Het was een spel, een volledig plan om te provoceren, zich te laten haten. Dat was de enige manier om dingen in beweging te zetten. Het plaatje klopte volledig, en dat maakt me gelukkig: hij bleef zichzelf trouw tot in de dood.HECKE: Enkele maanden geleden ben ik zijn negentigjarige zus Jacqueline gaan opzoeken in Parijs. Ik ben in zijn ouderlijke appartement geweest, waar hij zijn eerste pianolessen kreeg. Ik heb de partituur vastgehad waarmee hij leerde pianospelen, Rhapsody In Blue van Gershwin, helemaal aan elkaar geplakt met plakband. En ik heb zijn zelfportret kunnen aanraken. Dat zijn de dingen die hem zo reëel maken. Wat mij daar bijzonder ontroerd heeft, was de eenvoud. Gainsbourg was ook zijn hele leven lang een eenvoudige jongen. Als je ging aanbellen, kwam hij opendoen. Als hij thuis was, en niet te zat was. Zijn zus is ook zo. Ze vroeg me: 'Je komt toch terug? Dan ga ik voor je koken.' Dat zijn dingen die Gainsbourg zo mooi en belangrijk maken. Enerzijds dat onbereikbare en geniale, maar anderzijds ook dat diepmenselijke en toegankelijke. HECKE: Hij bleef zichzelf enorm trouw, omarmde zijn goede én zijn slechte eigenschappen, en dat is iets wat hem voor mij sowieso onsterfelijk maakt. Het is iets dat ik zo weinig terugvind in de wereld rondom mij. Gainsbourg was een gever, een mens wiens deur openstond voor iedereen. Maar tegelijkertijd is hem tot op de dag van vandaag niets vergeven. Mensen nemen hem nog altijd kwalijk wat ze hem destijds kwalijk namen. Dat merk ik op lezingen, of als ik in Parijs voor zijn huis sta. Ik ben er helaas niet in geslaagd in zijn adelaarsnest binnen te raken. Het huis dat hij helemaal zwart heeft laten verven op het moment dat Bardot hem dumpte. Hij werd de Zwarte Koning in het schaakspel genoemd. Toen hij stierf, was zijn laatste wens ook dat de tijd samen met hem zou sterven. Niets mocht van plaats veranderen. Als de Zwarte Koning valt, moeten de pionnen bewegingsloos blijven staan. En dat voel je ook als je daar staat. Ik zou er heel graag eens binnengaan, maar misschien is het ook te veel van het goede. Misschien moet de fantasie zijn werk kunnen blijven doen.HECKE: Het belangrijkste aan Gainsbourg vind ik in de eerste plaats dat hij zowel zijn muzikale, zijn filmische als zijn geschreven output als artiest altijd combineerde met zijn leven. Het zat op één lijn en was niet iets dat hij gewoon maakte na de uren. Dat vind ik heel straf en zijn belangrijkste werk op zich.Gainsbourg zei zelf ooit: 'Ik vind Brel veel straffer dan mij, maar ik ben breder.' En daar vat hij het mooi samen. Hij volgde de tijd gewoon, en stond altijd op de voorgrond. Zijn strafste werk is voor mij Histoire de Melody Nelson, een echt meesterwerk. Met totaal andere nummers dan Je t'aime... moi non plus. Nochtans had hij daar eigenlijk gewoon de draad van dat succes kunnen doortrekken. Maar dat deed hij niet.HECKE: Omdat hij op dat moment echt een ander soort album wilde maken. En dat flopte... Destijds zat Gainsbourg daardoor in zak en as, nu is dat een plaat waarmee iedereen te koop loopt. Weeral hijzelf die wraak heeft genomen vanuit de dood. HECKE: Wat ik daar doe, is het gevoel Gainsbourg naar het podium vertalen. Ik vertel dingen die ik op dat moment over hem kwijt wil, met songs gebracht door verschillende stemmen. Ik wil vooral de mensen laten voelen wie de mens Gainsbourg was, en wat voor een leven hij leidde: van zijn grote tegenslagen over zijn euforische periode tot zijn val. Maar hij weigerde altijd te gaan liggen, hij bleef altijd terugkomen. HECKE: 25 jaar zonder Gainsbourg? Gainsbourg is niet enkel een hoopje vlees en botten, want dat was eigenlijk heel snel afgetakeld. Toen hij stierf, bleef daar niets meer van over. Het zijn die ogen en wat zich binnenin dat lichaam afspeelde dat tijdloos is. Zijn zus heeft datzelfde afgeleefde lichaam, maar ook diezelfde blik en datzelfde vuur. Gainsbourg belichaamt eigenlijk alle tijden. Dat alleen al is een reden om hem te blijven herdenken. Jorik Leemans